print versie

In memoriam: Philip Agee, van CIA-agent tot Cubavriend

Voormalig CIA-agent Philip Agee stierf in een ziekenhuis in Havana waar hij sinds 15 december was opgenomen. Agee was één van onze buitenlandse gasten op Che Presente 2007. Naar aanleiding daarvan nam Indymediajournalist Grégory een interview van hem af, dat we hieronder (in vertaling) publiceren.

Erwin Carpentier

Philip Agee: "Ik heb geschreven uit solidariteit met de slachtoffers van CIA-operaties."

Grégory 21/11/2007 www.indymedia.be

Philippe Agee heeft een bijzonder buitengewone weg afgelegd. Aangetrokken door het avontuur gaat hij in de tweede helft van de jaren vijftig aan de slag bij de CIA, om er in 1969 uit te gaan. Geleidelijk aan ondergaat hij een politieke gedaanteverwisseling. Hij leest enorm veel en begint te begrijpen dat de activiteiten van het Agentschap in Latijns-Amerika « de voortzetting vormen van 500 jaar politieke repressie ». Uit solidariteit met de slachtoffers beslist hij een gedetailleerd boek te schrijven over die activiteiten : « Inside the Company : CIA Diary ».[1]

Over dit en andere thema's vertelt hij in een interview met Indymedia.

Kunt u ons uitleggen waarom u bij de CIA bent gegaan ?

Philip Agee : Kort voor ik mijn studies beëindigde, zond de CIA een man uit Washington naar mijn universiteit, in de omgeving van Chicago, [om te polsen of ik een CIA-opleiding wou volgen.][2] Je moet weten dat ik uit Florida kom, en daarom sloeg ik het aanbod af, want ik stond op het punt rechten te gaan studeren aan de universiteit van Florida. Wat ik ook heb gedaan. Tijdens mijn studies maakte ik een reis naar Havana, ik geloof in januari 1957. De mensen, het eten en het dansen daar waren mij zeer goed bevallen, en ik dacht eraan de CIA te schrijven. Als ze mij aanwierven, kon ik misschien wel in zo'n plek aan de slag. Ik was ook wel bijzonder geïnteresseerd om rond nationale veiligheid en inlichtingen te werken. Ik schreef dus naar de CIA, en kreeg terstond een antwoord. Ze betaalden mijn verplaatsing naar Washington waar ik interviews en tests moest doen. In de daarop volgende drie maanden reisde ik twee of drie keer van Florida naar Washinton. Ongeveer zes maanden later, in de zomer van 1957, was ik aangeworven.

Er lagen dus niet echt politieke redenen aan de basis. Mijn ontslag was evenmin politiek geïnspireerd. Ik was een jonge kerel, amper 22 jaar en met een zucht naar avontuur. Ik wou een boeiend leven, op interessante plaatsen, uitdagingen aangaan. Ik was een goede student. Ik had een goede opvoeding genoten, maar geen politieke. Ik was dus helemaal niet politiek bewust.

U hebt kort naar uw ontslag uit het Agentschap verwezen en gezegd dat er daarvoor niet echt politieke redenen waren. Welke redenen waren het dan wel?

P.A. : Ik nam ontslag in 1969, na bijna twaalf jaar. Ik was naar Mexico gegaan in het kader van de Olympische Spelen, anderhalf jaar ervoor. Ik was een speciale assistent van de ambassadeur voor de Olympische Spelen, een olympische attaché. Mijn werk bestond erin alle mensen die betrokkenen waren bij de organisatie van de Spelen te ontvangen, hen te leren kennen en uit te vissen in hoeverre de CIA hen interesseerde. Mensen uit alle sectoren, de culturele middens, de politieke partijen, mensen van allerlei instellingen, professionnals… De CIA toonde belangstelling voor honderden mensen. Ik moest hen ontmoeten, hen « cultiveren ». Na afloop van de spelen moest ik daar blijven en zou ik naar een bureau van de CIA worden overgeplaatst. Ik had een speciaal bureau in de ambassade. Maar na twee jaar ging ik een nieuwe post krijgen in de CIA. Ik ging er de verdere opvolging en recrutering moeten doen van de mensen die ik als olympisch attaché had ontmoet.

