|
Ik heb geen reden tot berouw. Pleidooi door René Gonzalez Sehwerert in afwachting van het vonnis, 14 december 2001. Vooraleer ik begin, wil ik een experiment voorstellen aan de aanwezigen: sluit de ogen en beeld u in dat u in het centrum van New York bent. De eerste brandweerman die langskomt, kijkt u recht in de ogen en u vertelt hem zeer ernstig dat er op 11 september niets gebeurd is. Dat het allemaal leugens zijn, en pure filmtrucage. Alles was paranoia en propaganda. Als op dit moment de schaamte, of de arme brandweerman, u niet de tong hebben doen inslikken, bent u perfect geschikt om openbare aanklager te zijn in deze zaak. En nu, met toelating van dit Hof, begin ik. Edelachtbare, Maanden geleden, tijdens één van uw pogingen om het thema van het terrorisme tegen Cuba in de doofpot te stoppen met dezelfde verdraaide argumenten en on-logica als waarmee u gans deze zaak hebt behandeld, zei mevrouw Heck Miller tot dit Hof dat we de politieke discussie konden laten op dit moment. Toen de politieke haat van de aanklagers al over ons was uitgestort door de voorwaarden van onze opsluiting, de manipulatie van de bewijzen en, erger nog, door het gebruik en misbruik van mijn eigen familie om me te chanteren, te kwetsen en te vernederen, kon ik mij nog steeds niet voorstellen hoe belangrijk het voor de aanklagers van deze zaak zou zijn om al hun politieke wrok en haat tegen ons te richten. Desondanks, na gedurende 6 maanden de aanklagers aanhoord te hebben, die hun vooroordelen werkelijk door de strot van de jury wilden rammen, kan ik nog steeds aan mevrouw Heck Miller vertellen dat ze zich vergiste en dat ik geen behoefte voel om over mijn politieke overtuiging te praten. Op geen enkele manier herroep ik mijn politieke overtuiging, maar ik heb die niet nodig om te vertellen dat ik het terrorisme en de oorlog verwerp. Ik veracht die mensen die, zo verblind door hun haat en hun ellendige belangen, zo veel tijd hebben besteed om hun land schade toe te brengen door het terrorisme en een laffe oorlog te propageren. Het ontbreekt hen aan de moed, die anderen en zeker hun slachtoffers wel moesten hebben op het slagveld. Ik moet niet praten over politiek omdat ik denk dat noch in Cuba, noch hier in de VS, noch op gelijk welke andere plaats, onschuldige mensen daarvoor moeten sterven. En ik zou opnieuw doen wat ik deed en dezelfde risico's nemen voor elk land in de wereld, ook voor de Verenigde Staten, boven alle politieke overwegingen. Ik ben er vast van overtuigd dat men katholiek kan zijn en een goed mens, jood kan zijn en een goed mens, kapitalist, islamiet of communist en een goed mens, maar er bestaat niet zoiets als een goed mens die terrorist is. Men moet ziek zijn om terrorist te zijn, zoals men dat ook moet zijn om te geloven dat er op de wereld zoiets bestaat als goed terrorisme. Spijtig genoeg denkt niet iedereen zo. Als het tegen Cuba is, schijnen de regels plots te veranderen, en denken sommigen dat oorlog en terrorisme goede zaken zijn: zo krijgen we de aanklager Kastrenakes die het recht van José Basulto verdedigt om de wet te schenden als het maar aangekondigd wordt op TV. We hebben de expert in terrorisme meneer Hoyt, die denkt dat 10 explosies in een jaar een golf van terrorisme zijn in Miami, maar niet als het op Cuba gebeurt. We hebben de expert in de veiligheid van de luchtvaart, voor wie de provocaties van de “Hermanos al Rescate” boven Havana (openlijk op de televisie verspreid) anders zijn dan boven Washington. We hebben hier personen die openlijk toegeven al 40 jaar terrorist te zijn, en de aanklagers hier aan mijn linkerzijde doen niet meer dan dat noteren als het gaat over onze verdediging. De agenten Angel Berlingueri en Hector Pesquera (deze laatste het hoofd van de lokale FBI) stappen trots als genodigden naar hetzelfde radiostation dat de federale wet overtreedt door openlijk fondsen te verzamelen om terroristische activiteiten te organiseren of terroristen over de hele wereld te verdedigen. Ondertussen vraagt Caroline Heck Miller dat deze terroristen gestraft zouden worden in het hiernamaals. De heer Frometa, na de aankoop van niet minder dan een paar luchtafweerraketten, antitankwapens en wat sterke springstoffen, wordt voorgesteld als een brave huisvader, een goede burger en een goede mens, die misschien zoiets verdient als een jaar huisarrest door het Openbaar Ministerie van het