print versie

Het uur van de waarheid?

Ricardo Alarcón de Quesada

Men had het gezegd en het werd gedurende lange tijd keer op keer herhaald. Het werd in de eerste plaats door henzelf - Gerardo Hernández, Ramón Labañino, Antonio Guerrero, Fernando González en René González - verklaard voor dezelfde Rechtbank welke hen in een macabere klucht met perverse onbeschaamdheid veroordeelde. Telkens opnieuw werd het aan de kaak gesteld door solidaire stemmen die geleidelijk aan in de hele wereld opgingen.

De Vijf jonge Cubanen, aangehouden in Miami in september 1998, waren het slachtoffer van een kolossale onrechtvaardigheid. Ze hadden niemand ook maar enige schade berokkend. Hun enige "fout" was hun strijd tegen het terrorisme in diezelfde stad, een rovershol van terroristen. Het proces tegen hen werd van bij aanvang vervalst en wemelde in zijn totaliteit van de schandelijke rechtsschendingen. Het proces was, kort samengevat, van begin tot eind onwettig.
Méér nog dan gevangenen waren de Vijf onschuldige gijzelaars van een Regering. De Noordamerikaanse autoriteiten hadden een onvermijdelijke plicht, namelijk een eind te maken aan de onrechtvaardige gevangenzetting of liever de officiële gijzeling, door hen onmiddellijk vrij te laten.

De publieke opinie van deze waarheid op de hoogte brengen en vooral de Noordamerikanen hiervan in kennis stellen, is uitzonderlijk moeilijk gebleken. De grote informatiemedia hebben met gedisciplineerde eensgezindheid ervoor gekozen om over dit thema niet te berichten.

Eén van de meest curieuze verschijnselen van de "globalisering" is de hernieuwde definitie van welke kwestie "nieuws" is en welke niet. Het is bijvoorbeeld nooit "nieuws" geweest dat de Regering van de Verenigde Staten, zowel schriftelijk als voor een Rechtbank, formeel hun steun aan het terrorisme heeft te kennen gegeven. En dat dit zich jarenlang verschillende keren heeft herhaald. Dit is het geval met alle teksten in officiële documenten uitgegeven door deze Regering en in talrijke verklaringen van hun Openbaar Ministerie ambtenaren ten overstaan van het Hof, wat allemaal letterlijk is opgenomen in de notulen van de zittingen van het Miami Tribunaal en in publieke teksten, maar waarover nooit zelfs maar een echo werd gehoord in de Noordamerikaanse of Europese nieuwsmedia. (1)

Evenmin hebben ze overwogen om terzake rekenschap te geven van het feit hoe de beklaagden de toegang tot de veronderstelde, beschuldigende "bewijzen" werd ontzegd, of hoe hen de communicatie met hun advocaten zo goed als onmogelijk werd gemaakt en ook aan deze laatsten inzage in deze "bewijzen" werd ontzegd. Dat was nooit "nieuws".

Nieuws was evenmin het, zacht uitgedrukt, onbeschaamde feit dat voor het Tribunaal generaals, admiraals, kolonels en regeringsdeskundigen defileerden, die daar onder eed bevestigden dat de beklaagden onschuldig waren aan de hen ten laste gelegde feiten. Ondanks dat de lokale "pseudo" pers met veel ophef deze personen onophoudelijk beschimpte en bedreigde en ondanks het feit dat hun verklaringen sinds 5 jaar kunnen worden terug gevonden in de proces-verbalen van het Gerechtshof, werd dit nieuws door de grote, buiten Miami gevestigde nieuwsmedia nooit onthuld. (2)

Het feit dat, wat betreft de zwaarste tenlastelegging, de Regering van de Verenigde Staten zelf erkende dat het deze niet kon bewijzen en tenslotte verzocht om deze in te trekken, echter zonder succes? Het feit dat dit verzoekschrift (3), zonder precedent in de Noordamerikaanse geschiedenis, door het Gerechtshof en door het Hof van Beroep werd afgewezen en dat later, zonder enige aarzeling, Gerardo Hernández toch schuldig werd verklaard aan datgene waarvan niemand hem meer wou beschuldigen? Het feit dat hij voor deze beschuldiging bovendien tot een tweede levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld? Niets van dit alles kon de verslaggevers interesseren.

Het feit dat de Vijf gijzelaars het contact met hun familieleden werd bemoeilijkt? Het feit dat hun bezoeken tot een minimum werden herleid? Het feit dat aan twee van hen het contact met hun echtgenotes volledig werd verboden? Het feit dat aan een zesjarig meisje niet werd toegestaan om haar vader te leren kennen? Dat zijn geen kwesties die de tijd en de aandacht verdienen van drukdoende journalisten, zelfs niet van sommige denkbeeldige pleiters voor de mensenrechten.

