|
Welke overgang na Fidel? Seminarie van “Maison de l'Amérique Latine” over “Cuba op een kruispunt”: Jasper Rommel Dinsdag 27 november 2007 ging in Brussel een seminarie door over Cuba, georganiseerd door het “Maison de l'Amérique Latine”. Het thema dat werd aangesneden, welke overgang na Fidel, is behoorlijk “hot”. Telkens er iets in de media over Cuba verschijnt, vinden we wel speculaties terug over wat er zal gebeuren na zijn overlijden. David Cusatto, de directeur van het Maison de l'Amérique Latine, leidde deze dag in. Hij stelde terecht dat de speculaties over het einde van het regime niet nieuw zijn. Al sinds 1 januari 1959, de dag van de triomf van de revolutie, speculeert de pers hierover. Maar sinds Fidel ziek geworden is zijn de speculaties alleen maar toegenomen. Wie zal nu de “macht” krijgen in Cuba? De vragen en de thema's die de directeur in zijn inleiding aansneed werden in de loop van de conferenties verder uitgewerkt. Cuba's politieke inzet in de regio Een eerste spreker was Jean-Jacques Kourliandsky, dokter in de geschiedenis en gediplomeerd in de politieke wetenschappen. Hij werkt als onderzoeker op het Instituut van Internationale en Strategische Relaties te Parijs (IRIS) en legt zicht daar toe op kwesties rond Spanje en Latijns-Amerika. Hij kwam spreken over Cuba's politieke inzet in de regio. De conclusie die hij maakte na het lezen van veel artikels en andere lectuur is dat we heel weinig weten. Er verschijnt zeer tegenstrijdig materiaal in de pers en ook de reacties op bijvoorbeeld de ziekte van Fidel zijn zeer tegengesteld. Terwijl in Cuba alles zijn gewone gangetje ging en de mensen op straat verklaarden zich zorgen te maken over hun zieke president was er in Miami grote opschudding en werden er feesten gehouden. Zo komen we terecht bij de relatie tussen de VS en Cuba. Kourliandsky stelt dat het grootste probleem in Cuba in de eerste plaats het probleem tussen Cuba en de VS is. Hij situeert de start van die confrontatie in 1959, de overwinning van de revolutie. Terwijl de directeur van het departement “Latijns-Amerika” van de CIA in '96 verklaarde dat Cuba geen bedreiging meer vormt voor de veiligheid van de Verenigde Staten en dat de politiek tov het eiland best veranderd wordt, zien we dat de VS in de praktijk nog veel grovere maatregelen tegen Cuba gaat treffen. In datzelfde jaar werd de Helms-Burton wet gestemd die de blokkade tegen Cuba nog verscherpte. Daartegenover stond de speech van Raul Castro eerder dit jaar die zei dat hij de relaties met de VS opnieuw wil aanhalen, maar dat daar geen voorwaarden aan gekoppeld mogen worden. Hij eist respect voor de soevereiniteit van Cuba en wil geen buitenlandse inmenging. 4 paradoxen Volgens Kourliandsky zijn er momenteel 4 grote paradoxen als we het over Cuba hebben. Een eerste is de omvang van de blokkade in verhouding met het belang van het land. De omvang van de blokkade is immens, maar het belang van Cuba voor de VS is dat niet meer. Zoals al eerder aangehaald vormt Cuba geen bedreiging meer voor de veiligheid van de VS sinds de val van de muur. Het is een zeer klein land met slechts elf miljoen inwoners. Erg veel grondstoffen, buiten nikkel, zijn er niet te vinden in Cuba. Een tweede paradox is dat het Cubaans systeem enerzijds zeer gesloten is maar dat het anderzijds toch een referentie, een voorbeeld, een symbool is voor de rest van Latijns-Amerika. Zeker een symbool van verzet tegen de VS. Met geslotenheid bedoelt Kourliandsky de moeilijke informatieuitwisseling, de zeer moeilijke communicatie, de blokkade, het feit dat Cuba een eiland is en bovendien de toegang tot het internet en internationale media voor zijn bevolking bemoeilijkt.