District Zuid van Florida. Dit, Edelachtbare, heet voor zover ik weet hypocrisie en het is bovendien misdadig. En als ditzelfde ministerie probeert om mij zolang mogelijk in het “Special Housing Unit” op te sluiten, als mijn familie gebruikt wordt als wapen om mijn wil te breken, als het mijn dochters slechts 2 keer in deze 17 maanden isolatie werd toegestaan om hun vader te bezoeken, als de enige manier om de eerste pasjes van mijn kleine dochtertje te zien door een venster van de 12e verdieping was, dan kan ik me alleen maar trots voelen hier te zijn. Ik kan de aanklagers alleen maar bedanken om me de kans te geven te beseffen dat ik op de correcte weg ben, dat de wereld nog veel verbeterd moet worden en dat het het beste is voor het Cubaanse volk om hun eiland zuiver te houden van de elementen die zich hier in Miami bevinden. Ik wil hen bedanken voor het zelfvertrouwen dat ze me gegeven hebben, omdat ik na al hun haat en minachting nog deze trots kan voelen. Ik heb hier de meest intense, nuttige belangrijke en eervolle dagen van mijn leven beleefd, toen deze rechtszaal te klein leek voor al de waarheden die hier gezegd werden, en de aanklagers zich moesten kronkelen in hun onmacht om deze waarheden te verstoppen. En als een verontschuldiging hun goed doet, wel die kunnen ze krijgen: het spijt mij dat ik aan uw agenten niet heb kunnen zeggen dat ik samenwerkte met de Cubaanse regering. Als zij een eerlijke houding hadden gehad tegenover het terrorisme, dan had ik dat kunnen doen en dan hadden we samen dat probleem kunnen oplossen. Als ik denk aan de oeverloze discussies over de bedoeling de wet te overtreden, besef ik dat het hier om veel meer gaat dan het feit of zich niet registreren legaal of illegaal is. Want ondanks het feit dat buitenlandse agenten zich kunnen adverteren in de Gouden Gids zonder zich eerst te laten registreren, moeten wij, als het over Cuba gaat, incognito blijven. Zelfs als het gaat over zo'n elementaire zaken als het neutraliseren van terroristen of drughandelaars, iets wat we als men het logisch bekijkt, samen zouden moeten doen. Het spijt mij ook dat de anti-Castro groep van criminelen die ik bestreed, banden bleek te hebben met sommige officiëlen of leden van het openbaar ministerie. Het spijt me werkelijk erg voor deze laatsten. Tenslotte heeft deze zaak rond agenten van Cuba een heel eenvoudige oplossing: laat Cuba met rust. Doe uw werk. Respecteer de onafhankelijkheid van het Cubaanse volk. Ik zou met veel plezier afscheid nemen van de laatste spion die naar het eiland terugkeert. We hebben ginder wel wat beters te doen, wat constructievers dan de criminelen in het oog te houden die ongestraft door de straten van Miami wandelen. Ik wil dit moment niet laten voorbijgaan zonder me te wenden tot de vele goede mensen die ik hier heb leren kennen tijdens dit proces: Eerst en vooral wil ik de US Marshalls bedanken voor hun professionalisme, hun waardigheid, hun hoffelijkheid en hun anonieme opoffering en toewijding. Er waren goede momenten die we met hen doorbrachten, als we de troost hadden dat we de enigen waren in de zaal met wie geen rekening werd gehouden als het tijd of uren betrof, en we moesten er soms samen om lachen. Maar ze waren altijd gedisciplineerd en deden hun werk goed. Ik wil ook de vertalers bedanken: Larry, Richard en Lisa. Hun werk was van hoge kwaliteit en ze waren altijd beschikbaar voor ons of onze familie. Mijn oprechte dank voor hun ijver en sereniteit. Het moet een voorrecht zijn voor dit Hof om met zo'n ploeg te mogen werken. Mijn beste wensen ook voor meneer Londergan. Mijn diep respect voor de Noordamerikaanse militairen die meewerkten, zij het voor het openbaar ministerie of voor de verdediging, ze deden het met oprechtheid. Zo ook de ambtenaren, de experten en de agenten die eerlijk waren. Ik had graag meer eerlijkheid gezien in deze laatste groep en ik zou het hier dan graag erkend hebben. Voor al diegenen die het beste van het Noordamerikaanse volk hebben vertegenwoordigd, mijn oprechte blijken van sympathie en mijn verzekering dat er een heel volk, hier slechts een pas vandaan in zuidelijke richting, geen haat voelt tegenover die grote noordelijke buur. Een volk en een land, die regelmatig beledigd en slecht gemaakt werden tijdens dit proces door personen die ofwel niet weten, ofwel niet willen weten wat Cuba werkelijk is. Ofwel interesseert het hun