Cuba herinnert Witte Huis aan humanitaire gestedoor Angel Rodríguez Alvarez, AIN 45 jaar geleden, op 21 december 1962 kwam een einde aan de langdurige onderhandelingen over de vergoeding van de materiële schade, aangericht door de huurlingeninvasie in de Varkensbaai. De Amerikaanse regering, die zich de hele tijd in alle mogelijke bochten had gewrongen om de essentie van de onderhandelingen te ontwijken, gaf zich uiteindelijk gewonnen: ze verklaarde zich bereid de schadevergoeding van 63 miljoen dollar te betalen.
De iets meer dan duizend individuen die lang geleden in de African Patriot of andere vaartuigen koers zetten naar Cuba vanuit de Verenigde Staten, waren niet bepaald toeristen. Het waren huurlingen in dienst van een buitenlandse mogendheid. Hun verrassingsaanval op onze kusten had de bedoeling te moorden, en moorden deden ze! De listige invasie kostte het leven aan een honderdvijftigtal van onze strijders en talrijke burgers. Vele anderen werden voor het leven verminkt en ook de materiële schade was groot.
In zijn eindbesluiten specificeerde de rechter de sociale samenstelling van de Brigade: het waren in hoofdzaak grootgrondbezitters, folteraars, huurmoordenaars, politici en lompenproletariaat. Cuba had ze betrapt met de wapens in de hand en gevangen genomen. Ze werden met alle respect voor hun fysische en morele integriteit behandeld. De gewonden werden verzorgd en meer dan anderhalf jaar gevoed. Daarna werden ze uitgewisseld tegen geneesmiddelen, medische uitrusting en voedingsmiddelen voor kinderen. Hoe komt het toch dat zij die de laster en leugens van het Witte Huis en de maffia van Cubaanse oorsprong in Miami napraten, zich deze humanitaire geste van de Cubaanse regering niet herinneren? Bron: Granma Vertaling: Marina Mommerency |