Maar er was ook een persoonlijke geschiedenis. Het Olympisch Comité had een vrouw aangeduid om met mij en de ambassade voor de Spelen samen te werken. Dat gebeurde in het kader van een cultureel programma van de Olympische Spelen. Zij was afkomstig uit New York, waar ze met een Mexicaan was getrouwd.

Ze had drie kinderen met hem, en daarna was ze gescheiden, nog voor ik haar leerde kennen. In die periode was ik zelf aan het scheiden. Ik was alleen naar Mexico vertrokken, en had mijn twee dochters bij hun moeder achtergelaten. Beetje bij beetje begonnen we eraan te denken om samen een nieuw leven te beginnen, om te trouwen. Zij was in het kader van haar activiteiten voor het Olympisch Comité naar Europa gereisd, en daarna naar Mexico teruggekeerd. We gingen uit eten. Het was begin oktober 1967. Het geval Che Guevarra was overal onderwerp van gesprek. Die dag maakten ze bekend dat hij vermoord was in Bolivië. Plots verloor ze haar zelfbeheersing en barste ze in woede uit, in de meest krachtige bewoordingen die je je kunt voorstellen…

De mensen in het restaurant draaiden zich om en keken haar aan. Ze vervloekte de CIA omdat ze de grootste hoop voor Latijns-Amerika had vermoord : Ché. Ik zat daar en luisterde. Ze wist niet dat ik bij de CIA was. En ik kon het haar niet vertellen. Toen besloot ik dat ik een beslissing ging moeten nemen. Vanaf dat moment dacht ik eraan om ontslag te nemen en een nieuw leven te starten. Dat heb ik dan ook gedaan.

Ongeveer zes maanden voor de Olympische Spelen ontving ik van de CIA een geheim telegram uit Washington. Ze vertelden me dat ze erg tevreden waren over mijn werk in Mexico, en dat ik een promotie ging krijgen.

Ik vertelde de « chief of station » van de CIA, mijn baas, wat ik van plan was, en hij zei met dat ik moest doen wat ik het beste vond. Ik nam dus ontslag. Na de Olympische Spelen vertrok ik. In januari 1969 diende ik mijn ontslag in.

Zowel mijn intrede als mijn ontslag bij de CIA gebeurden dus in wezen om apolitieke redenen.

Wanneer kreeg u een politiek geweten ?

P.A. : Later, en geleidelijk aan. Na mijn ontslag ging ik aan de Nationale Universiteit van Mexico studeren. Een van de eerste dingen die ik deed na mijn ontslag was het aanvatten van een doctoraatsstudie over Latijns-Amerika. Tijdens mijn studies rijpte het idee om een boek te schrijven. Ik besefte dat wat mijn collega's van de CIA in de jaren 50 en 60 deden niets meer was dan de voortzetting van bijna 500 jaar politieke repressie. Ik vond dat daar een einde aan moest komen, dat we moesten ophouden met de soevereiniteit van die landen te schenden, dat onze inmenging moest stoppen.

Ik zei dat ik de CIA vooral om persoonlijke redenen heb verlaten. Maar terwijl ik aan de Nationale Universiteit van Mexico studeerde, onderging ik beetje bij beetje een politieke verandering. Ik las enorm veel. Ché bijvoorbeeld. Ik ontdekte dat hij zeer positieve politieke standpunten had. Dergelijke lectuur heeft mij doen besluiten en gemotiveerd om een boek te schrijven, en om de tegenkantingen van de CIA uit de weg te ruimen.

Inderdaad : in 1975 publiceert u in Groot-Brittanië uw boek « Inside the Company : CIA Diary ». Met welk perspectief deed u dat ?