niet. Ik wil enkel iets voorlezen uit een brief van mijn vrouw van 30 juli ll: “René, hier komt geen einde aan de blijken van steun voor onze families en voor jullie. Gisteren, toen ik op straat terugkeerde van het huis van mijn moeder, herkenden velen me en Ivette praatte met iedereen. Omdat het Carnaval is, zat de bus zeer vol toen we in het centrum van Havana kwamen. Ivette zette zich op het trapje van de bus en wilde er niet af. Je kan je voorstellen: de overvolle bus, Ivette koppig gezeten en ik die probeerde haar op te tillen, zonder succes, en de mensen die drumden. Toen kwam een vrouw naar me toe, gaf me een hand en haalde uit haar tas een spreuk “een gelukkige thuis”, en zei me: “In mijn kerk bidden we alle dagen voor de vijf en voor hun kinderen, opdat ze een gelukkige thuis zouden hebben zoals Jezus had, en we zijn hier om te zorgen dat alle kinderen dat hebben.” Ze liet me verbaasd achter, ik had bijna geen tijd om haar te bedanken want ik moest me haasten om af te stappen, maar ik had begrepen dat we allen Cubanen zijn, en vandaag zijn we meer verenigd dan ooit, over alle godsdiensten of geloof heen, ieder met zijn geloof of ideaal, maar allen voor dezelfde zaak. Ik zal de spreuk bijhouden als herinnering.” Ik zie me verplicht hier te stoppen met lezen, om te verklaren dat ik niet gelovig ben. Maar ik wil niet, dat na dit proces mijn woorden verdraaid worden en dat beweerd zou worden dat ik God heb gebruikt uit hypocrisie. Edelachtbare: Zoals u kan zien moet ik ook mijn politieke overtuiging niet ter sprake brengen om over Cuba te kunnen praten. Anderen hebben dat gedaan tijdens dit proces, gedurende 3 jaar een irrationele haat verspreidend, absurd tot op het merg, want het is een haat tegen iets dat u absoluut niet kent. Het is werkelijk triest opgevoed te worden om iets te haten waar je niets van af weet. Het is zo dat u ongestraft het Cubaanse volk kon aanvallen, wiens enige misdaad erin bestaat zijn eigen weg te hebben gekozen en die met vele opofferingen succesvol te verdedigen. Ik ga niet opnieuw alle leugens weerleggen die hier over Cuba verspreid zijn, maar ik zal me richten op één zaak die werkelijk een gebrek aan respect betekende voor deze zaal en de jury: Toen meneer Kastrenakes rechtstond om te beweren, voor de symbolen van de Amerikaanse justitie, dat wij naar hier gekomen waren om de Verenigde Staten te vernietigen, toonde hij duidelijk hoe weinig hij geeft om deze symbolen, om deze rechtspraak. Hij toonde ook hoe weinig respect hij heeft voor deze jury. Spijtig genoeg bleek hij gelijk te hebben wat dit laatste betreft. Noch de bewijslast in deze zaak, noch de geschiedenis, noch onze overtuiging, noch de opvoeding die wij kregen steunen het absurde idee dat Cuba de Verenigde Staten wil vernietigen. Het is niet door een land te vernietigen dat de problemen van de mensheid kunnen opgelost worden. Reeds gedurende eeuwen zijn mogendheden vernietigd, opdat op hun ruïnes andere van dezelfde soort of erger zouden ontstaan. In Cuba is het bijna immoreel een vlag te verbranden, ook al is die van de Verenigde Staten of van gelijk welk ander land, en het is niet van een welopgevoed volk als het Cubaanse dat gevaar zal komen voor deze natie. En als u mij toelaat, als afstammeling van nooramerikaanse werkers, met het voorrecht hier geboren te zijn en opgegroeid in Cuba, zou ik aan het Amerikaanse volk willen zeggen om niet zo naar het zuiden te kijken om het gevaar voor de VS te zien. Kijk naar de waarden en oprechte bedoelingen van hen die dit land oprichtten. Het is juist het gebrek aan deze waarden en idealen, dat het werkelijke gevaar voor deze samenleving betekent. De macht en de technologie kunnen een zwakheid betekenen als ze niet in handen zijn van beschaafde mensen, en de haat en onwetendheid tegenover een klein land dat niemand hier kent kunnen gevaarlijk zijn in combinatie met machtswellust en gevoelens van valse superioriteit. Ga terug naar MarcTwain en vergeet Rambo als je echt een beter land wil voor je kinderen. Elke vermeende christen die hier leugens vertelde op de bijbel is een gevaar voor dit land want zijn gedrag vertegenwoordigt de teloorgang van de waarden in dit land. Edelachtbare: Ik heb deze woorden geschreven in het vooruitzicht van mijn vonnis, voorzien voor 26 september, maar de verschrikkelijke en tragische misdaden van de 11e van deze maand, verplichten me enkele