print versie

Pleidooi gehouden door kameraad Gerardo Hernandez Nordelo in het vooruitzicht van de uit te spreken strafmaat, 12 december 2001

Geachte mevrouw de rechter,

Ik zou graag enkele dankwoorden willen uiten aan het adres van de grote groep bedienden van de federale regering (van de VS). Zij hebben ons gedurende maanden geholpen en bijgestaan tijdens dit lang en ingewikkeld proces. Ik doel op de tolken, stenografen, bodes en andere assistenten. Zij waren ten allen tijde zeer professioneel.

Het is ook niet meer dan correct om publiekelijk mijn dankbaarheid te tonen aan onze advocaten. Zij hebben onze zaak zeer goed verdedigd. Al was het een moeilijke opdracht. 

Om zeker niet meer van uw kostbare tijd te verspillen zal ik zo kort mogelijk zijn. We zijn immers met vijf en we hebben allemaal hetzelfde meegemaakt. Daarom zal ik de aspecten waarvan ik weet dat zij ze zullen aansnijden in hun tussenkomsten, niet nog eens vertellen.

Maar eigenlijk zouden we veel meer tijd moeten krijgen om te wijzen op al de zwakheden in de bewijslast van de officier van justitie. Zijn slotpleidooi is gebaseerd op kleine onderdelen van bewijsstukken en het weglaten van de context van deze stukken.

Deze enkele minuten zijn ook niet genoeg om te wijzen op alle pogingen die de officier van justitie heeft ondernomen om de jury te beïnvloeden. Door deze beïnvloeding is de jury meer beginnen te denken met zijn gevoelens en minder volgens de waarheid en de wetten. Ik heb ook geen tijd om de politieke aard van dit proces aan te kaarten. Niemand beter dan u, weet wat er in deze zaal is gebeurd tussen december 2000 en juni 2001.

Sommige mensen kunnen echt hebben gedacht dat wij een onpartijdig en eerlijk proces konden krijgen in Miami. Zij zullen niet de radicale groep Cubano-Amerikanen kennen. Ook zullen ze geen weet hebben van de acties die deze hebben ondernomen tegen Cuba gedurende vele jaren. Deze mensen zullen zeker nog nooit hebben geluisterd naar Radio Cubana.
Spijtig genoeg is er een realiteit waar het Amerikaanse volk weinig of geen weet van heeft. Vanaf het moment dat we vernomen dat het proces zich ging afspelen in Miami, wisten we al dat we veroordeeld gingen worden.

We zouden liegen als we niet erkennen dat naar mate het proces vorderde we soms dachten dat wat onmogelijk leek, de vrijspraak, waar kon worden. Deze hoop werd gevoed door de overtuigende argumenten en bewijzen van de verdediging en het wanhopige optreden van de officier van justitie. Zelfs de reacties van de lokale pers stemden ons hoopvol. Maar de jury, met zijn snelle en ondubbelzinnige uitspraak, boorde onze hoop de grond in en bevestigde onze eerste pronostiek. Na een uitputtend proces van 6 maanden, met tientallen getuigen en uitgebreide bewijzen, had de jury slechts enkele uren nodig om te komen tot een unaniem oordeel.

Het volstaat om de uitspraken van de voorzitter van de jury te lezen, om te begrijpen dat we nooit enige kans maakten. De vooroordelen en de laatste bedrieglijke woorden van de officier van justitie hebben meer invloed gehad dan alles wat in de 6 maanden naar voor is gekomen.

En wanneer ik het heb over de bedrieglijke houding van de officier van justitie, dan wil ik niet oneerbiedig zijn of spreken zonder bewijzen. Zoals ik al zei, heb ik niet genoeg tijd om alle voorbeelden op te sommen. Herinnert u zich de vertaler gebruikt door de officier van justitie. Men beweert dat hij specialist is in deze materie. Hij verzekerde voor deze rechtszaal dat het woord ‘plastilina' in het Spaans wordt gebruikt voor het explosief. Dit terwijl elk Spaanssprekend kind, zonder expert te zijn, weet dat ‘plastilina' alleen maar is wat in het engels ‘molden clay' (plasticine in het Nederlands) wordt genoemd. Het bewijsstuk waarin dit woord werd gebruikt, werd elke keer door de officier van justitie misbruikt, waardoor het alarmerende proporties aannam. Dit terwijl wij zelfs het woord nooit hebben uitgesproken.

