|
Bedenkingen van Fidel Castro Opzettelijke leugens, verdachte sterfgevallen en aanvallen op de wereldeconomie. In een vorige reflectie had ik het over goudstaven die in de kelders van de Twin Towers waren opgeslagen. Deze keer is het onderwerp iets meer complex en moeilijker om te geloven. Bijna vier decennia geleden ontdekten wetenschappers in de Verenigde Staten het Internet, op dezelfde manier als in zijn tijd Albert Einstein, geboren in Duitsland, de formule ontdekte waarmee men kernenergie kan meten. Einstein was een groot wetenschapper en humanist. Hij stelde de fysicawetten van Newton, die tot dan toe heilig waren, in vraag. Nochtans blijven de appelen vallen volgens de wet van de zwaartekracht, die Newton definieerde. Het waren twee verschillende manieren om de natuur te observeren en te interpreteren en waarover men in Newton ‘s tijd nog heel weinig gegevens had. Ik weet nog wat ik meer dan 50 jaar geleden over de beroemde relativiteitstheorie van Einstein las: de energie is gelijk aan de massa vermenigvuldigd met het kwadraat van de lichtsnelheid, die men C noemt: E=MC². De Verenigde Staten hadden het geld en de nodige middelen om zo een duur onderzoek te bekostigen. Het politieke klimaat volgend op de algemene haat wegens de brutaliteiten van het nazisme in het rijkste en productiefste land van een door de oorlog vernietigde wereld, veranderde die onvoorstelbare energie in bommen die op de weerloze bevolking van Hiroshima en Nagasaki werden gegooid, met honderdduizenden doden als gevolg en een even groot aantal bestraalde mensen die stierven in de loop van de daaropvolgende jaren. Een duidelijk voorbeeld van het gebruik van wetenschap en technologie met dezelfde bedoeling om te overheersen wordt beschreven in een artikel van de gewezen Nationale Veiligheidsagent van de Verenigde Staten, Gus W. Weiss, dat oorspronkelijk in 1996 verscheen in het tijdschrift Studies in Intellligence , hoewel het pas algemeen werd verspreid in het jaar 2002 onder de titel De Sovjets misleiden . Hierin zegt Weiss dat hij op het idee was gekomen om aan de USSR besmette software te geven voor hun industrie, met de bedoeling de economie van dat land te doen ineenstorten. Volgens notities in hoofdstuk 17 van het boek Op de rand van de afgrond: De koude oorlog van binnenuit van Thomas C. Reed, gewezen secretaris van de Luchtmacht van de Verenigde Staten, had Leonid Brezjnev in 1972 aan een groep hoge functionarissen van de Partij gezegd: “Wij communisten moeten een tijdje optrekken met de kapitalisten. We hebben hun kredieten nodig, hun landbouw en hun technologie. Maar we werken verder aan onze grote militaire programma's en tegen het midden van de jaren '80 zullen we in staat zijn om een agressieve buitenlandse politiek te voeren, ontworpen om de overhand te krijgen over het Westen.” Deze informatie werd in 1974 door het Departement van Defensie bevestigd in een hoorzitting van de Kamercommissie voor Bank- en Muntwezen. In het begin van de jaren ‘70 bracht de regering van Nixon het idee van de detente naar voor. Henry Kissinger hoopte dat “de handel en de investeringen mettertijd de tendens van het Sovjetsysteem zouden terugvoeren naar de autarchie.” Hij dacht dat de detente “de graduele associatie van de Sovjeteconomie met die van de wereldeconomie zou kunnen bewerkstelligen en op die manier de onderlinge afhankelijkheid zou bevorderen, hetgeen de stabiliteit van de politieke relatie verhoogt.” Reagan was geneigd om de theorieën van Kissinger over de detente te negeren en voort te gaan op de woorden van president Brezjnev, maar op 19 juli 1981 werd alle twijfel weggenomen, toen de nieuwe President van de Verenigde Staten op de economische top van de G7 in Ottawa samenkwam met de Franse president