print versie

Fidel geen kandidaat meer voor presidentschap

Katrien Demuynck

Fidel Castro laat in een boodschap aan het Cubaanse volk weten dat hij geen kandidaat meer is voor het voorzitterschap van de staatsraad en als opperbevelhebber van het leger.

Op 24 februari komt in Havana het nieuw verkozen parlement bijeen om de staatsraad en haar voorzitter en vice-voorzitters te kiezen. Sinds de nieuwe Cubaanse grondwet van kracht werd in 1976 is Fidel steeds verkozen geweest als voorzitter van de staatsraad. Die functie komt niet volledig overeen met wat wij begrijpen onder president van de republiek, gezien de macht aanzienlijk ingeperkt wordt door de bevoegdheden van het parlement. Zo kan de Cubaanse president, voorzitter van de staatsraad, bijvoorbeeld geen oorlog verklaren of geen diplomaten benoemen. Hoewel hij naar eigen zeggen om gezondheidsredenen geen persoonlijke contact met de kiezers kon hebben, werd Fidel onlangs opnieuw verkozen in het parlement. Bijgevolg is hij verkiesbaar voor de leidinggevende functies van het land. Daar stapt hij nu uitdrukkelijk vanaf. Volgens de Cubaanse president zou het niet consequent zijn een dergelijke functie opnieuw te accepteren zonder in een goede fysieke conditie te zijn.

Ongetwijfeld zal dit nieuws veel speculaties in beweging zetten. Volgens ons gaat het hier echter om een voor de hand liggend proces, dat trouwens door Fidel zelf reeds gesuggereerd is in vorige mededelingen. De Cubaanse regering is trouwens sowieso niet beperkt tot mensen van de oude garde. Cubaanse eerste minister Carlos Lage of buitenlandminister Felipe Pérez Roque zijn daar goede voorbeelden van.

In tegenstelling tot het beeld dat opgehangen wordt kan in Cuba gesproken worden van een collectief leiderschap. De naadloze overgang van een regering met en zonder Fidel aan het hoofd, sinds 31 juli 2006, bewijst dat trouwens.

Het nieuwe parlement, verkozen in verkiezingen waarin het overgrote deel van de Cubaanse bevolking aan deelnam, zal ongetwijfeld de wil van Fidel respecteren en een nieuwe leiding kiezen. De samenstelling van dat parlement is met 42% vrouwen, 29% arbeiders en bedienden (bij ons is dat 1%), 61 % parlementairen geboren na de revolutie, 63% nieuwelingen en een gemiddelde leeftijd van bijna 50 jaar een vrij goede weerspiegeling van de Cubaanse samenleving.

Alles wijst erop dat, wie ook de nieuw verkozen voorzitter en vice-voorzitters van de staatsraad mogen worden en met de verschillen in leiderschapsstijl die dat kan meebrengen, de Cubaanse bevolking zal kunnen rekenen op een continuïteit in het beleid.

K. Demuynck bereidt samen met Marc Vandepitte een boek voor over Fidel Castro, gebaseerd op een reeks interviews met Cubaanse personaliteiten.

omhoog