[1] Een derde paradox is een economische paradox. Enerzijds is er zeer weinig ongelijkheid in Cuba en zijn er geen grote verschillen tussen mensen. Anderzijds is Cuba er nooit in geslaagd om hun economie productief genoeg te maken zodat er genoeg te verdelen valt. Volgens Kourlandsky blijft de economie momenteel recht door de steun van Venezuela en door de giften van Cubanen in de VS aan hun familieleden op het eiland. Vroeger is ze overeind gebleven door de steun van de SU.[4] Een oplossing hiervoor is volgens hem het introduceren van meer marktelementen in de economie. In de praktijk is er in Cuba sinds de overeenkomsten met Venezuela minder vrije markt (lees: minder joint-ventures en weer meer bedrijven in staatshanden). De laatste paradox is er ene van de buitenlandse politiek. Volgens de spreker is de Cubaanse buitenlandse politiek er ene van opeenstapelingen van mislukkingen. Maar net die opeenstapeling heeft ervoor gezorgd dat Cuba zijn onafhankelijkheid en soevereiniteit kon behouden.[5]
De toekomst? Tenslotte heeft Kourliandsky het over de 3 hypotheses die naar voor geschoven worden i.v.m. de toekomst van Cuba. Hij ziet geen enkel van de 3 echt als realistisch maar vermeldt ze uit intellectuele eerlijkheid. Een eerste hypothese is een ineenstorting van het regime met een grote crisis en omwenteling als gevolg. Een tweede is dat men het Chinees model gaat volgen, waarbij het Cubaanse leger de economie en de politiek zal controleren. De derde hypothese tenslotte is dat er helemaal niets zal veranderen en dat er gewoon een opvolger zal komen voor Fidel Castro. Dit is volgens hem de versie van de Cubaanse overheid. Zijn conclusie is dat we te weinig (betrouwbare) informatie hebben. “On ne sait rien”. Het valt ook af te wachten als Fidel Castro in januari opnieuw presidentskandidaat zal zijn bij de verkiezingen. Plan Bush Tweede spreker in de voormiddag was Katrien Demuynck, voorzitster van Initiatief Cuba Socialista en het Free The Five Comité in België. Zij verving Philip Agee die er niet bij kon zijn. Ze ging in op het “Plan Bush”. Dit plan, die als bedoeling een regimewissel in Cuba heeft, werd geboren in de schoot van de Bush administratie. Eerst werd duidelijk gemaakt dat dit plan niet zomaar uit de lucht komt gevallen. De bemoeienis van de VS is er niet ene van de laatste jaren, noch sinds de dag van de overwinning van de revolutie. Al in 1809 had Jefferson, de derde president van de VS, zich uitgesproken voor een aanhechting van Cuba aan VS. Enkele jaren later sprak president Monroe over Latijns-Amerika als de patio (achtertuin) van de VS. Er waren in de eerste helft van de twintigste eeuw verschillende militaire interventies van de VS in Cuba: tussen 1906 en 1909, in 1912, tussen 1917 en 1922 en in 1933. Daarnaast controleerde de VS praktisch de volledige Cubaanse economie. 70% van de handel verliep via de VS en die controleerden o.a. de banksector, de petroleumsector en de nikkelsector. Toen in '59 de revolutie triomfeerde en bijgevolg de belangen van de VS aangetast werden was het hek van de dam. De VS begon een oorlog tegen Cuba die nu nog in de vorm van een economische oorlog blijft duren. Het meest in het oog springende is uiteraard de invasie in de Varkensbaai in '61, maar daarnaast waren er honderden aanslagen en zelfs bacteriologische oorlogsvoering. De jaren ‘90 betekenden een nieuw hoogtepunt in de crisis tussen de VS en Cuba. Na het ineenstorten van de Sovjetunie en het Oostblok belandde Cuba in een nooit geziene economische crisis. De buitenlandse handel daalde met 80%. In de hoop Cuba te kraken deed de Amerikaanse overheid er nog een schepje bovenop. Zo werd in '92 de wet Torricelli gestemd, waarin o.a. stond dat een boot die aangemeerd was in Cuba in de eerstvolgende 6 maanden niet aan de kust van de VS mocht aanmeren. Dit uiteraard met als doel de handel te ontmoedigen. Met de Bush administratie