François Mitterrand. In een apart gesprek zei Mitterrand tegen Reagan dat zijn Inlichtingendienst erin geslaagd was om een agent van de KGB te rekruteren. Hij behoorde tot de afdeling die de pogingen van de sovjets om technologie uit het Westen te bekomen, moest evalueren. Reagan was zeer geïnteresseerd in de delicate onthullingen van Mitterrand en bedankte hem ook voor zijn aanbod om de inlichtingen over te maken aan de regering van de Verenigde Staten. In augustus 1981 belandde het dossier onder de naam Farewell bij de CIA. Het werd duidelijk dat de sovjets al jaren bezig waren met hun onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten. Gezien de enorme overdracht van technologie van de Verenigde Staten naar de Sovjetunie via radars, computers, machinewerktuigen en halfgeleiders, zou men kunnen zeggen dat het Pentagon in een wapenwedloop met zichzelf was verwikkeld. Het Farewell Dossier identificeerde ook honderden officieren, agenten op hun post en anderen die informatie verschaften aan het Westen en aan Japan. Gedurende de eerste jaren van de detente hadden de Verenigde Staten en de Sovjetunie werkgroepen opgericht voor landbouw, burgerluchtvaart, kernenergie, oceanografie, informatica en milieu. Het doel was om “bruggen van vrede” te bouwen tussen de grootmachten. De leden van de werkgroepen moesten elkaar ‘s centra bezoeken. Naast de identificatie van agenten kwam de nuttigste informatie van het Dossier uit de “aankopenlijst” en uit hun doelstellingen in verband met de aanschaf van technologie in de komende jaren. Toen het Farewell Dossier in Washington aankwam, vroeg Reagan aan Bill Casey, de Directeur van de CIA, om met de gegevens een geheim plan uit te dokteren. De productie en het transport van olie en gas waren prioritair voor de Sovjetunie. Een nieuwe transsiberische gaspijpleiding zou gas moeten vervoeren van de vindplaatsen in Urengoi in Siberië via Kazakstan, Rusland en Oost-Europa tot bij de deviezenhandel van het Westen. Voor de automatisering van de werking van kleppen, compressoren en installaties voor opslag in zulk een gigantische onderneming, hadden de Sovjets gesofisticeerde controlesystemen nodig. Ze kochten de eerste computermodellen op de vrije markt, maar toen de autoriteiten van de gasindustrie bij de Verenigde Staten aanklopten voor de nodige software, werden ze afgewezen. Onversaagd zochten de sovjets de software elders. In een poging om de noodzakelijke codes te bemachtigen, werd een agent van de KGB uitgestuurd om te infiltreren bij een Canadese verdeler van software. De inlichtingendienst van de Verenigde Staten werd verwittigd door de agent van het Farewell Dossier en manipuleerde de software alvorens ze te versturen. Eens in de Sovjetunie, werd de software in de computers geïnstalleerd en de gaspijpleiding deed het fantastisch. Maar deze rust was bedrieglijk: in de software die de pijpleiding bestuurde, zat een paard van Troje, een term die wordt gebruikt voor verborgen codes in de software van een normaal werkend systeem die ervoor zorgen dat het systeem ofwel later op hol slaat, ofwel door een invoer van buiten uit. Met de bedoeling om de winsten van de deviezen uit het Westen en de interne economie van Rusland te schaden, was de software van de gaspijpleiding die de pompen, turbines en kleppen moest besturen, geprogrammeerd om na een veilige periode te crashen: de snelheid van de pompen werd ge reset ? zo noemt men dit ? en de kleppen werden zo afgesteld dat de druk op de koppelingen en soldeersels van de pijpleiding tot ver boven het toelaatbare steeg. “Het resultaat was de grootste niet-nucleaire explosie en brand ooit gezien vanuit de ruimte. In het Witte Huis kregen de ambtenaren en adviseurs via de infrarode satellieten de