De houding van de EU tegenover Cuba: Europese arrogantie in het kielzog van de VS

Katrien Demuynck

Actieve VS-inmenging in de Europese politiek
De VS zijn de laatste maanden bijzonder actief geweest op diplomatiek vlak in en om Europa. Uiteraard is dat is niet zomaar. Op 18 juni, tijdens de vergadering van de ministerraad van de EU stond de herevaluatie van de ‘Common position’ tegenover Cuba op het programma. Dat is een document waarbij de EU Cuba een aantal voorwaarden oplegt vooraleer normale relaties met het land aan te knopen.
De VS startten een waar offensief ten opzichte van de landen van de Europese Unie. Daarbij worden ultra-rechtse ex-socialistische landen, zoals Tsjechië en Polen, als stoottroepen gebruikt. In dat plaatje kadert bijvoorbeeld de ‘dissidente’ activiteit die plaats had in de Tsjechische vertegenwoordiging voor de EU op donderdag 7 juni te Brussel.
Het doel van de VS is om de genoemde ‘gemeenschappelijke positie’ van de EU t.o.v. Cuba te behouden. Bovendien beogen ze meer en meer landen in te schakelen in hun strategie om Cuba te isoleren op het internationale terrein.

Herhaald bezoek
Kort geleden kregen verschillende Europese landen Kirsten Madison, vice-minister voor Buitenlandse Zaken van de VS, over de vloer. Daarop volgde een tournee van de zogenaamde “coördinator voor de overgang in Cuba”, de heer Caleb Mc Carry. De man werd in juli 2005 benoemd door VS Buitenlandminister Condoleezza Rice. Zijn hoofdopdracht is in Cuba een regimewissel op maat van de VS realiseren. Blijkbaar heeft geen enkel Europees land zich vragen gesteld over het democratisch gehalte van deze ambtenaar. Caleb Mc Carry werd ook in België op buitenlandse zaken ontvangen. Toch behaalden de VS niet overal het gewenste resultaat bij de betrokken regeringen. Ook de bevolkingen lieten zich niet onbetuigd. In zowat alle bezochte landen kon Mc Carry op protest rekenen. In Ierland moest hij zelfs onder politiebegeleiding afgevoerd worden toen hij een conferentie wou geven op de Universiteit van Dublin.
Kort voor de Europese top bracht VS-buitenlandminister Condoleezza Rice een bezoek aan Spanje. Het zinde de VS niet dat de Spaanse buitenlandminister Moratinos het feitelijk embargo doorbrak waarbij sinds de Europese sancties tegen Cuba in 2003 geen enkel Europees regeringslid Cuba nog officieel bezocht. Nog erger: Moratinos had enkel contact met de Cubaanse overheden en vond het niet nodig om ook langs te gaan bij de zogenaamde dissidenten. Condy wees Moratinos dan ook in het openbaar terecht, alweer een mooi staaltje van inmenging in de nationale politiek van een land.
Bush tourde wellicht niet toevallig net in dezelfde periode door Oost-Europa. In elk geval stond het thema Cuba overal expliciet op de agenda. In Tsjechië – jawel alweer! – maakte hij tijd vrij voor een onderonsje met twee speerpunten in de VS-politiek tov Cuba: ex-president van Spanje Aznar, die in 1996 aan de basis lag van de ‘Common position’ en ex-dissident en –president van Tsjechië Vaclav Havel. Het is niet toevallig dat het klad voor die door Aznar voorgestelde ‘Common position’ indertijd in Washington geschreven werd. Het toonaangevende dagblad ‘El País’ publiceerde als bewijs die originele Amerikaanse versie samen met de Europese slotversie op haar voorpagina…

