print versie

“Het feit dat we al die jaren weerstand boden is geen vrijbrief voor het overleven van de revolutie”

Katrien Demuynck

Eén van de meest opgemerkte interventies op de zitting van het Cubaanse parlement in december 2005 was die van de jonge buitenlandminister Felipe Pérez Roque.
“We moeten onszelf niets wijsmaken”, stelde hij. “ Het is niet omdat de revolutie het al 47 jaar uithoudt in de meest moeilijke omstandigheden, of omdat ons volk een immens vertrouwen heeft in Fidel, dat onze revolutie veilig is”.[1] Het risico op ondermijning van binnenuit blijft aanwezig. Cuba staat voor een enorme uitdaging. Een hele generatie jongeren groeide op in een maatschappij vol negatieve tendensen. Zij zagen rond zich neigingen tot individualisme en persoonlijke verrijking. “Dit doet niet af aan de weerstand die ons volk collectief gevoerd heeft”, aldus Pérez Roque, “maar we mogen niet blind zijn voor deze situatie”.[2] Gratis gezondheidszorg en onderwijs beschouwen de huidige generaties als vanzelfsprekend. Ze staan er ook niet bij stil dat in Cuba vrijwel iedereen eigenaar is of wordt van zijn woning via een minimale financiële inspanning.
“De militaire verdediging van onze revolutie is verzekerd. Onze economie staat terug op de sporen. Maar we moeten onze ideologische basis verzekeren. Niet dat dat nú een probleem is. De historische leiding van de revolutie staat er borg voor. Zelfs de vijand weet dat ze daar niet tegenop kunnen. Ze vormen zich wel de illusie dat ze diegenen die daarna komen zullen kunnen verdelen, imponeren of in verwarring brengen.”[3]
Om het voortbestaan van de Cubaanse revolutie te verzekeren geeft Felipe drie voorwaarden. Ten eerste moet een leiding verzekerd worden zonder privileges, die zich inzet voor het volk. Enkel zo'n leiding kan autoriteit opbouwen. Ten tweede heeft de revolutie de steun van de grote meerderheid van de bevolking nodig, niet op basis van materiele voordelen, maar op basis van bewustzijn en overtuiging. Deze ideeënstrijd is primordiaal. Want in het vroegere Oostblok verdween het socialisme van de ene dag op de andere, ondanks een goede levensstandaard. Ten derde mag Cuba niet vervallen in naïviteit. De revolutie staat of valt met het eigendom van de productiemiddelen. Alleen de socialistische staat kan er garant voor staan dat het welzijn van de mensen prioritair is op de verrijking van een oligarchie.

[1] http://www.granma.cubaweb.cu/2005/12/30/nacional/artic02.html
[2] bidem
[3] ibidem

omhoog