|
De Cubaanse revolutie beschermen
“Wat zou er gebeuren als je er niet in slaagt moeilijkheden te overwinnen en fouten te corrigeren die je principes op de helling dreigden te zetten? Wat zal er gebeuren als de historische leiders er niet meer zijn? Hebben jullie daar al aan gedacht?" Dat zijn de vragen die onze vrienden in het buitenland steeds stellen.
De jonge Minister van Buitenlandse Zaken, Felipe Perez Roque, hield op 23 december 2005 een opmerkelijke toespraak in het Cubaanse Parlement. Hierna volgt een bondige samenvatting.
Het eerste deel van zijn tussenkomst handelde over de plaats van Cuba in de wereld.
Hij benadrukte dat de pogingen van de VSA tot het isoleren van Cuba in 2005 zware tegenkanting kregen.
Hij herinnerde aan de verpletterende meerderheid van landen die op 8 november 2005 in de Verenigde Naties (VN of UNO) tegen het Amerikaanse embargo stemde.
Hij vestigde ook nog eens de aandacht op de “overgang” die Washington in petto heeft om de revolutie te vernietigen .(de minister bedoelt hier het ‘Transition plan for a democratic Cuba' van de VS-Regering)
Dit alles speelt zich af op het moment dat de regering Bush onder vuur ligt wegens oorlogsmisdaden, foltering en andere schendingen van de mensenrechten.
In verband met de bedreigingen tegen Cuba zei Felipe Perez Roque: “Het parlement is een uitdaging. Deze publieke vergadering wordt door miljoenen landgenoten gevolgd, in het kleine rebelse eiland dat aan de VSA zegt: "Jullie krijgen ons niet klein, jullie kunnen de bedreigingen niet uitvoeren, jullie hebben de strategische strijd tegen Cuba verloren, ons land is een symbool. Dit is een land dat opveert, dat niet terugdeinst, dat zich niet overgeeft, dat zich niet verkoopt, dat de armen niet laat zakken, dat niet kan bedrogen worden, dat niet kan verdeeld worden en bijgevolg niet verslagen kan worden."
Dat is de reden van de haat die zich verbergt achter de bedreigingen van de VSA en niet alleen om stemmen te ronselen bij de Cubaans-Amerikaanse maffia in Miami. Het is de haat van een corrupte oligarchie die door fraude aan de macht gekomen is.
In het tweede deel stelde de Cubaanse Minister van Buitenlandse Zaken dat we voor een ultieme uitdaging staan. Hij sprak op een harde en directe manier over de negatieve tendenzen die de laatste jaren in Cuba de kop opsteken: de honger naar consumptie, de corruptie, de onverschilligheid tegenover de fouten die we maakten, het naïeve geloof in het kapitalisme als paradijs, het schijngedrag van sommigen in het kader van het maatschappelijk project waar de meerderheid aan werkt.
Felipe Perez Roque putte ook uit een toespraak van President Fidel Castro op 17 november 2005: “Wij zijn op het punt gekomen dat we militair onkwetsbaar zijn. Nu moeten we nog economisch onkwetsbaar worden. De voorbije jaren hebben we daarover nagedacht, ook ingeval het embargo tegen Cuba stand houdt.
Wij moeten ook vechten om politiek en ideologisch onaantastbaar te blijven, wat tot nu toe geen probleem was, omdat de generatie die de revolutie gemaakt heeft er nog is. Wij hebben Fidel en Raùl. Zelfs de vijand erkent dat ze tegen hen niets kunnen beginnen, maar hun hoop is gevestigd op de illusie dat zij die daarna komen kunnen misleid, overwonnen, verdeeld en gekocht worden of dat hij zich aan hen kan opdringen.
In Cuba is het bewijs geleverd dat we op dit ogenblik politiek en ideologisch onkwetsbaar zijn. Maar dat moeten we volhouden, ook daarna als díe stem er niet meer is om ons terecht te wijzen als niemand merkte dat er iets mis ging, gedreven door zij die vooruitziend zijn, zij die de idee incarneren dat de overwinning mogelijk is. Want zonder geloof in de zege zullen we ze ook niet bekomen.
Vandaag zijn wij, het volk, aan de macht, de zegevierende Revolutie, maar we kunnen het Socialisme niet waarborgen alleen maar omdat het in de grondwet staat. Het is een overtuiging die in de grondwet werd ingeschreven, maar we zullen ze dag na dag moeten blijven verdedigen.
In de Sovjet-Unie bleek na een referendum dat 85% van de bevolking tegen de desintegratie van het land was. Zes maanden later heeft een groepje tijdens een bewogen nacht er anders over beslist. De vijand sloop binnen en er gebeurde wat gebeurde.
Wij bleven alleen achter, zonder sterke bondgenoot, maar wij zijn er nog altijd. We moeten ook weten hoe we de Revolutie kunnen veiligstellen op het ogenblik dat we voor die leegte staan die niemand kan opvullen of, die we allen samen als volk zullen moeten opvullen. De geschiedenis leert ons dat het “personaliteiten” zijn die een belangrijke rol spelen. Een analyse achteraf heeft ooit bewezen dat een revolutie in Cuba onmogelijk was. De aanval op de Moncada-kazerne en de dood van tientallen jongeren met hogere idealen heeft de voorwaarden gecreëerd onder leiding van een nieuwe generatie. De landing van de Granma en de nederlaag bij aankomst lieten niet vermoeden dat een klein leger bestaande uit revolutionairen, jonge boeren en arbeiders, twee jaar later de overwinning zou behalen. Met dit als gevolg: de vijand rekent nu nog niet op een nederlaag van de Revolutie, maar daarna.”
