print versie

Een andere pers is mogelijk

Havana 14 maart 2006
Katrien Demuynck

Zo'n 300 mensen zijn uitgenodigd op de nationale persdag. De meeste zijn personaliteiten van de nationale pers. Er zijn ook een aantal buitenlandse genodigden. De gebeurtenis gaat door onder een brandende zon, aan de Monte de las banderas, de 'vlaggenberg'. Dat is een indrukwekkend monument vlak voor de Amerikaanse vertegenwoordiging (officieuze ambassade): 138 zwarte vlaggen met een witte ster, één voor elk jaar sinds de bevrijdingsstrijd tegen de Spaanse kolonisator startte. De vlaggen staan symbool voor de duizenden Cubaanse slachtoffers van de VS terreur tegen Cuba. Ze zijn een antwoord op een offensieve 'lichtreclame' die de Amerikanen sinds enkele weken laten branden op hun oficina, met aantijgingen rond zogenaamde Cubaanse schendingen van de mensenrechten. Je moet het maar doen, terwijl je zelf een illegaal gevangenenkamp openhoudt op hetzelfde eiland waar onbekende gevangenen zonder statuut straffeloos gefolterd worden.

De acto start met de getuigenis van Frank Gonzalez, voorzitter van het persagentschap Prensa Latina. Op 6 oktober 1976, de dag dat een Cubaans lijnvliegtuig voor Barbados in zee storttte was hij correspondent van Prensa Latina op Jamaica. Hij hoorde als eerste de opname van de laatste woorden van de piloten van het lijnvliegtuig. Hij sprak met getuigen van de explosie. Een ding bleek al snel, het ging hier om een goed beraamde aanslag. De eerste in de geschiedenis op een lijnvliegtuig. De daders zijn gekend, maar worden tot op heden door de VS beschermd. Dit is slechts een enkel voorbeeld van de terreur die de VS ontketenen, waar hij persoonlijk getuige van was. Frank Gonzalez roept de journalisten op om de genocidaire politiek van de VS aan te klagen. Hij besluit: er is een alternatief voor deze cynische politiek van oorlog en terreur. Dat alternatief is het socialisme. Hij besluit met het uitspreken van zijn onvoorwaardelijke steun aan de revolutie, de partij en onze comandante.

Daarna neemt een jonge studente journalistiek het woord. Haar interventie is een aanklacht tegen de journalistiek die mee heult met het imperium: We zullen de omsingeling van de waarheid door dit mediacircus doorbreken, stelt ze, ook al wordt ze bewaakt door zware wapens en oorlogsgeweld.

Roberto Agudo,journalist voor de Cubaanse TV voor zijn levenswerk de prijs José Martí kreeg, vraagt zich af waarom zoveel journalisten voor doof, blind en stom spelen tegenover wat in de wereld gebeurt. En waarom ze meespelen om binnen de VS zelf de cultuur van de angst te verspreiden? Terwijl intussen toch duidelijk wordt wat er gebeurt. Wie viel Guatemala binnen in ‘54, wie viel Cuba binnen in ‘61? We kunnen nog een hele reeks opsommen, van Vietnam tot Panama, tot het bombardement op Tripoli of in Soedan. Wie creëerde Bin Laden en wie bracht de Taliban aan de macht? Wie heeft geheime gevangenissen en wie gaf per abuus zogenaamd verkeerde medicijnen aan Milosevich? Wie zijn de ware terroristen?

Tubal Paez, voorzitter van de journalistenbond sluit af. Wij veroordelen oorlog en terrorisme. We doen een oproep aan alle collega's waar dan ook om de wereld te verdedigen tegen dit misdadig systeem. Wij, Cubaanse journalisten staan aan de kant van de revolutie. Weg met oorlog en terreur, vrijheid voor de Vijf. Patria o muerte, venceremos.

omhoog