Een uitnodiging tot gesprek?
Het besluit dat uiteindelijk na al dat gelobby tot stand kwam is navenant. De EU nodigt een officiële Cubaanse delegatie uit naar Brussel om te discussiëren over… de mensenrechten en de politiek die gevoerd wordt op Cuba. Ze nemen nota van de nieuwe situatie (sic) door het tijdelijk aftreden van Fidel. Ze sporen de Cubaanse regering aan om de nodige politieke en economische hervormingen door te voeren opdat het dagelijks leven van de Cubaan er beter zou op worden. In een tweede paragraaf bekritiseren ze de situatie van de mensenrechten op het eiland. De vrijlating van alle zogenaamde politieke gevangenen wordt geëist, evenals vrijheid van informatie en van meningsuiting.
Verder wijzen ze erop dat ze hun steun blijven verlenen aan allen die binnen de Cubaanse civiele maatschappij ‘voor de mensenrechten ijveren’. Daartoe zullen ze ontwikkelingshulp inzetten. Naast die ‘intense dialoog’ die ze behouden met die civiele maatschappij en met de oppositie zijn ze toch bereid om opnieuw een dialoog aan te gaan met de Cubaanse overheid, waarin ze expliciet het Europees standpunt rond democratie, mensenrechten en fundamentele vrijheden willen naar voor brengen.
Het spreekt vanzelf dat de EU met de benaming ‘civiele maatschappij’ niet verwijst naar de meer dan 2000 legale verenigingen en groeperingen zoals professionele organisaties, vrouwen- of studentenorganisaties, cirkels van intellectuelen en artiesten, die de Cubaanse maatschappij rijk is. Het gaat integendeel over een aantal kleine zogenaamd dissidente groepen. Als je weet dat de fameuze Cubaanse dissidenten gefinancierd worden door de VS, een vijandige mogendheid die al 47 jaar een blokkade oplegt, moordaanslagen organiseert en met een militaire invasie dreigt, dan hoeft dit aspect hier niet veel verdere uitleg.

Het antwoord van Cuba
Het spreekt voor zich dat Cuba dergelijke condities niet aanvaardt. Sinds jaar en dag stelt de Cubaanse overheid dat ze enkel gesprekken met de EU wil aangaan zonder voorwaarden en op basis van wederzijds respect. Dat is onmogelijk zolang de “Common Position” en de sancties van 2003 blijven bestaan. Bovendien, zo stelt Cuba “erkennen we bij de EU geen enkele morele autoriteit om over Cuba te oordelen”. Waarom heeft de EU het niet over de folteringen op de VS-basis van Guantanamo, vraagt Cuba zich af. Waarom kijkt de EU niet in eigen boezem, nu het duidelijk is dat ze medewerking verleenden aan geheime vluchten en gevangenissen van de CIA op hun territorium? Of waarom geen woord over de VS-blokkade tegen Cuba? Conclusie: de EU loopt hier mooi in het lijntje van het Plan Bush voor Cuba.
Volgens Cuba komt het de EU toe om zijn beleid bij te sturen, en niet omgekeerd. En ze voegen er fijntjes aan toe: “er is geen haast bij, we hebben alle tijd van de wereld”.

België maakt een bocht
Bij dit alles maakte de Belgische politiek blijkbaar een bocht van 180 graden. Hoewel buitenlandse zaken in alle toonaarden volhoudt dat er niets veranderd is in de Cuba-politiek van België, heeft geen enkele woordvoerder van de minister moeite gedaan om de hardnekkige berichten in de media te ontkennen.
Traditioneel verdedigde België een respectvolle politiek tegenover Cuba binnen de EU. Nu hebben ze zich aan de kant geschaard van waterdragers van de VS als Groot-Brittannië, Polen en Tsjechië. Voorwaar een mooi gezelschap! Waar die verandering van positie mee te maken heeft is niet duidelijk. Is België onderuit gegaan voor het charme offensief van Mc Carry? Kreeg De Gucht een telefoontje van Condoleezza Rice? Wat zeker is is dat Spanje en Duitsland door die koerswijziging hun plannen om de ‘Common position’ en de sancties op te heffen moesten herzien.
Op dezelfde 18e juni, de dag dat de EU haar beleid rond Cuba herbevestigde, besloot de Mensenrechtenraad van de VN de functie van de speciale controleur voor Cuba van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten op te heffen. Daarmee erkent de Mensenrechtenraad feitelijk dat er geen enkele reden is om Cuba van mensenrechtenschendingen te verdenken, die het bestaan van een dergelijke controleur rechtvaardigen. Het is een beetje cynisch dat net nu België de VS-kaart trekt en meegaat in de valse discussie rond mensenrechten, als voorwendsel om de Cubaanse soevereiniteit in vraag te stellen.