overpeinzingen toe te voegen aan mijn betoog. Ik moet met veel tact spreken, om niet beschuldigd te worden van misbruik van deze feiten in mijn voordeel. Maar er zijn momenten waarin we de waarheid moeten zeggen, ook al is die hard, zoals we aan een kind of een broer die een fout begaat hem hierop moeten wijzen om hem in de toekomst te behoeden voor dergelijke misstappen. Het is met deze bedoeling dat ik me via u richt tot de noordamerikaanse bevolking. De tragedie die dit volk vandaag treft heeft zijn oorsprong vele jaren geleden, toen men ons deed geloven dat in een verre en onbekende streek enkele personen streden voor hun vrijheid door burgervliegtuigen te kapen en scholen te bombarderen, en hiermee het communisme te bekampen. Ik zal het noordamerikaanse volk nooit beschuldigen van een dergelijk gebrek aan visie, maar wie deze personen hun raketten bezorgde en nu verbaasd is over hun criminele activiteiten, is een hypocriet. Ik kijk niet naar het verleden om daar iemand mee rond de oren te slaan. Ik nodig u alleen uit om naar het heden te kijken en na te denken over de toekomst. Aan het Hof wil ik deze spreuk meegeven: “De hypocrisie van gisteren is de tragedie van vandaag, zoals de hypocrisie van vandaag de tragedie van morgen zal zijn.” Wij hebben allemaal een verantwoordelijkheid tegenover onze kinderen die verder gaat dan politieke voorkeur, een rijkelijk salaris, een politiek postje of de hielen likken van een groepje machthebbers. Deze verantwoordelijkheid verplicht ons af te stappen van de huidige hypocrisie om een toekomst zonder tragedies te kunnen opbouwen. In naam van deze hypocrisie hebben jullie ons vijven willen veroordelen, en als ik geconfronteerd word met mijn straf dan besef ik dat ik niet eens het recht heb me als een slachtoffer te beschouwen, in tegenstelling tot mijn kameraden. Mijn gedrag komt volledig overeen met wat in de beschuldigingen staat: ik word veroordeeld om solidair te zijn met mijn broeders, om enkele waarheden te zeggen en de leugens van het Openbaar Ministerie te ontkrachten, die mijn activiteiten en mijn persoon wilden voorstellen als een gevaar voor de noordamerikaanse samenleving. Ik wil dan ook geen genade vragen aan dit Hof op dit moment, of berouw te tonen zoals anderen op verschillende manieren gedaan hebben. Ik wil hen niet veroordelen en ieder zal wel weten wat hij moet doen met zijn waardigheid. Ik weet ook wat ik met de mijne moet doen, en ik hoop dat u zal begrijpen waarom ik geen redenen tot berouw heb. Maar ik zal altijd de verplichting voelen gerechtigheid te vragen voor mijn kameraden, beschuldigd van misdaden die ze niet begaan hebben en veroordeeld op basis van vooroordelen door een jury die de unieke kans heeft laten ontsnappen om een verschil te betekenen. Ze hebben nooit een sluier van dit land willen oplichten en de zwaarste beschuldiging bestaat er enkel in dat een patriot de onafhankelijkheid van zijn vaderland verdedigde. Ik wil gebruik maken van de woorden van een goede Cubaan en vriend, die ondanks het feit dat hij naar hier is komen wonen door onenigheid met de Cubaanse regering toch een eerlijk persoon is gebleven. Ik maak van de gelegenheid gebruik om eer te betonen aan de eerlijke Cubanen die hier ook leven en die de overtocht maakten voor een ander land dan dat van de leugens van dit ministerie, en die zeggen: “Deze jongens werden veroordeeld voor de misdaad waardig te zijn” Reeds meer dan 2 jaar geleden kreeg ik een brief van mijn vader waarin hij onder andere zijn hoop uitsprak dat ik voor een jury zou kunnen verschijnen die de waarden van Washington, Jefferson en Lincoln zou hanteren. Spijtig genoeg heeft hij geen gelijk gekregen. Maar ik verlies het geloof niet in de mensen en in hun mogelijkheid om zich door die waarden te laten leiden. Ik denk ook niet dat Washington, Jefferson en Lincoln in de meerderheid waren in de tijd dat zij hun sporen nalieten in de geschiedenis van dit land. Terwijl deze 3 sjofele jaren geschiedenis schreven door een berg van argumenten, moties en technische kunstgrepen, werd een hele geschiedenis van chantage, machtsmisbruik en een absoluut gebrek aan respect voor dit rechtssysteem begraven. Wij blijven het noordamerikaanse volk oproepen om deze waarden en de waarheid op te eisen met alle geduld, geloof en moed die ons de “misdaad om waardig te zijn” kan ingeven. Hartelijk dank. René Gonzalez Sehwerert |