Evo Morales in Brussel: de president die het volk zijn waardigheid terug gafKatrien Demuynck – 16 05 06
Dinsdag 16 mei, 11.30 uur. Evo Morales, de nieuwe president van Bolivia, wordt op de Boliviaanse ambassade in Brussel verwacht. Hij zal er bij zijn bezoek aan België een ontmoeting hebben met mensen uit de sociale bewegingen. Daarna wordt hij nog bij de koning en bij Buitenlandminister Karel De Gucht verwacht. Een kleurrijke groep Bolivianen, andere latino's en Belgen staat hem op te wachten voor de ambassade. Er is muziek en traditionele dans, de sfeer kan niet stuk. In afwachting van de komst van de president worden al een aantal solidariteitsboodschappen uitgesproken. Politie en veiligheidspersoneel lopen zenuwachtig heen en weer.
Plots is het zover, Evo komt aan. Onmiddellijk komt hij een hand geven aan de mensen die hem staan op te wachten. De Bolivianen zijn erg onder de indruk. “ Gracias presidente, por devolvernos la dignidad! Bedankt president om ons onze waardigheid terug te geven!” roept Marcelo Estrada van het Bolivia-comité als Evo tenslotte de ambassade binnenstapt. 15 vertegenwoordigers van de sociale bewegingen hebben een toestemming om binnen met de president samen te komen. Er zijn scherpe veiligheidsmaatregelen.
Ook hier zet Marcelo de toon met zijn verwelkomingswoord: “Het moment is historisch voor Bolivia, de indígenas kregen hun waardigheid terug. Na vijfhonderd jaar uitbuiting, uitmoording en onderdrukking krijgen we eindelijk de plaats die ons toekomt. Je bent de nieuwe Tupak Katari”. In het inheems voegt hij er de historische woorden aan toe die deze Indiaanse rebellenleider uitsprak op 15 november 1781, momenten vóór hij gevierendeeld zou worden door de koloniale overheden: “ Mij, één man, kun je doden, maar morgen sta ik hier terug onder de vorm van miljoenen”.
President Evo Morales geeft dan een kort woordje uitleg bij de actuele situatie in Bolivia. Hij wijst erop dat de Boliviaanse oligarchie zich erg koest houdt voor het moment. Het lijkt er wel op dat de enige tegenstand die zijn regering krijgt de overstromingen zijn, en verder nog wat gehakketak in de media. Dat laatste is volgens Evo absoluut niet overtuigend. De populariteit van zijn regering stijgt met de dag, en nog meer sinds hij op 1 mei de gas- en oliewinning nationaliseerde. De zogenaamde afscheidingsbeweging in de rijke provincie Santa Cruz verliest alle credibiliteit. Nog nauwelijks 20 % van de mensen daar zijn voor afscheiding. Maar ondertussen wordt door uiterst rechts in alle stilte de subversie georganiseerd, aldus Evo. Zo'n 220.000 wapens zijn bestemd voor het bewapenen van uiterst rechtse milities. Er zijn bewijzen dat een grote multinational zo'n 2 miljoen dollar in dat destabiliseringsproject gepompt heeft. Maar we volgen ze op de voet, zo laat Evo weten. Intussen werken ze aan het kiezen van een grondwetgevende vergadering, zodat de fundamenten van de Boliviaanse staat gewijzigd kunnen worden ten voordele van het volk. Op 28 april ging Evo Morales in Havana de ALBA-akkoorden gaan ondertekenen. (Alternativa Bolivariana par Las Americas). Dat zijn samenwerkingsakkoorden tussen Latijns-Amerikaanse landen die vertrekken van onderlinge gelijkheid en wederzijdse solidariteit, totaal anders dan de vrijhandelsakkoorden die de VS de verschillende landen van Latijns-Amerika probeert op te leggen. Op 1 mei las Evo Morales in eigen land het decreet voor dat de gas- en petroleumindustrie nationaliseerde, nadat het leger in alle vroegte de verschillende ondernemingen was gaan “verzekeren”. Boze tongen beweren, aldus Evo, dat die maatregel ingefluisterd werd door Fidel Castro en Hugo Chávez. Niets is minder waar, stelt de Boliviaanse president. Uiteraard wisten die twee wel dat dat in de lucht hing. Het was trouwens de belangrijkste verkiezingsbelofte van Evo. Maar niemand wist wanneer het zover zou komen. Om die geheimhouding te verzekeren moesten ze wel een paar infiltranten uit het ministerie van brandstoffen zetten. “En wees gerust”, verzekert de president, “we hebben nog een reeks maatregelen in de pijplijn. Op het geschikte moment komen we ermee voor de dag.” Intussen kan de Boliviaanse regering op massale steun van de volksbewegingen rekenen.
Met de VS is Bolivia van plan om zo lang als het haalbaar is normale diplomatieke relaties te onderhouden. De VS organiseren nochtans de ene provocatie na de andere. Zo waren de diplomaten van de VS-ambassade als enigen afwezig op de ontvangst van de buitenlandse diplomaten door de nieuwe Boliviaanse president. Maar diezelfde avond nog nodigden ze op de VS-ambassade zelf een aantal regeringsleden en functionarissen van de MAS uit, de partij van Evo Morales. Uiteraard hebben de MAS-politici die ontmoeting geboycot. Of er is het voorbeeld van senator Leonilda Zurita, die haar inreisvisum voor de VS geweigerd zag, terwijl ze vroeger als boerenleidster wel over een visum beschikte. Tenslotte wijdt Evo Morales nog even uit over het probleem van de cocateelt. Hij wijst erop dat de zogenaamde strijd tegen de cocaïnekartels vanuit de VS zeer hypocriet is. De kleine boer wordt opgepakt of afgestraft, terwijl de “grote vissen” mooi hun gang kunnen blijven gaan. Dat probleem moet aangepakt worden. Verder is er uiteraard ook de legale teelt van coca omwille van zijn geneeskrachtige werking. Er moet gewerkt worden aan het onderzoek naar de werking van de cocaplant en aan het propageren van dit geneeskrachtig gebruik. De tijd dringt ondertussen. Er worden gauw nog een paar foto's genomen. Buiten begroet Evo opnieuw persoonlijk het nog aangegroeide ontvangstcomité. “Leve Evo” en “ el pueblo unido jamas será vencido ” zijn de enthousiaste afscheidskreten. |