P.A. : Ik deed het als een daad van solidariteit met de mensen die het slachtoffer waren geweest van de CIA-operaties : de slachtoffers van martelingen, van de politieke repressie, de « verdwenen » personen, enz. Dat was de echte motivatie voor mijn boek en artikels, voor mijn deelname aan diverse optredens in televisie- en radioprogramma's en in andere media. Ik wou de waarheid vertellen over wat de CIA doet, en hoe dat samenhangt met de buitenlandpolitiek van de VS. En hoe die buitenlandpolitiek verbonden is met een globaler systeem, met de VS, een totaal onrechtvaardig systeem. En die leidt tot de schandalige zaken van de CIA. Maar die ook tot andere schandalen aanleiding geeft, zoals de zaak van de Vijf Cubanen, die momenteel gevangen zitten in de Verenigde Staten.

Hoe bekijkt u deze zaak ?

P.A. : Het proces van die mannen verliep allesbehalve eerlijk. Het ging door in Miami. De rechtbank van Miami weigerde het proces elders te laten doorgaan. Ze wilden het hoogstens 22 mijl verplaatsen, naar Fort Lauderdale. Maar ze dachten dat ze nooit een onbevooroordeelde jury gingen vinden in Miami. De Cubanen hebben Miami in hun greep. Ze heersen over de stad en het district. Om het even wie van de juryleden zouden dus onder hun invloed staan. Daardoor werden ze op het einde van het proces schuldig bevonden aan alle aanklachten en kregen ze de wettelijk voorziene maximumstraf. Ik denk dat het een beslissing was van het Witte Huis.

Ze hebben de rechter goed laten verstaan welke uitspraak ze verwachtten. De rechter, mevrouw Lenard, was zogezegd onafhankelijk. Maar eigenlijk was ze helemaal niet onafhankelijk. Dat werd duidelijk in haar vonnis : schuldig. Er werd beroep ingediend bij het 11 e Hof van Beroep in Atlanta. Het beroep ging alleen maar over de plaats van de terechtzitting. Het vonnis van de drie rechters was unaniem : onder die omstandigheden kon er geen sprake zijn van een eerlijk proces.

Ze vernietigden het vonnis. De Vijf moesten dus opnieuw terechtstaan, maar niet in Miami, in Fort Lauderdale. Maar de regering ging in beroep, op andere gronden. Dit beroep is momenteel nog bezig. De verdediging besliste om, in plaats van de beslissing over de plaats van de terechtzitting aan het Hoog Gerechtshof voor te leggen, te wachten en andere gronden in te roepen voor het beroep. Er waren verscheidene beroepsgronden. Op 20 augustus gingen de debatten door voor de rechters van het 11 e Hof van Atlanta. Sindsdien blijft het afwachten. Er is geen termijn waarin ze een uitspraak moeten doen. Dat kan één of meer jaren duren. We kunnen alleen maar afwachten. Maar ondertussen zijn er genoeg redenen om de campagne voor de vrijlating van die vijf mannen verder te zetten. En dat is precies wat ik doe. Daarom ben ik naar Brussel gekomen, om er met jullie en anderen in de media en in het openbaar over te spreken.

Wat denkt u over Cuba, over het Cubaanse systeem, over de Cubaanse maatschappij ?

P.A. : Ik heb een genuanceerd standpunt. Het is geen zwartwitverhaal. Er zijn de dagelijkse irritaties. Maar het is een verrijkende ervaring om een revolutionair proces mee te maken en te zien hoe de Cubanen het embargo – ik spreek liever over een blokkade – omzeilen. Ze zijn daar heel slim in geworden. Ik heb een internetreisbureau opgericht, cubalinda.com. Die site geeft veel informatie over Cuba en er bestaat een rechtstreekse reservering. De afgelopen zeven jaar hebben we duizenden mensen naar het land gebracht, waaronder duizenden Amerikanen, die ondanks het embargo toch zijn gekomen. Het was hun eerste keer, en ze waren een beetje zenuwachtig en ongerust. Ze hadden twee dagen nodig om tot rust te komen. Toen ze terug vertrokken, hadden ze een positieve indruk van deze revolutie. De mensen moeten de blokkade het hoofd bieden. Ze moeten er iedere dag rekening mee houden en zware offers brengen. Ze betalen een zware prijs omdat ze de Verenigde Staten hebben uitgedaagd en hun soevereiniteit en vrijheid verdedigen.