zijn de zaken er niet beter op geworden. In 2002 beschuldigde John Bolton, toenmalig vice-minister van buitenlandse zaken, Cuba ervan massavernietigingswapens te produceren. Ook Jeb Bush, broer van en gouverneur van Florida, deed zijn duit in het zakje met agressieve uitspraken. In 2003 werd de Commissie voor een “Vrij” Cuba opgericht. De voorzitter hiervan was Colin Powell. De rol van die commissie is de destabilisatie van Cuba forceren, zoals terug te vinden is in hun eerste rapport van 2004. Dit willen ze doen door ondermeer de interne oppositie te stimuleren, diezelfde “oppositie” te verenigen, illegale migratie te veroorzaken en contrarevolutionaire propaganda te verspreiden (oa 1200 uur per week radiouitzendingen en uitzendingen van TV Marti dmv een C-130 die regelmatig rond Cuba circuleert. Dit laatste is een directe oorlogsdreiging: wat zal er gebeuren als het vliegtuig al dan niet per ongeluk het Cubaanse luchtruim binnendringt?). Coördinator van de Commissie is Caleb McCarry. Hij is aangesteld om er werk van te maken en voor dit alles werd 80 miljoen dollar extra uitgetrokken voor de jaren 2005 en 2006, bovenop de 36 miljoen dollar die jaarlijks aan de destabilisatie van Cuba wordt uitgegeven. Daar nog eens bovenop wordt er nog eens een extra 20 miljoen dollar per jaar uitgegeven door USAID tot aan “het einde van het Castro-regime”! De reactie van de Cubanen bleef niet lang uit. Zelfs uit de hoek van dissidenten en de kerk werd er sterk afwijzend gereageerd. Ook de secretaris-generaal van de OEA, de Organisatie van Amerikaanse Landen – een instelling die normaal gezien nauw bij de VS-politiek aanleunt, reageerde scherp. Hij stelde: “Er is geen transitie in Cuba en bovendien is het niet jouw land!” Het plan is dan herwerkt in 2006. De nadruk kwam veel meer te liggen op het feit dat de veranderingen toch wel door de Cubanen zelf moeten gebeuren. Lees: hetzelfde plan werd mooier verpakt. Daarbovenop werd er een geheim luik toegevoegd. Wat daarin staat weten we dus niet, maar wie de situatie een beetje kent weet dat het hoogstwaarschijnlijk gaat over een luik van militaire aard. Op 24 oktober 2007 tenslotte gaf Bush een speech “gericht aan de Cubanen”, zoals ook al eerder aangehaald. Hij feliciteerde de Cubanen die aan het volgen waren via Radio of TV-Marti en die dit met grote risico's deden. De speech werd echter integraal uitgezonden op de Cubaanse staatszender en verscheen uitgeschreven in de partijkrant Granma. De reactie van de Cubaanse minister van buitenlandse zaken kreeg niet echt dezelfde behandeling in de VS: er werd nagenoeg nergens melding van gemaakt. Ondanks alles slagen de VS er maar niet in om Cuba klein en geïsoleerd te krijgen. Integendeel: Cuba is verkozen als voorzitter van de ongebonden landen voor 3 jaar, ze is verkozen in de mensenrechtencommissie net als in het Uitvoerend Bureau van de UNESCO. Ook de stemming in de VN over de blokkade was opnieuw een zware nederlaag voor de VS. Ook nog het vermelden waard is de zogenaamde strijd tegen terrorisme van de VS. 5 Cubaanse jongeren die geïnfiltreerd waren in anti-Cubaanse organisaties in Miami om terroristische aanslagen tegen hun land te voorkomen zitten al 9 jaar gevangen terwijl Luis Posada Carilles, een zelfverklaarde terrorist die heel wat doden op zijn geweten heeft in Cuba en de rest van Latijns-Amerika, zich vrij kan bewegen in Florida... Relaties met de rest van Latijns-Amerika Na de middagpauze was het woord opnieuw aan David Cusatto. Hij had het over de relaties van Cuba met de andere Latijns-Amerikaanse landen. In '59, na het triomferen van de revolutie, werd Cuba uit de Vereniging van Amerikaanse Landen gesmeten door de VS. Zeer opmerkelijk is hoe groot de VS-dominantie toen nog was. Zij konden dit zomaar beslissen en Cuba werd diplomatiek