Socialistische hoop Frei Betto Het einde van de Koude Oorlog en de val van de Berlijnse Muur hebben meegebracht dat het neoliberalisme de enige hegemonische macht op deze planeet geworden is en dat de sociale ongelijkheden groeien. Vandaag de dag zijn we met 6,6 miljard bewoners op deze aarde. Volgens de UNO leeft 2/3 ervan onder de armoedegrens en 1,4 miljard mensen leven in uiterste armoede, m.a.w. ze beschikken over minder dan 1dollar per dag. 864 miljoen mensen lijden chronisch honger. 500 miljard dollar zou volstaan om de honger in de wereld drastisch te reduceren. Nochtans verspilt men jaarlijks het dubbele van dat bedrag aan bewapening. Men inversteert in de dood en niet in het leven. Dat is de logica van het kapitalisme. Op een belangrijk moment als vandaag kan ik de volgende vraag niet ontwijken: “Waarom is het socialisme, dat in theorie een humanitair alternatief voor het kapitalisme hoorde te zijn, in Europa en Azië mislukt?” Er zijn vele hypothesen en verklaringen mogelijk. Ik denk dat het kapitalisme de scherpzinnigheid heeft gehad om bij het socialiseren van de materiële goederen ook te proberen de symbolische goederen te socialiseren. In een krot van een sloppenwijk in Rio de Janeiro kan een arme familie die beroofd is van basisrechten als voeding, gezondheid en onderwijs, toch dromen van de droomwereld van de televisieseries. Ze kan geloven dat ze toegang zal kunnen hebben tot de overbodige luxe via de loterij, gelukkig toeval, de kerk die voorspoed belooft, of zelfs via delinquentie. Het socialisme heeft de vergissing begaan om, bij het socialiseren van de materiële goederen, de symbolische goederen te privatiseren. Het verwarde de constructieve kritiek met de contrarevolutie; het beperkte de autonomie van de civiele maatschappij door de syndicaten en de sociale bewegingen aan de partij te onderwerpen; het beteugelde de artistieke creativiteit door middel van het socialistisch realisme; het liet toe dat de sfeer van de macht zich omvormde tot de kaste van geprivilegieerden die veraf stonden van de verlangens van het volk; het verviel in de paradox grote voorsprong te willen behalen in de ruimtewedloop terwijl het er niet in slaagde de kleinhandel fatsoenlijk te bevoorraden met basisgoederen. Nu blijft alléén nog Cuba over als voorbeeld van een socialistisch land. We kennen allemaal de uitdagingen en de problemen waarmee deze revolutie geconfronteerd wordt, nu ze bijna een halve eeuw oud is. We kennen de nefaste gevolgen van de criminele blokkade aan Cuba opgelegd door de regering van de VS. We weten dat het Witte Huis vijf Cubaanse helden, die streden tegen het terrorisme, ten onrechte in de kerker houdt, en dat beruchte terroristen als Posada Carriles begunstigd worden. Ondanks al die moeilijkheden is Cuba er in geslaagd tijdens die 49 jaar revolutie om voor de bevolking de drie basisrechten van de mens veilig te stellen: voeding, gezondheid en onderwijs. En nog belangrijker: het verhoogde aanzienlijk het zelfbewustzijn van de Cubaanse burger dat zo duidelijk tot uitdrukking komt in haar successen op het artistieke en sportieve vlak, en in de internationale solidariteit. Duizenden Cubaanse professionele gezondheidswerkers en leerkrachten werken in meer dan honderd landen, meestal in onherbergzame gebieden met veel armoede en miserie. Cuba heeft een historische verantwoordelijkheid ten aanzien van de gedachtenis van Martí, van Che Guevara en van allen die hun leven gaven voor de onafhankelijkheid en de soevereiniteit: het Cubaanse socialisme heeft het recht niet om ten onder te gaan. Als dit toch zou gebeuren zou het niet alléén het symbool Cuba zijn dat van de kaart zou verdwijnen, zoals dat met de Sovjetunie het geval was. Het zou de funeste voorspelling van Fukuyama bevestigen dat “het einde van de geschiedenis is aangebroken”; dat de hoop -een theologale deugd voor ons christenen- verdwijnt; dat de utopie dood is; en dat het kapitalisme overwonnen heeft, voor een kleine minderheid althans –voor de 20% van de wereldbevolking die geniet van de vooruitgang- en op een berg van lijken en slachtoffers. Wij, vrienden van de Cubaanse Revolutie, verwachten van Cuba geen grote technologische en wetenschappelijke vooruitgang, geen toeristische diensten van eerste klasse noch gouden medailles in sportwedstrijden... Wij verwachten van Cuba veel meer dan dat: de solidaire actie waarover Martí het had; het geluk van een volk gebouwd op basis van ethische en spirituele waarden; het evangelisch principe van het delen der goederen; het tot stand brengen van de nieuwe man en vrouw, waarvan Che droomde, die niet bezig zijn met het bezit van eindige goederen, maar met onbeperkte goederen zoals de edelmoedigheid, de onthechting, de kameraadschap, de bekwaamheid om het persoonlijke geluk te doen samenvallen met successen van de gemeenschap.. Samengevat kunnen we zeggen dat we verlangen dat in Cuba het socialisme synoniem zou zijn van liefde die overgave betekent en engagement, vertrouwen, altruïsme, toewijding, trouw, vreugde, geluk. Want de politieke naam van de liefde is niets anders dan socialisme. (Vertaald uit het Spaans. Oorspronkelijke titel: Esperanza socialista. Bron: ALAI, América Latina en Movimiento. http://alainet.org/active/21965) Bron: Bollettino nr. 8 |