Ik ben enorm onder de indruk van wat ik zie in Cuba. Natuurlijk is niet alles positief, en je zult niet één Cubaan ontmoeten die zal zeggen dat de toestand perfect is. Iedereen weet dat het systeem onvolkomenheden heeft. Sommige daarvan worden veroorzaakt door de blokkade, door de Verenigde Staten. Anderen liggen bij de Cubanen zelf, door problemen van middelmatigheid en incompetentie. Maar als je de zaken evenwichtig beoordeelt, is de situatie bijzonder gunstig voor Cuba. De revolutie gaat voort en de laatste tien jaar ontwikkelt de economie zich weer. Na de ineenstorting van de Sovjetunie daalde de buitenlandse handel met 85%, geloof ik. Maar sinds 1995 is de vrije val gestuit. In de jaren daarna kent de economie een voortdurende groei. Van toen tot 2006 groeide de Cubaanse economie met ongeveer 12,25%, de hoogste groei van Latijns-Amerika. Ze hebben, zoals ik al zei, de blokkade het hoofd geboden, en ze zijn erin geslaagd om hun economie en sociale diensten weer te doen draaien. Alles is niet perfect. Er zijn zaken voor kritiek vatbaar, maar je leert je daaraan aan te passen en ermee te leven.

Hoe bekijkt u wat er momenteel in Latijns-Amerika gebeurt ? En hoe beoordeelt u de houding van de Verenigde Staten daar tegenover ?

P.A. : Het is zeer interessant en eigenlijk fascinerend om de gebeurtenissen in Latijns-Amerika te volgen. Er gebeurt heel wat op dit moment en de laatste jaren, sinds de verkiezing van Chavez in 1998. Dingen waarvan ik enkele jaren terug nooit had kunnen denken dat ze gingen gebeuren. Een golf van verandering gaat door Latijns-Amerika, en dat vertaalt zich in de verkiezingen in Bolivië, Venezuela, en nu ook Ecuador. Ze kijken allemaal naar Cuba. Ze zeggen allemaal : « Wij volgen het Cubaanse voorbeeld ». Ze stellen de VS voor een ultimatum. Vroeger hadden die de gewoonte om de verkiezingen gemakkelijk te kopen. Maar het ziet ernaar uit dat ze dat niet meer kunnen. Vrije en eerlijke verkiezingen leveren nu winst op voor links. De mensen kiezen voor Lula in Brazilië, voor Correa in Ecuador, en de anderen.

De VS daarentegen verliezen praktisch gevecht na gevecht. Peru zou het volgende land kunnen zijn dat het voorbeeld volgt. Humala mag dan wel de laatste verkiezingen hebben verloren, maar het is best mogelijk dat hij het de volgende keer haalt. De verkiezingen in de andere landen beloven ook een positief resultaat te geven. Het voorbeeld van Venezuela heeft de linkerzijde in heel Latijns-Amerika beïnvloed. Ze nemen Cuba als voorbeeld, maar elk land moet zijn eigen weg vinden. Er is niets eenvormig. Maar in het algemeen kan men zeggen dat de zaken zich zeer gunstig ontwikkelen. Ik had mij dat tien jaar terug niet kunnen voorstellen.

Proberen de Amerikaanse regering en de CIA terug te grijpen naar de methodes die ze enkele decennia terug hanteerden ?

P.A. : Ik ben er zeker van dat ze het proberen. Maar die methodes zijn niet langer even succesvol. Een van de redenen waarom ik mijn boek schreef was precies om aan te tonen hoe de CIA werkt, opdat de mensen zouden weten hoe ze tewerk gaan en opdat ze concrete voorbeelden uit mijn eigen ervaring zouden kunnen halen. Het was mijn bedoeling om de mensen de mogelijkheid te geven om die inmenging van de VS en hun aangewende methodes te verslaan.

