|
Twee Cubaanse vrouwen, wier echtgenoten lange gevangenisstraffen uitzitten in de Verenigde Staten wegens samenzwering met het oog op spionage, voeren campagne om hen te mogen bezoeken. Vertaling: Erwin Carpentier Het zijn niet de Cubaanse autoriteiten die hen een reisvergunning weigeren maar wel de Amerikaanse, die hen al voor bijna 10 jaar visa weigeren. Ze maken deel uit van de echtgenotes van de zogenoemde Cubaanse Vijf die in 1998 in Florida werden gearresteerd omdat ze zogezegd deel uitmaakten van een spionagenetwerk onder de naam “Wespennetwerk”. Eerder deze maand zond de BBC een interview uit met de leider van de groep, Gerardo Hernandez, vanuit zijn gevangeniscel in Californië. Hij zit er momenteel een dubbele levenslange gevangenisstraf uit wegens samenzwering met het oog op spionage en moord. Het was het eerste interview met iemand van de Vijf en het haalde de voorpagina’s in Cuba, dat ervan overtuigd is dat de mannen onterecht werden veroordeeld en dat al lange tijd campagne voert voor een nieuwe rechtzaak. Bezoek geweigerd Vanuit zijn superbeveiligde gevangenis in Californië beschreef Gerardo Hernandez het leven achter de tralies. “Het ergste aan mijn behandeling heeft niet te maken met de gevangenis, maar met het feit dat ik al tien jaar lang mijn echtgenote niet hebben kunnen zien omdat de VS-regering haar geen visum wil geven.” Ik ontmoette zijn echtgenote Adriana in een kantoor in het centrum van Havana. Een vrouw met een zachte maar toch vastberaden stem. Ze had stapels brochures en boeken bij die over de zaak van de Vijf zijn geschreven. Ik had mijn laptop bij met daarop een kopie van het BBC-interview en een Spaanse vertaling. “Ik heb al zeven keer een aanvraag ingediend,” vertelde ze mij, “en telkens krijg ik een andere reden te horen voor de weigering. Ze zeggen dat ik een bedreiging zou kunnen zijn voor de veiligheid van de Verenigde Staten, een potentiële terrorist of zelfs een illegale immigrant.” Adriana spreekt geregeld via de telefoon met haar man. Terwijl ik het interview liet afspelen zat ze er stilletjes bij, intens geconcentreerd op de stem van haar echtgenoot, met nu en dan een emotionele blik op het gezicht. “Het was als een lichtstraal,” zei ze me achteraf, “Het doet me hopen dat ik hem zal ontmoeten. Zelfs als we elkaar niet kunnen aanraken, gewoon hem in de ogen kunnen kijken zou enorm veel betekenen.” Betwistbaar proces De vijf Cubanen werden in 2001 door een rechtbank in Miami veroordeeld voor een reeks beschuldigingen, waaronder het opgeven van een valse identiteit, het proberen verkrijgen van militaire VS-geheimen en het bespioneren van Cubaanse groepen in ballingschap. Het was een bijzonder omstreden proces, niet in het minst omdat het plaatsvond in Miami, het centrum van de anti-Castristische activiteiten van de Cubaanse ballingen in de VS. Het blad Miami Herald omschreef het onlangs nog als “een van de meest politiek geladen strafprocessen van Zuid-Florida”. Van de Vijf kregen Antonio Guerrero en Ramon Labanino levenslang, Fernando Gonzales kreeg 19 jaar, en Rene Gonzales kreeg 15 jaar. Gerardo Hernandez werd ook beschuldigd van samenzwering voor de dood van vier Cubaanse vluchtelingen waarvan het vliegtuigje in 1996 boven de Straat van Florida werd neergehaald door de Cubaanse luchtmacht. Drie van de echtgenotes kregen toestemming om hun echtgenoten in de gevangenis te bezoeken. Maar Adriana Perez en Olga Salanueva, de vrouw van Rene Gonzales, kregen systematisch geen visa voor de VS. Ik vroeg haar naar de beschuldigingen voor samenzwering tot moord en de families van de vier Cubaanse vluchtelingen die omkwamen toen hun vliegtuigjes werden neergehaald door de Cubaanse gevechtsvliegtuigen. “Jammer genoeg hadden zij ook gezinnen die het verlies van hun dierbaren moesten betreuren. Maar Gerardo had daar niets mee te maken,” zegt ze. “Het was een door de Cubaanse regering genomen beslissing in het kader van de verdediging van het grondgebied.” “De regering had de VS ingelicht dat ballingengroepen herhaaldelijk het Cubaanse luchtruim schonden,” vertelde Adriana Perez mij. Nationale helden De vijf mannen zijn nationale helden in Cuba. Overal in Havana en in heel het land hangen reusachtige posters van hen. Ze zijn ook regelmatig het voorwerp van bijeenkomsten en betogingen. De overheid hier zegt dat ze niet naar Miami waren gezonden om de VS te bespioneren, maar om de door de Cubanen als “terroristen” bestempelde militante anti-Castrogroeperingen te infiltreren en in het oog te houden. In het jaar voor hun arrestatie waren er een reeks bomaanslagen geweest tegen toeristische doelwitten in Havana, waarbij een Italiaan omkwam en verschillende Cubanen gewond werden. De Cubaanse Vijf kunnen wereldwijd op de sympathie rekenen van een brede groep medestanders, met een in San Francisco gemaakte Free the Five webpagina. Op 20 augustus hoort het Hof van Beroep (van het 11e rechtsgebied) de mondelinge argumenten voor de klachten van onvoldoende bewijs in hun zaak. Adriana Perez en Olga Salanueva zijn ook van plan om beroep aan te tekenen tegen de weigering om hen visa te verlenen, in de hoop dat ze hun echtgenoten in de gevangenis zullen mogen bezoeken. |