De Cubaanse Minister van Buitenlandse Zaken preciseert waarom, volgens hem, de Revolutie stand hield ondanks de enorme obstakels. Hij stelt drie premissen voorop:
“De Revolutie heeft het zo ver gebracht, ten eerste dank zij de morele autoriteit van zijn leiders. Men kan de macht hebben maar geen gezag –zoals nu het geval is bij Bush en zijn regime– want gezag hebben leer je niet uit boeken, het komt voort uit voorbeeldig gedrag. Hoeveel mensen zeggen er niet ‘ik begrijp het niet goed, maar als Fidel het zegt, dan weet hij dat het zo is' of ‘als Fidel het zegt, dan weet hij dat we het ooit wel zullen begrijpen!? ‘
Dit kostbare, dit waardevolle, dit vertrouwen … of dit: ‘Als Fidel het gezegd heeft, dan is het omdat het zo is', want Fidel spreekt duidelijke, verstaanbare taal. Hoe dikwijls hebben we dit niet gehoord of gezien? Dit kostbare mag niet verloren gaan ! Zolang in ons land, het gezag van onze leiders gestoeld is op voorbeeldig gedrag, nederigheid, de inzet voor het werk, het ontberen van elk privilege behalve dat van te mogen dienen en zelfopoffering, zolang elke voorkeursbehandeling wordt bestreden en elke sanctie strenger zal zijn hoe hoger het ambt. Zolang ons land dit kostbare bezit koestert dat ons volk bijeenbracht voor de heldenstrijd en het mogelijk maakte meer dan 40 jaar weerstand te bieden aan het Imperium, dan zal het zegevieren; dat is de eerste premisse.
De tweede is: zolang we ons door middel van overleg kunnen verzekeren van de steun van de grote meerderheid van ons volk, zoals dat tot nu toe gebeurde, en dit niet op basis van consumptie maar op basis van de ideeën en overtuigingen …
Felipe Perez Roque wees reeds op het feit dat in de socialistische landen het volk werd ontwapend en toch niet op straat kwam. En toch zagen we hoe het arme Venezolaanse volk wel op straat kwam om de terugkeer van Chávez te eisen tijdens de militaire staatsgreep georganiseerd door de Yankees. De bezitlozen kwamen op straat.
Zij die ons Rebellenleger vervoegden hadden ook niets, het waren arme boeren. Het zijn dus de ideeën en overtuigingen die van belang zijn, niet de opvatting volgens dewelke de steun afhangt van het feit dat men veel zal bezitten.
Natuurlijk is een vervlakking opgetreden, er zijn mensen die zeggen: ‘Na al die jaren, nu ik oud ben, er blijft nog weinig tijd en het zal altijd zo zijn. De stroomonderbrekingen, het gebrekkig transport…' Sommigen haken af, worden moe, emigreren. Erger nog zijn zij die verraad plegen, die zich aanbieden bij de vijand en die leugens verspreiden, die zeggen wat de vijand wil horen. Sommigen weigeren deel te nemen aan collectieve inspanningen, geven de moedige strijd op, laten zich inpakken. En dan zijn er nog die in die richting denken, maar het tegendeel veinzen, maar dat is niet de meerderheid.
Wij hebben de steun van de meerderheid van de bevolking. Als we dit niet zouden hebben zouden we hier niet zijn. Wij zouden ons nooit hebben kunnen verzetten tegen het Imperium. De steun hebben van de grote meerderheid van de bevolking betekent dat ze het tot nu toe eens is met de overtuigingen en ideeën van het project. Het is een strijd op het vlak van ideeën. De Revolutie kan niet standhouden zonder steun, wat ook niet wil zeggen dat we ze niet kunnen herbeginnen. Maar het zou hard zijn indien de Revolutie zou verslagen worden nu ze er in geslaagd is een historische krachttoer te realiseren door stand te houden.”
Tenslotte, de derde premisse die voor Felipe Perez Roque de belangrijkste is: “ We mogen niet naïef zijn.
De uiteindelijke vraag is: Wie geniet van de opbrengsten; de meerderheid, de bevolking of een oligargische minderheid die transnationaal is en “pro-yankee”?
Wie heeft er recht op eigendom: de meerderheid of een corrupte minderheid die gehoorzaamt aan de enige politieman ter wereld die hun privileges kan garanderen in Cuba: het yankee-imperialisme?
En tenslotte: Wie waarborgt dat de meerderheid kan genieten van het grootste deel van de inkomsten en dat de meerderheid eigenaar is van de rijkdommen?
DE SOCIALISTISCHE STAAT!
De dag dat de vijand er in slaagt – maar dat zal niet gebeuren – de Cubaanse Socialistische Staat te ontmantelen door de Revolutie te verslaan, dan verliezen niet alleen de Revolutie en de Staat, maar de Natie. Cuba zou opgeslorpt worden, het zou een gemeente van Miami worden. Er zou hier geen nationale bourgeoisie zijn. Als we de bourgeoisie laten terugkomen zal ze “pro-yankee” zijn en het leger en de nationale garde nodig hebben om zich in stand te houden. Het zou het einde zijn van de Cubaanse Natie waar we fier op zijn en deel van uitmaken. We mogen met opgeheven hoofd de wereld rondtrekken.”
Onder luid applaus concludeert de Cubaanse Minister van Buitenlandse Zaken: “Maar we zijn er van overtuigd dat ons volk de maturiteit bezit, de ideeën, de moraal, de eenheid en de nodige kracht om de realisaties van de Revolutie te vrijwaren en aan onze kinderen een nog mooier land na te laten dan dat wat onze voorgangers verdedigden en voor ons beveiligden.”
Vertaling en samenvatting: Paul Evrard

|