Fidel Castro is geen kandidaat meer voor het presidentschap Erwin Carpentier Granma publiceert in zijn editie van 19 februari 2008 de mededeling van Fidel Castro waarin hij zegt zich geen kandidaat te zullen stellen voor het voorzitterschap van de Staatsraad. Daarmee treedt hij ook officieel terug als president. Zijn boodschap luidt als volgt: Beste landgenoten, Vorige vrijdag 15 februari beloofde ik jullie dat ik in mijn volgende overpeinzing een thema ging aansnijden dat vele landgenoten bezighoudt. Deze keer heeft het de vorm van een mededeling. Het ogenblik is aangebroken voor de kandidaatstellingen en verkiezingen van de Staatsraad, zijn voorzitter, ondervoorzitter en secretaris. Ik ben al vele jaren eervol belast met het voorzitterschap. Op 15 februari 1976 werd de socialistische grondwet door meer dan 95% van de stemgerechtigde burgers goedgekeurd in een vrije, rechtstreekse en geheime stemming. De eerste Nationale Vergadering ging door op 2 december van datzelfde jaar en verkoos de Staatraad en zijn voorzitter. Voordien had ik gedurende bijna 18 jaar de functie van Eerste Minister uitgeoefend. Ik beschikte altijd over de nodige voorrechten om, met de steun van de overgrote meerderheid van het volk, het revolutionaire werk vooruit te brengen. Velen in het buitenland dachten, gelet op mijn kritieke gezondheidstoestand, dat mijn voorlopige verzaken aan mijn taak als voorzitter van de Staatraad, op 31 juli 2006, en de overdracht ervan in handen van de eerste ondervoorzitter, Raúl Castro Ruz, definitief was. Raúl, die daarnaast wegens zijn persoonlijke verdiensten ook de functie van minister van de FAR[1] uitoefent, en de andere leidende kameraden van de partij en van de staat, zelf waren terughoudend om mij van mijn taken te ontlasten, ondanks mijn hachelijke gezondheidstoestand.Mijn toestand was ongemakkelijk tegenover een tegenstander die er alles aan deed om van mij af te geraken, en ik wou hem dat geenszins gunnen. Nadien kon ik weer volledig over mijn geestesvermogen beschikken, en de gedwongen rust maakte dat ik veel kon lezen en nadenken. Ik had genoeg fysieke kracht om gedurende vele uren te schrijven, samen met het herstel en de nodige revalidatieprogramma's. Mijn gezond verstand vertelde me dat die activiteit binnen mijn bereik lag. Langs de andere kant, wanneer ik het over mijn gezondheid had, waakte ik er altijd over om geen illusies te geven voor het geval bij tegenslag het volk, in volle strijd, onheilspellende berichten zou hebben te horen gekregen. Het volk psychologisch en politiek voorbereiden op mijn afwezigheid was mijn eerste plicht, na al die jaren van strijd. Ik heb altijd gezegd dat mijn herstel “niet zonder risico's was”. Ik heb altijd gewild mijn plicht tot het laatste moment te vervullen. Dat is wat ik te bieden heb. Ik deel mijn beste landgenoten, die mij de grote eer betuigden door mij de afgelopen dagen te verkiezen als lid van het parlement, waar er voor de toekomst van onze Revolutie belangrijke akkoorden moeten worden aangenomen, mee dat ik – en ik herhaal - de functie van voorzitter van de Staatsraad en Opperbevelhebber niet zal betrachten noch zal aanvaarden. De korte brieven die ik Randy Alonso, directeur van het nationale televisieprogramma Mesa Redonda, schreef en die op mijn verzoek openbaar werden gemaakt, bevatten al discrete elementen van dit huidige bericht, en misschien vermoedde de bestemmeling van mijn brieven wel wat ik bedoelde. Ik had vertrouwen in Randy, want ik kende hem goed van toen hij journalistiek studeerde aan de universiteit. Ik kwam toen bijna elke week samen met de belangrijkste vertegenwoordigers van de universiteitsstudenten uit de provincies, in de bibliotheek van het grote huis in Kohly, waar ze verbleven. Vandaag is heel het land één grote universiteit. Enkele paragrafen uit de brief die ik Randy op 17 december 2007 zond: “Het is mijn diepste overtuiging dat de antwoorden op de huidige problemen van de Cubaanse maatschappij - dat een gemiddelde opleidingsniveau heeft van tegen de 12 e graad, zo'n miljoen universitair gediplomeerden telt en waarbij iedereen zonder onderscheid de echte kans heeft om te studeren - meer antwoorden nodig heeft dan er velden op een schaakbord staan om elk concreet probleem aan te pakken. Geen enkel detail mag aan onze aandacht ontsnappen. Het is geen gemakkelijke opdracht, en in een revolutionaire maatschappij moet het menselijk verstand het halen van de instincten.” “Het is mijn elementaire plicht om mij niet aan taken vast te klampen, noch om jongere mensen voor de voeten te lopen, maar wel om ervaringen en ideeën te geven die hun bescheiden waarde halen uit het bijzondere tijdperk waarin ik kon leven.” “Ik denk, zoals Niemeyer, dat je moet consequent zijn tot het einde.” Brief van 8 januari 2008: “… Ik ben een overtuigde aanhanger van de eenheidsstem (een beginsel dat de ongekende verdiensten beschermt). Dankzij dat principe hebben we de tendenzen kunnen vermijden om wat er uit het oude socialistische kamp kwam te kopiëren - waaronder de foto van een enige kandidaat - dat zo alleen stond en zo solidair was met Cuba. Ik heb veel respect voor die eerste poging om het socialisme op te bouwen, waardoor wij de gekozen weg verder kunnen afleggen.” “Ik ben mij er erg van bewust dat alle roem ter wereld in een graankorrel past” herhaalde ik in die brief. Ik zou mijn geweten bedriegen als ik een verantwoordelijkheid zou opnemen die een volledige mobiliteit en inzet vereist terwijl ik niet in de fysieke mogelijkheid verkeer om dat te doen. Ik zeg dat zonder zweem van drama. Gelukkig kan ons proces nog altijd rekenen op kaders van de oude garde, samen met anderen die heel jong waren toen ze de eerste fase van de revolutie begonnen. Sommigen waren haast nog kinderen toen ze zich bij de strijders in de bergen aansloten en nadien, door hun heldhaftigheid en hun internationale opdrachten, met roem beladen naar het vaderland terugkeerden. Ze kunnen rekenen op autoriteit en ervaring om de vervanging door te voeren. Onze revolutie beschikt ook over een tussengeneratie die samen met ons de elementen van de haast onmogelijke kunst heeft geleerd om een revolutie te organiseren en te leiden. De weg zal altijd moeilijk zijn en de verstandige inspanning van allen vragen. Ik wantrouw de ogenschijnlijk gemakkelijke weg van de verheerlijking of, als tegenhanger, van de zelfkastijdiging. Men moet zich altijd op de slechtste variante voorbereiden. We moeten even voorzichtig zijn in onze successen als we vastberaden moeten zijn in geval van tegenslag. Dat beginsel mogen we nooit vergeten. De tegenstander die we moeten verslaan is bijzonder sterk, maar we hebben hem al een halve eeuw van ons af kunnen houden. Ik neem geen afscheid van jullie. Ik wil alleen vechten als een soldaat van de ideeën. Ik zal verder schrijven onder de titel “Overpeinzingen van kameraad Fidel”. Het zal een wapen meer zijn in het arsenaal waarop men kan rekenen. Misschien luisteren ze naar me. Ik zal waakzaam zijn. Bedankt. Fidel
|