waarschuwing dat er in een onbewoond gebied van de Sovjetunie iets vreemds was gebeurd. De NORAD ( North American Aerospace Defense Command ) vreesde dat er raketten waren gelanceerd van op een plaats waar men er geen gestationeerd wist; of misschien was het de ontploffing van een nucleaire installatie. De satellieten hadden geen enkele elektromagnetische impuls gedetecteerd , karakteristiek voor nucleaire explosies. Voordat de gegevens konden ontaarden in een internationale crisis, stapte Gus Weiss naar de benedenverdieping om aan zijn collega's van de NSC (National Security Council) te zeggen dat ze zich geen zorgen moesten maken”, schrijft Thomas Reed in zijn boek. Het geheel van tegenmaatregelen volgend op het Farewell Dossier, was een economische oorlog. Hoewel er geen slachtoffers waren gevallen bij de explosie van de gaspijpleiding, leed de economie van de Sovjetunie belangrijke schade. In een grote finale sloten de Verenigde Staten en hun geallieerden van de NATO tussen 1984 en 1985 deze operatie af, die op efficiënte wijze een einde maakte aan de capaciteit van de USSR om technologie te onderscheppen, op een moment dat Moskou geprangd zat tussen het zwaard van een gebrekkige economie langs de ene kant en de muur van een Noord-Amerikaanse president aan de andere kant, die koppig wou overheersen en een einde wou maken aan de koude oorlog. In het reeds geciteerde artikel van Weiss wordt bevestigd dat “de zaak in 1985 een bizarre wending nam toen in Frankrijk informatie vrijkwam over het Farewell Dossier. Mitterrand dacht dat de Russische agent een valstrik was van de CIA om hem op de proef te stellen en te zien of hij de inlichtingen aan de Verenigde Staten zou overmaken ofwel ze voor de Fransen zou houden. Bijgevolg ontsloeg Mitterrand de chef van de Franse dienst, Yves Bonnet.” Gus W. Weiss was zoals gezegd degene die op het sinister idee kwam om besmette software te geven aan de USSR toen de Verenigde Staten het Farewell Dossier in handen kregen. Hij stierf op 25 november 2003 op de leeftijd van 72 jaar. The Washington Post bracht pas op 7 december, 12 dagen later, het bericht over zijn dood. Ze schreven dat Weiss uit zijn appartement in het “Watergate” gebouw te Washington was “gevallen”. Verder had een forensisch arts verklaard dat hij was omgekomen door “zelfmoord”. De krant van zijn geboortestad, The Nashville Tennessean , publiceerde het nieuws een maand later dan The Washington Post en merkte op dat men op dat ogenblik niet meer kon zeggen dan dat “de omstandigheden rond zijn dood nog niet waren opgehelderd.” Voordat hij stierf liet hij onuitgegeven nota's na met als titel “ Het Farewell Dossier: de strategische misleiding en de economische oorlog binnen de koude oorlog .” Weiss studeerde af aan de Vanderbilt Universiteit. Hij behaalde postgraduaten in de universiteiten van Harvard en New York. Zijn werk voor de regering behelsde zaken van Nationale Veiligheid, opdrachten binnen de Inlichtingendienst en bezigheden in verband met de overdracht van technologie naar communistische landen. Hij werkte bij de CIA, bij de Raad voor Wetenschapsdefensie van het Pentagon en bij het Waarschuwingscomité van Inlichtingen voor de Inlichtingendienst van de V.S. Hij ontving de Medaille voor Verdiensten van de CIA en de Medaille “Cipher” van de Nationale Veiligheidsraad. In 1975 gaven de Fransen hem de “Légion d'Honneur”. Hij liet geen familieleden achter. Een tijdje vóór zijn “zelfmoord” had Weiss zich uitgesproken tegen de oorlog in Irak. Het is interessant om te zien dat 18 dagen vóór het overlijden van Weiss, op 7 november 2003, een andere analist van de regering van Bush, John J. Kokal (58 jaar), zelfmoord pleegde. Hij sprong uit een bureau van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, waar