Men zegt dat wij gevaarlijke spionnen zijn die proberen aanslagen te plegen tegen de nationale veiligheid. Om dit te bewijzen sprak de aanklager herhaaldelijke maal over een vermoedelijk incident in Cuba met een taxi chauffeur van dit land. Dit incident gebeurde op het ogenblik dat een golf van aanslagen het eiland teisterde. Bij dit verwijt vraag ik mij af hoeveel taxi chauffeurs zouden op dit ogenblik niet door het F.B.I. in het oog worden gehouden. Niet omdat ze zich ooit negatief hebben uitgelaten over de Amerikaanse regering, maar alleen om het feit dat ze een tulband dragen. En je kan de handelingen van een land of van zijn inwoners alleen maar begrijpen als je er leeft en als je de dagelijkse realiteit meemaakt. Over het besproken incident kan niemand mij zeggen wat wij daar eigenlijk mee te maken hebben. Wat heeft dit incident te maken met de beschuldigingen?

Ik heb een rapport gelezen van de woordvoerder van de P.S. I. en zou graag enkele citaten eruit voorlezen. “Cuba heeft het recht zich te verdedigen tegen terroristische aanslagen die men voorbereidt in Florida. Dit feit is historisch bewezen en werd aangeklaagd door de Cubaanse overheid. Met dit zelfde recht mogen de V.S. zich verdedigen tegen de plannen die de organisatie van Osama Bin Laden smeedt. Deze organisatie heeft ons land veel schade toegebracht en dreigt het nog te doen. Ik ben er zeker van dat de zonen van dit land dezelfde patriottische opdracht zouden hebben volbracht en dat ze nooit schade zouden toebrengen aan de nationale veiligheid van het land waarin deze terroristen zich schuilhouden.”

De President van de Verenigde Staten zei op de vergadering van de Verenigde Naties dat alle landen zich moeten verenigen in de strijd tegen het terrorisme. Het lijkt dat dit alleen maar geldt voor enkele terroristen en niet voor alle terroristen. Men veroordeelt de acties van enkele criminelen en herbergen anderen. Dit zorgt ervoor dat deze straffeloos acties kunnen ondernemen tegen de veiligheid van bepaalde landen. En dan worden deze criminelen nog ‘strijders voor de vrijheid' genoemd. Hierdoor zal deze terroristische gesel nooit worden uitgeroeid. Meer nog het zorgt ervoor dat men steeds zijn zonen op risicovolle missies zal moeten sturen. Of die missies nu zijn in Afghanistan of in het Zuiden van Florida.

Geachte mevrouw, ze beschuldigen ons van spionage en schade aanbrengen aan de nationale veiligheid van de Verenigde Staten. Ze zetten ons op hetzelfde niveau als diegenen die deze misdaden hebben begaan. En dit zonder één onweerlegbaar bewijs en zonder dat we enige schade hebben toegebracht.

De beschuldigen van spionage zijn in ons geval echt belachelijk. Zelfs in de geschiedenis van de Verenigde Staten is er nooit een gelijkaardig proces geweest. Wat we hier dan wel deden hebben we eerlijk naar voor gebracht. De persoon die het dichtste bij een militair project was, had als opdracht om een job te zoeken waardoor hij de hoeveelheid aan vliegtuigen kon vaststellen. Dit is geen spionage. Dat zeggen ook hooggeplaatste getuigen.

Wat je ons wel kan verwijten is dat we in het bezit waren van valse identiteitspapieren. De enige reden hiertoe is het garanderen van onze veiligheid. Als rechter kent u de delicten die men kan plegen met zulke valse papieren, maar jullie hebben moeten erkennen dat we die niet hebben gepleegd. Dat we via deze papieren alleen maar onze familie hebben beschermd.

