print versie

Bedenkingen van Fidel Castro

De eeuwige vlam

Dit is een politieke reflectie. Meer bepaald: een nieuwe Proclamatie. Vandaag is het precies één jaar geleden dat ik de vorige hield, op 31 juli 2006. Maar het afgelopen jaar telt voor tien door de unieke ervaring die ik had om over vitale kwesties van de mensheid informatie en kennis te vergaren, die ik in alle eerlijkheid deelde met het Cubaanse volk.

Nu bestookt men me met vragen over het moment waarop ik weer, wat sommigen de macht noemen, zal opnemen, alsof deze macht mogelijk zou zijn zonder onafhankelijkheid. Er is een reële en destructieve macht in de wereld, voortvloeiend uit een decadent imperium dat iedereen bedreigt.

Raúl heeft gezegd dat ik voor elke belangrijke beslissing werd geraadpleegd in de mate dat mijn herstel het toeliet. Wat moest ik doen? Vechten zonder opgave, zoals ik het al heel mijn leven doe.

Bij de verjaardag van mijn Proclamatie deel ik met het Cubaanse volk het genoegen om vast te stellen dat hetgeen ik had beloofd onomstootbaar waar is geworden: Raúl, de Partij, de Regering, het Nationaal Parlement, de communistische Jeugd en de sociale massaorganisaties met de arbeiders aan het hoofd, stappen voorwaarts, geleid door het onaantastbaar principe van eenheid.

Met dezelfde overtuiging blijven we ononderbroken vechten tegen onze eigen gebreken en tegen de brutale vijand die in Cuba de macht probeert te veroveren.

Dit punt verplicht me te benadrukken wat de leiders van de Revolutie nooit mogen vergeten: de heilige plicht om zonder onderbreking onze defensieve capaciteiten en voorbereidingen te versterken, zodat we in gelijk welke omstandigheden de indringers een onbetaalbare prijs doen betalen.

Dat niemand zich de minste illusie maakt: het imperium, dat in zich de genen van haar eigen ondergang draagt, zal nooit met Cuba onderhandelen. Hoe vaak we ook aan de bevolking van de V.S. zeggen dat onze strijd niet tegen hen gericht is, wat de volle waarheid is, het kan de apocalyptische geest van haar regering niet afremmen, noch het troebel en maniakaal idee van wat zij “een democratisch Cuba” noemen, alsof elke leidinggevende die hier kandideert zichzelf verkiest, zonder door de strenge zeef te geraken van de overweldigende meerderheid van een opgeleid en gecultiveerd volk dat zijn steun geeft.

In vorige reflecties vermeldde ik de historische namen van Martí, Maceo, Agramonte en Céspedes. Voor de permanente herinnering aan de oneindige lijst van iedereen die viel in de strijd of van zij die vochten en zich opofferden voor het Vaderland, heeft Raúl op de 50ste verjaardag van de dood van Frank País, de jonge held van 22 jaar die ons allen trof als voorbeeld, een vlam aangestoken die eeuwig zal branden.

Een leven zonder idealen is niets waard. Er bestaat geen groter geluk dan te vechten voor je idealen.

Fidel Castro Ruz

31 juli 2007

omhoog