hij werkte. Kokal was analist bij de Inlichtingendienst voor Irak van Buitenlandse Zaken. In reeds gepubliceerde documenten kan men lezen dat Michail Gorbatsjov woedend was bij de arrestaties en uitwijzingen van Russische agenten in verschillende landen, want hij wist niet dat de inhoud van het Farewell Dossier in handen was van de belangrijkste regeringsleiders van de NATO. In een vergadering van het Politbureau op 22 oktober 1986, bijeengeroepen om zijn collega's te informeren over de Top in Reykjavik, zei hij dat de Noord-Amerikanen “zich onbeschoft gedroegen als bandieten”. Hoewel hij in het openbaar beminnelijk was, bestempelde Gorbatsjov Reagan privé als “een leugenaar”. Gedurende de laatste dagen van de Sovjetunie moest het Secretariaat van de Communistische Partij in het duister tasten. Gorbatsjov wist niet wat men in de laboratoria en de hoogtechnologische industrieën van de Verenigde Staten aan het doen was. Hij had totaal geen idee hoe en in hoeverre de laboratoria en industrieën van de Sovjetunie werden gecompromitteerd. Tijdens die gebeurtenissen tastten de pragmatici van het Witte Huis eveneens in het duister. President Ronald Reagan trok zijn overwinningskaart: het Strategisch Defensie-Initiatief alias Star Wars. Hij wist dat de sovjets niet konden meespelen in deze liga, want ze konden niet weten dat hun elektronische industrie was geïnfecteerd met een virus en een paard van Troje, daar geplaatst door de Inlichtingendienst van de Verenigde Staten. De gewezen Eerste Minister van Groot-Brittannië schreef in haar memoires, die in 1993 bij een belangrijke Engelse uitgever verschenen onder de titel Margaret Thatcher, de jaren in Downing Street , dat het hele plan Reagan over de Star Wars en de poging om de Sovjetunie economisch ten gronde te richten het beste plan was van deze regering en dat het definitief had geleid tot de ondergang van het socialisme in Europa. In hoofdstuk XVI van haar boek legt ze de medewerking uit van haar regering met het Strategisch Defensie-Initiatief. De uitvoering van dit Initiatief was volgens Thatcher “de belangrijkste beslissing” van Reagan, “en bleek de sleutel tot de overwinning van het Westen in de koude oorlog.” Het zette “meer economische druk en een rem op de uitgaven” van de Sovjetmaatschappij waardoor “de technologische en financiële gevolgen voor de USSR verwoestend waren.” Onder de titel “ De Sovjetunie opnieuw evalueren " beschrijft ze een reeks ideeën waarvan de essentie wordt weergegeven in de letterlijke paragrafen uit deze lange passage, meteen het bewijs vormend van het brutale complot: “In het begin van 1983, moeten de Sovjets zich rekenschap hebben gegeven dat hun spel van manipulaties en intimidaties niet lang meer zou duren. De Europese regeringen waren niet bereid om in de val te trappen van hun voorstel voor een Europese ‘zone zonder kernwapens'. Ze bleven verder werken aan de ontwikkeling van de kruisraketten en de Pershings. In maart kondigde president Reagan de plannen van de Verenigde Staten aan voor een Strategisch Defensie-Initiatief (SDI), dat op technologisch en financieel gebied verwoestende gevolgen zou hebben voor de Sovjetunie.” “[…] ik had niet de minste twijfel over de juistheid van zijn toewijding om dit programma door te drukken. Achteraf bekeken, is het me nu duidelijk dat de oorspronkelijke beslissing van Ronald Reagan over het SDI de belangrijkste was van zijn presidentschap.” “Om onze benadering van het SDI te formuleren, waren er vier verschillende elementen waarmee ik rekening hield. Het eerste was de wetenschap op zich.” “Het doel van de Verenigde Staten met het SDI was de ontwikkeling van een nieuwe en meer efficiënte verdediging tegen de ballistische raketten.” “Dit