helemaal geïsoleerd. Het enige Latijns-Amerikaanse land dat wel banden behield met Cuba was Mexico. Terwijl er dus aan de ene kant een complete isolatie was, had Cuba aan de andere kant wel een enorme invloed op verzetsbewegingen in gans het continent. Een eerste kentering kwam er in '71 met de verkiezing van Allende in Chili. Die besloot de relaties met Cuba opnieuw aan te halen, ook economisch. Later in de jaren '70 volgde ook Bolivië, die een nieuwe nationalistisch getinte regering had en nog later Peru. Tegen eind jaren '70 was de situatie al een heel stuk gunstiger voor Cuba. Dit werd verder gezet in de jaren '80. De politieke en economische relaties met de rest van Latijns-Amerika werden verder aangehaald en vooral gestabiliseerd. Vandaag hebben 32 van de 33 landen relaties met Cuba. En met het laatste land in de rij, El Salvador, zijn de contacten ook al een heel stuk beter Er zijn ook sterke economische banden met China en vooral heel goede economische én politieke banden met Venezuela. De economische handel met China is niet alleen voor Cuba interessant, maar ook voor andere derdewereldlanden. In tegenstelling tot de VS koppelen de Chinezen geen enkele voorwaarde aan hun economische handelscontracten. In Latijns-Amerika is men olv Chavez een tegenpool aan het uitbouwen tegen de dominantie van de VS. Oorspronkelijk ging het vooral om Venezuela en Cuba, maar later kwamen daar ook Bolivië en recent nog Ecuador en Nicaragua bij. Er is ook toenadering met de meer gematigdere landen Argentinië en Brazilië. Op de vraag waarom Cuba zo een referentiepunt is in de regio kunnen we een eenvoudig cijfervoorbeeld geven. Sinds de jaren '60, met de start van het neo-liberalisme, is er 15% meer armoede in Latijns-Amerika. Daartegenover staat Cuba, die op de HDI-indexladder helemaal bovenaan staat in de regio. Niet toevallig het enige land dat nooit een neo-liberale politiek gevoerd heeft. De economische groei in Cuba bedroeg vorig jaar 12%. Die cijfers worden door sommigen betwist, maar zelfs zij geven toe dat het minstens 9% is, wat nog altijd meer is dan Chili die door de neo-liberalen en de VS naar voor geschoven wordt als hét te volgen model. En dit ondanks de blokkade. Cusatto vertelde trouwens een zeer opmerkelijke anekdote over de Helms-Burton wet. Spanje ging akkoord met deze wet, behalve met artikel 6. Ze hebben dan ook met succes gelobbyd bij de VS om dit artikel te laten aanpassen. De reden hiervoor is dat de Spaanse belangen in Cuba hiermee in het gedrang kwamen. Vandaag is energie een zeer belangrijk wapen in de strijd van de Latijns-Amerikaanse landen. Ondanks dat Cuba zelf weinig grondstoffen heeft speelt ze een zeer belangrijke rol in de alliantie als organisator en “bindmiddel” tussen de verschillende landen. Elio Rodriguez De laatste spreker was de Cubaanse ambassadeur in België, Elio Rodriguez. Hij sprak oa over de titel van het seminarie, de economische strategie, het wettelijk kader in Cuba (de democratie) en tenslotte over de rol van de EU t.o.v. Cuba (in vervanging van een andere spreker die vastzat in Parijs). Hij begon met een antwoord te geven op de vraag: “Welke overgang na Fidel?”. Het antwoord was kort en krachtig: “Geen enkele. Wij hebben onze overgang al gehad, nl. op 1 januari 1959. Een overgang waarvoor we al eeuwen gestreden hadden”. Uiteraard doelt Elio Rodriguez hier op de Revolutie. Die heeft zowat alle politieke instellingen in Cuba veranderd. In '76 kwam er een referendum over een nieuwe grondwet. 97% van de Cubanen stemde ervoor. Er zijn sindsdien een aantal kleine wijzigingen in de grondwet gekomen, de laatste dateert van 2002. Op de vraag als Cuba een democratisch land is of niet antwoordt hij steeds hetzelfde: “Lees onze grondwet”. Om de 5 jaar zijn er verkiezingen in Cuba. Zowel op gemeentelijk, provinciaal als nationaal vlak. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober laatstleden bedroeg de opkomst 96%. De ambassadeur stelde dat het Cubaanse model anders is. Daarom niet minder democratisch, maar gewoon anders. Ook economisch veranderde er aanzienlijk wat na de revolutie. De economie werd genationaliseerd en er werd een volledig andere economische politiek gevoerd. Che Guevara speelde hierin een grote rol. Tegen de jaren '70 had Cuba alle nationalisaties van gronden en bedrijven vergoed, conform internationale wetgeving. Alleen de Amerikaanse ex-eigenaars weigerden elke vorm van terugbetaling omdat ze de nationalisatie niet aanvaardden. In de jaren '60 waren praktisch de enige landen die nog handel wilden voeren met Cuba die van het Oostblok en vooral de Sovjet-Unie. Cuba had toen ook geen andere keuze dan met die landen handel te voeren, willen of niet. 85% van de handel verliep met het Oostblok. Toen de SU in elkaar stortte had dit enorme gevolgen. Cuba moest een aantal maatregelen nemen. Het waren niet altijd leuke maatregelen, maar gezien de omstandigheden wel noodzakelijke. Eén van die maatregelen was het moeten toelaten van kapitalistische bedrijven in Cuba. Dit omdat Cuba dringend nood had aan een kapitaalsinjectie. Wel zijn er toen wetten gemaakt om het socialistisch karakter van de revolutie niet in gevaar te brengen. Zo moet de Cubaanse staat altijd minstens 51% van de aandelen in de joint-ventures bezitten, wat het aanbod van de bedrijven ook is. Zo blijft minstens de helft van de opbrengsten in Cubaanse handen en kunnen de buitenlandse bedrijven niets op hun ééntje beslissen. Ondertussen is de recuperatie van de economie al een tijdje ingezet. Men is dit nu aan het consolideren. Economische zwaartepunten zijn uiteraard het toerisme, maar ook nikkel en de verkoop van Cubaanse vaccins en medicijnen die tot de wereldtop behoren. Er is ook een klein aandeel in de handel weggelegd voor suikerriet, sigaren en rum. Een zeer groot potentieel voor Cuba is de dienstensector. Er is immers een enorm menselijk kapitaal aanwezig in Cuba. Nu al zijn er talloze leraars, sporttrainers, dokters,... tewerkgesteld in andere landen. Cuba krijgt daar compensaties voor. In de toekomst zal men dit potentieel verder aanwenden. De handelsrelaties zijn sinds de val van de SU volledig gewijzigd. Nu al is de EU goed voor 36% van de handel met Cuba, China voor 22% en ook Latijns-Amerika heeft een groot aandeel. Cuba kan zelfs al producten invoeren van de VS. Mits serieuze beperkingen - het gaat slechts om enkele voedselproducten, er moet contant betaald worden en er mag geen gebruik gemaakt worden van de Cubaanse scheepvaartdij - maar toch. Bush heeft dit toegestaan onder druk van financiers van zijn eigen verkiezingscampagne die voordien veel geld misliepen door de blokkade. Meer en meer bedrijven in de VS pleiten trouwens voor de opheffing van de blokkade. Ze zien een markt van 11 miljoen inwoners vlak bij hun deur die ze door de Amerikaanse wetten onmogelijk kunnen aanboren. Het doel van Cuba in hun economische politiek is om niet economisch afhankelijk te zijn van één land of van één blok zoals vroeger (voor de jaren '90, nvdr). Dit willen ze bereiken door enerzijds zoveel mogelijk zelf te gaan produceren en anderzijds de handelsrelaties met de rest van de wereld zoveel mogelijk te spreiden. Uiteraard kan niet alles zelf gedaan worden. Onlangs werd er olie gevonden in Cubaans maritiem gebied. Cuba heeft echter noch de technologie, noch de know-how om zelf die gebieden te gaan exploreren, laat staan te raffineren. Daarom worden er noodzakelijke samenwerkingsverbanden opgezet met bedrijven uit o.a. Spanje (Repsol), Canada, China en Venezuela. Om terug te komen op de vraag “Wat na Fidel” zei de