Ik wil het ook nog hebben over de derde beschuldiging die men ons ten laste legt: samenzwering met het oog op het plegen van aanslagen.

De heren van het ministerie van justitie en van de F.B.I. weten en wisten van in het begin wat er werkelijk is gebeurd vanaf 24 februari 1996. Zij zelf hebben toegegeven dat de afgeluisterde gesprekken die ze hebben uitgekozen slechts kleine stukjes zijn van alle gesprekken die ze hebben onderschept. Zij kennen het ware verhaal. Zij weten dat er geen plan was om een vliegtuig neer te halen en zeker niet om dit te doen boven internationale wateren. Ze weten ook dat ik nooit, en Juan Pablo Roque zeker niet, het plan hadden om sportvliegtuigen neer te halen. Ze weten dat de geplande terugkeer van Roque slechts persoonlijke redenen had. Dat de periode van de terugkeer alleen maar werd bepaald door de beschikbaarheid aan plaatsen. Als er een plan bestond waaraan Roque aan moest deelnemen, waarom kon hij dan blijven tot de 27 e februari? Dit is slechts één van de vele details die van deze beschuldiging de ridicuulste van alle beschuldigingen maken.

Zelfs na twee jaar van constante bewaking, het afluisteren van onze telefoongesprekken en het in beslagnemen van materiaal uit die periode kan het ministerie geen enkel onweerlegbaar bewijs voorleggen om de beschuldigingen te staven. Zij kunnen zeker niet bewijzen dat ik betrokken was bij een samenzwering om vliegtuigen neer te halen. Heel hun zaak is gebaseerd op speculaties en kleine stukjes uit gemanipuleerde documenten, die uit hun context zijn getrokken. Voeg daarbij de emotionele manipulatie als men het heeft over “het mogelijke verlies van levens”.

Het volstaat om zich af te vragen welk motief het openbaar ministerie had om zulk een show op te voeren rond deze beschuldiging. Waarom ze zo graag iemand veroordeelt zagen voor iets waarvan ze weten dat hij het niet heeft gedaan. Het antwoord is misschien niet zo moeilijk. Het is genoeg zich te herinneren welke enorme druk de Cubaanse gemeenschap heeft uitgeoefend na de gebeurtenissen van 24 februari. Ze was niet tevreden met alleen maar economische sancties. Ze beschuldigde de regering van de V.S. zelf van medeplichtigheid aan de gebeurtenissen omdat er niets werd gedaan om de daders te straffen. Ze werden nog kwader toen het uit kwam dat de F.B.I. was geïnfiltreerd in enkele Cubano-Amerikaanse organisaties in Miami, inclusief in ‘Hermanos al resacate'. Om iedereen te kalmeren en de relaties te verbeteren was het nodig om een schuldige te vinden, of zelfs te fabriceren.

De overheid wist dat dit een situatie was waarin elke uitkomst een positieve was. Als ik zou veroordeeld worden, des te beter. Als ik zou worden vrijgesproken, dan zouden ze ook winnen want niemand zou hen kunnen verwijten dat er geen rechtszaak was geweest.

Het kan zijn dat onschuldige en onwetende mensen, kunnen denken dat ik overdrijf. Dat het niet kan dat de Noordamerikaanse overheid zoveel belang hecht aan de reacties van de extreemrechtse groepen onder de Cubaanse-Amerikaanse gemeenschap. Aan hen wil ik zeggen dat zij niet naar Cuba kunnen reizen, dat zij geen Cubaanse sigaren mogen roken of gewoon maar handel drijven met Cuba of zelfs Cubaanse medicijnen geven aan hun zieke kinderen. Ik denk niet dat deze maatregelen zijn getroffen in het voordeel van het Amerikaanse volk.

Geachte mevrouw, ik heb steeds gezegd en herhaald hoe spijtig ik het vind dat er 4 doden zijn gevallen, en ik begrijp het verdriet van de families. Maar ik vind het ook erg dat er duizenden levens zijn verloren tijdens de laatste 40 jaar in mijn land. Hun Cubaanse families lijden ook. Ook zij hebben namen en foto's, maar die mogen niet getoond worden in deze rechtszaal.