De zaak van de Vijf werd op passende wijze genegeerd door de grote corporaties die de berichtgeving op de planeet trachten te monopoliseren. In Miami daarentegen besteedden de zogeheten lokale media - spreekbuis van de terroristen die de stad en de regionale radio, de lokale televisiestations en de plaatselijke geschreven pers controleren - wel aandacht aan de kwestie. De heftigheid waarmee ze dit deden, maakte hen vermaard. Zozeer zelfs dat hetzelfde Gerechtshof, onderworpen als het was aan de regels van de terroristenmaffia, zich desalniettemin verplicht zag te protesteren en klacht aan te tekenen. Denk maar aan de situatie omschreven door de vrouwelijke rechter: vermeende journalisten achtervolgen ziedend, dreigend zwaaiend met cameras en microfoons, leden van de jury doorheen de gangen en traphallen van het Gerechtsgebouw, tot op straat, tot aan hun voertuigen. "Zij, de juryleden, hebben schrik, ze voelen zich bedreigd", bekende de vrouwelijke rechter. Zo staat het vermeld in de notulen en zo werd het verspreid door de Miami pers. Maar buiten Miami overheerste de stilte, ook over deze gebeurtenissen. De aanklacht van de rechter, de angst van de juryleden, de herrieschopperij van de "journalisten" kregen een éénstemmige reactie: ze bestonden niet, ze waren geen nieuws.
Wat wel nieuws was, tot vervelens toe dag en nacht herhaald, waren de lotgevallen van Kobe Bryant, de garderobe van Martha Stewart, de bedavonturen van Michael Jackson en diens bezoeken aan enkele Rechtbanken, belegerd door gretige "verslaggevers". Want op de televisie en de radio, en in de Noordamerikaanse dagbladen noch in hun Europese klonen, ontbreekt het nu niet meteen aan gerechtsverslaggeving vanwege politie en gerechtshoven.

In deze geglobaliseerde wereld zijn velen, van op de Himalaya tot in Patagonië, op de hoogte van de sexuele wederwaardigheden van om het even welke beroemdheid. Maar miljoenen Noordamerikanen mochten geen kennis nemen van het feit dat hun Regering op hun eigen grondgebied het terrorisme beschermt en diegenen die het terrorisme ter plaatse bestrijden met ongebruikelijke wreedheid bestraft.

Zo stonden de zaken tot vorige donderdag 14 juli. Men zal moeten afwachten of het enkel toeval was of, of deze samenloop van omstandigheden een sprankel van hoop brengt. Maar het was precies op die dag en niet op een andere dat het nieuws begon te circuleren. De informatiedienst van de BBC in Londen en het Noordamerikaanse persbureau Associated Press, wiens officiële mededeling later zou worden overgenomen door andere gedrukte media en radiokanalen, maakten elk van hun kant het nieuws bekend: de Verenigde Naties verklaart het arrest van de vijf Cubanen en het proces dat daarop volgde arbitrair en onwettig.
Het betreft hier het rapport, uitgegeven door een panel van onafhankelijke deskundigen, de Werkgroep aangaande Arbitraire Arrestaties van de Commissie voor de Rechten van de Mens. (5) Dit rapport is het resultaat van een langdurig proces van onderzoeken, een speurtocht naar informatie en vraaggesprekken met onder meer de Regering van de Verenigde Staten.

In hun besluiten onderstreept de Groep drie hoofdaspecten: de eenzame opsluiting gedurende 17 maanden, aan de Vijf opgelegd vanaf het ogenblik van hun aanhouding, de beperkte toegang tot het bewijsmateriaal wat de beklaagden en hun advocaten betreft, en de zeer vijandige omgeving die zij moesten trotseren.

Het is passend aan te stippen dat de Groep van de Verenigde Naties bij drie gelegenheden vaststelt dat de Regering van de Verenigde Staten in hun berichtgevingen de ernstige inbreuken die zijn gepleegd toegaf.

Laten we eens kijken:

"De Regering heeft het feit niet weerlegd dat de advocaten van de verdediging slechts zeer beperkte toegang hadden tot het bewijsmateriaal... Wat hun vermogen om het bewijsmateriaal te weerleggen in ongunstige zin beïnvloedde".

"De Regering heeft niet betwist dat... het klimaat van vooringenomenheid en vooroordeel tegen de beklaagden in Miami, volhardde in en bijdroeg aan het voorstellen van de beklaagden als schuldig van bij het begin. Het werd door de Regering niet aangevochten dat, een jaar later, de Regering zelf toegaf dat Miami, waar werd bewezen dat het nagenoeg onmogelijk was om een onpartijdige jury te selecteren in een zaak gelinkt aan Cuba, niet de geschikte plaats was om een rechtsgeding te voeren".

Op die basis "komt de Werkgroep tot het besluit dat de drie elementen hierboven uiteengezet, in hun geheel van een dergelijke ernst zijn dat zij aan de vrijheidsberoving van deze vijf personen een arbitrair karakter verlenen" ; de Werkgroep verklaart dat "de vrijheidsberoving van de heren Antonio Guerrero Rodríguez, Fernando González Llort, Gerardo Hernández Nordelo, Ramón Labañino Salazar en René González Sehwerert arbitrair is en in strijd met Artikel 14 van de Internationale Conventie voor de Burgerlijke en Politieke Rechten" en bijgevolg "verzoekt de Werkgroep de Regering om de noodzakelijke stappen te ondernemen om deze situatie recht te zetten".

Hoe deze situatie rechtzetten? Welke zijn de noodzakelijke maatregelen die de Regering van de Verenigde Staten dient te nemen? De antwoorden liggen voor de hand. Het gehele proces tegen de Vijf is ergerlijk, ongeldig, verstoken van alle rechtsgeldigheid gebleken. De Vijf gijzelaars dienen onmiddellijk in vrijheid te worden gesteld.

Sinds 12 september 1998, sinds bijna 7 jaar reeds, berooft deze Regering vijf jongemannen willekeurig en onrechtmatig van hun vrijheid. Het toppunt is dat het dit doet ter bescherming van de terroristengroepen, die volledig straffeloos op Noordamerikaans grondgebied opereren. Hetgeen tot vandaag met de medeplichtige stilzwijgendheid van de belangrijke pers is gelukt.

En nu is er het UNO-rapport en de verspreiding van hun oordeel via enkele belangrijke media. Hopelijk kan de boodschap zich vermenigvuldigen en bereikt ze miljoenen personen, aan wie het recht op informatie werd ontzegd.
Laat ons hopen dat eindelijk het uur van de waarheid is aangebroken.

omhoog