En natuurlijk probeert de CIA erg hard om deze golf van verandering in Latijns-Amerika te breken. Ze heeft daarbij minder succes dan vroeger. Ik heb de indruk dat ze het gevecht in Latijns-Amerika aan het verliezen is. Deze regio zit in een beslissende fase om volledige soevereiniteit te verwerven.

Laat ons ons nog eens terugkeren naar uw boek « Inside the Company : CIA Diary ». Welke gevolgen had de publicatie voor u ?

P.A. : Om voor de CIA te kunnen werken, moet je een verklaring ondertekenen waarin je je ertoe verbindt om, wanneer je de CIA verlaat, alles wat je publiceert, bv. een boek of een artikel, vooraf aan de censuur van de CIA voor te leggen. Ik heb dat nooit gedaan. Ik heb dat geweigerd op basis van het principe dat ik nooit iets van wat ik schrijf zou laten censureren. Ik ben gedurende 17 jaar niet naar de VS geweest, op aanraden van mijn advocaat. Hij vreesde dat ze mij gingen gevangen zetten omdat ik over zoveel geheimen had geschreven en omdat ik de CIA niets had laten censureren. Ik ben toch naar de VS teruggegaan. Ik ging wel zien. En ze hebben mij niets gedaan.

Nadien heb ik ontdekt, op basis van door de wet op de openbaarheid vrijgegeven documenten, dat ze mij niet konden vervolgen zonder de onwettelijke acties die ze tegen mij hadden laten uitvoeren bekend te maken. Ik geloof dat het ergste daarvan een complot in Spanje was om mij te laten verdwijnen. Ik heb hiervan geen bewijzen, alleen maar aanwijzingen. Het was nog tijdens de dictatuur van Franco. Ik wist dat de CIA heel dicht bij de franquistische diensten stond. Twee jonge Amerikanen boden mij in Parijs geld en eten. Ik was erg wantrouwig, maar ik had het nodig. Vervolgens probeerden ze mij op alle mogelijke manieren naar Madrid te laten gaan. Wat ze ook probeerden, ik was vast van plan om er nooit een voet te zetten zolang dictator Franco er de lakens uitdeelde. Een tijdje later verdwenen de twee individuen van het toneel.

U zegt dat dit plaatsvond toen Franco nog in het zadel zat. Maar wie was er toen president ?

P.A. : Ik geloof dat het rond 1970 was, onder Nixon. Men vergeet dat er in die jaren, ook onder Nixon, plannen waren om Castro te vermoorden.

Een laatste vraag. Hebt u ooit een Hollywoodfilm gezien die een waarheidsgetrouw beeld ophangt van de CIA ?

P.A. : Ik kan er mij geen enkele voor de geest halen. Er bestaan veel films over de CIA. Het zijn commerciële films, met een dramatische spanning, die soms wel en soms niet de echte CIA benaderen. Maar ze zijn nooit echt helemaal waar. Ze bevatten een dramatisch verhaal. Maar werken voor de CIA is niet bijzonder dramatisch. Het is een dagelijkse klus, soms vervelend en routinematig. Er is maar weinig opwinding of drama in da talles. Je ontmoet agenten. Je betaalt hen. Je ontvangt hun rapporten. Zelf zit je in je bureau rapporten te schrijven. Als je een beetje uitkijkt, krijgen ze je niet te pakken. Zo gaat het er in het echt aan toe in de CIA, en niet zoals in de meeste films.

[1] In 1976 in het Nederlands vertaald en uitgegeven bij Amsterdam Boek onder de titel “CIA: werkwijze, organisatie en machtsbereik van de Amerikaanse geheime dienst”. Verkrijgbaar via ICS. (nvdv)
[2] Aanvulling door de vertaler: Zie het in vorige voetnota aangehaalde boek, blz. 9.

omhoog