Cuba heeft dit incident niet uitgelokt. Integendeel, ze wilde het met alle mogelijke middelen voorkomen. Het hoofdargument van het openbaar ministerie was dat het een misdaad was omdat de burgerlijke vliegtuigen onbewapend waren. Recentelijk heeft dit land, op een brutale en spijtige manier, meegemaakt hoeveel schade zo een vliegtuig kan toebrengen. Daarom hebben jullie leiders nu gezegd dat elk toestel dat van z'n route afwijkt, zelfs al heeft het passagiers aan boord, dan nog kan het neergehaald worden. Misschien zal het openbaar ministerie dit dan ook als een misdaad beschouwen. Mevrouw de rechter, u hebt gezegd dat dit land het “begrip onveiligheid” sinds 11 september anders invult; spijtig genoeg heeft Cuba dit ook moeten doen sinds 1 januari 1959, en dat is wat men niet wil begrijpen.

De hoofdverantwoordelijken van het incident op 24 februari 1996, zijn dezelfden die niet ophouden met het provoceren van een bilateraal conflict tussen de V.S. en Cuba, zodat het leger van dit land zou doen wat ze zelf niet konden gedurende de laatste 40 jaar. Of het nu boten zijn die in onze wateren komen of het vliegtuigen zijn die ons luchtruim binnendringen, het objectief blijft hetzelfde: dat de V.S. de Cubaanse regering uit de weg ruimt, en het doet er niet toe hoeveel levens dat kost.
Je kan dus met zekerheid zeggen dat het juist deze extremistische groeperingen zijn die de veiligheid in het gedrang brengen.

De officier van Justitie zei tijdens zijn slotpleidooi dat ik bloed aan mijn handen heb. Ik vraag mij af wie bebloede handen heeft, ik of diegene die met zijn kanon heeft geschoten op een Cubaans hotel vol met gasten. Het is bewezen dat dit individu wapens naar Cuba wou smokkelen. Diezelfde persoon heeft herhaaldelijke malen openlijk de Cubaanse wetten overtreden, maar ook de wetten van dit land lapt hij aan zijn schoenen. Maar niet alleen de wetten werden door hem overtreden, ook alle richtlijnen die gelden in de luchtvaart. Dit individu heeft die jongeren de dood ingestuurd, hij heeft hen op het moment dat de spanning het hoogst was niet teruggeroepen. Hij had zijn afspraak met de geschiedenis terwijl zijn kameraden stierven.

Hij heeft bloed aan zijn handen en deze bebloede handen zijn via het openbaar ministerie in deze rechtszaal geraakt. Ze vonden het zelfs niet erg om samen met dit individu een persconferentie te houden de dag van de uitspraak. Is dat niet een contradictorische houding van zij de zeggen dat ze de wet vertegenwoordigen.

Dat de heren van het openbare ministerie weten dat het enige bloed dat ik aan mijn handen heb is dat van mijn gevallen landgenoten die het slachtoffer waren van individu's die hier gewoon op straat kunnen lopen. Maar ik blijf bereid mijn leven op te offeren voor de veiligheid van mijn volk.

Geachte mevrouw, het openbaar ministerie heeft gevraagd om mij te veroordelen tot een levenslange straf. Ik heb er vertrouwen in dat als het niet op dit, dan wel op een ander niveau van de rechtspraak, de rede en gerechtigheid zal zegevieren. Dat men dan niet zal luisteren naar politieke vooroordelen en dat men zal inzien dat wij geen enkele schade hebben toegebracht aan dit land. Maar als dit niet gebeurt dan kan ik alleen maar denken aan de woorden van één van de grootste patriotten van dit land, Nathan Hale: “Wat me het meeste spijt is dat ik maar één leven heb om te geven voor mijn land”.

Bedankt,

Gerardo Hernandez Nordelo

omhoog