ambassadeur dat het onmogelijk was dat één man een boel sociale processen in gang kon zetten. Uiteraard stond Fidel wel in het centrum van het revolutionaire proces, maar hij werd wel bijgestaan door 11 miljoen andere mensen. Er staan nieuwe generaties klaar die nu al talloze functies bekleden, zoals de ambassadeur zelf. Cuba is dus niet gelijk aan Fidel en het project staat en valt niet met hem. Hij vraagt ook om elk land het recht te geven om hun eigen model en hun eigen systeem uit te dokteren. Uit de zaal kwam de vraag hoe Cuba stond t.o.v. de informele economie. Rodriguez legde uit dat dit ten eerste een zeer recent fenomeen is. Voor de jaren '90 bestond het nauwelijks, maar ze is ontstaan door de economische crisis in de jaren '90. Ondertussen zijn er een aantal maatregelen genomen om dit in een wettelijk kader te plaatsen. Zo werd in veel sectoren privé-werk toegelaten (vb: taxi, landbouw, familiale restaurantjes). Het principe is dat zolang de overheid bepaalde zaken niet volledig kan organiseren ze het privé-initiatief laten meespelen. Cuba en de EU Tenslotte ging hij in op de vraag als de EU een rol te spelen heeft met betrekking tot Cuba. Hij antwoordt hierop volmondig ja: in de eerste plaats op gebied van handelsrelaties omdat ze dus zoals al eerder gezegd met zoveel mogelijk landen handel willen drijven. Cuba is trouwens al sinds midden jaren '80 vragende partij voor relaties met de EU. Toen was het antwoord neen omdat Europa geen banden mocht hebben met landen die tot de Comecon behoorden. De ambassadeur vroeg zich dan ook af waarom de EU wel normale relaties kan hebben met Arabische landen - die toch ook een heel ander project dan de EU hebben en waar vrouwen vaak geen stemrecht hebben of zelfs niet het recht om een auto te besturen - en niet met Cuba. Bovendien is het een vrij hypocriete situatie: zo heeft Cuba bilaterale contacten met heel veel verschillende EU-landen, maar niet met de EU als dusdanig. In 2003 verscherpte de houding van EU nog n.a.v. de doodstraf die werd uitgesproken tegen drie criminelen die een vliegtuigkaping uitvoerden.[6] Het was vooral de regering van Aznar die hier met succes voor lobbyde. Om de positie van de EU t.o.v. Cuba te veranderen is er unanimiteit nodig, wat voorlopig niet gevonden kan worden in de EU. Terwijl 36 procent van de handel van Cuba met Europa gebeurt, terwijl de meeste toeristen in Cuba uit de EU komen en er talloze culturele uitwisselingen zijn – naast het feit dat het Cubaanse volk afstamt van zowel Afrikanen als Europeanen – is er dus nog steeds geen normale relatie. Cuba krijgt telkens hetzelfde antwoord: mensenrechten en democratie. Terwijl – zoals eerder al gezegd – die reden nooit wordt gebruikt om geen normale relaties te hebben met bv. Saoudi Arabië. Volgens Cuba is er trouwens maar één mogelijkheid om elkaar beter te leren begrijpen en meer naar elkaar toe te groeien en die bestaat juist uit diplomatieke relaties met elkaar aan te gaan. Om af te sluiten kwam er nog een vraag uit het publiek: als de VS een invloed heeft op de politiek van de EU. Hierop antwoordde Rodriguez dat de EU altijd furieus reageert als Cuba hen dat voor de voeten werpt. Maar toch geeft de EU toe dat één van de redenen dat ze geen normale relaties kunnen aangaan met Cuba het conflict tussen de VS en Cuba is. M.a.w.: als je een grondige analyse maakt van de zaak dan kun je moeilijk tot een andere conclusie komen dan dat er wel degelijk een invloed is. Deze dag werd afgesloten met een afronding door David Cusatto. Hij herhaalde heel kort wat er aan bod gekomen was. Op de vraag “welke overgang na Fidel” zijn er dus geen eenduidige antwoorden, maar het is zeker een bijzonder interessant thema om uit te spitten en te bediscussiëren.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||