verdedigingsconcept was gebaseerd op de mogelijkheid om ballistische raketten op elk ogenblik in hun vlucht aan te vallen, vanaf de ontsteking wanneer de raket met de kernkoppen en het lokaas samen zijn, tot op het moment dat ze weer in de atmosfeer komen op weg naar hun doel.” “Het tweede element waarmee we rekening moesten houden waren de bestaande internationale akkoorden, die de ontwikkeling van ruimtewapens en antiraketsystemen beperkten. Het Anti-Ballistic Missile Verdrag (ABM), geamendeerd met een Protocol in 1974, gaf aan de Verenigde Staten en de Sovjetunie de toelating om een statisch antiballistisch rakettensysteem te installeren met een maximum van honderd raketten om hun intercontinentale rakettenbasis te verdedigen.” “De Britse Ministeries van Buitenlandse Zaken en van Defensie trachtten zich altijd te houden aan de meest strikte interpretatie die volgens de Noord-Amerikanen – mijns inziens correct – inhield dat het SDI dode letter bleef. Ik heb altijd getracht me te distantiëren van dit woordgebruik en zowel privé als in het openbaar maakte ik duidelijk dat men niet kan besluiten of een systeem werkt, voordat het met succes wordt getest. Schuilgaand onder dit jargon was dit schijnbaar technische punt echt een kwestie van evident gezond verstand. Toch werd het een punt dat de Verenigde Staten en de USSR uit elkaar joeg op de top van Reykjavik, waardoor het enorm belangrijk werd.” “Het derde element was de relatieve macht van beide partijen op gebied van verdediging tegen ballistische raketten. Alleen de Sovjetunie bezat in de omgeving van Moskou een systeem van antiballistische raketten (gekend als GALOSH), dat op dat ogenblik werd geperfectioneerd. De Verenigde Staten hebben nooit een gelijkwaardig systeem opgesteld.” “De sovjets stonden ook verder op gebied van antisatellietwapens. Bijgevolg was er een sterk argument voor het feit dat de sovjets op dit gebied al een onaanvaardbare voorsprong hadden.” “Het vierde element was wat het SDI betekende voor de afschrikking. Aanvankelijk voelde ik veel voor de filosofie achter het ABM Verdrag: hoe meer gesofisticeerd en effectief de verdediging tegen kernraketten, hoe groter de druk om enorm kostelijke vooruitgang te boeken in de technologie voor kernwapens. Ik geloofde altijd in een lichtere versie van de doctrine, gekend als ‘wederzijdse zekere vernietiging' of MAD (Mutually Assured Destruction). De bedreiging van wat ik liever noem ‘onaanvaardbare vernietiging', die zou gebeuren bij een treffen met kernwapens, was van die aard dat de kernwapens niet alleen een effectieve afschrikking vormden tegen een kernoorlog, maar ook tegen een conventionele oorlog.” “Snel zag ik in dat het SDI de nucleaire afschrikking niet ondermijnde, maar haar versterkte. In tegenstelling tot president Reagan en de andere leden van zijn Regering, dacht ik nooit dat het SDI honderd procent bescherming zou kunnen bieden, maar wel zou toelaten dat voldoende raketten van de Verenigde Staten een eerste aanval van de sovjets zouden overleven.” “Het SDI was het onderwerp van mijn gesprekken op zaterdag 22 december 1984 met president Reagan en de leden van zijn Regering op Camp David, waar ik was naartoe gegaan om de Noord-Amerikanen in te lichten over mijn eerdere gesprekken met mijnheer Gorbatsjov. Daar hoorde ik president Reagan voor het eerst over het SDI spreken. Hij sprak er zeer gepassioneerd over. Hij stond op een idealistisch hoogtepunt. Hij benadrukte dat het SDI een verdedigingssysteem zou zijn en dat het niet zijn bedoeling was om een eenzijdig voordeel voor de Verenigde Staten te bekomen. Meer nog, hij zei dat als het SDI succes zou hebben, hij bereid zou zijn om het te internationaliseren, zodat het ten dienste kon staan van alle landen. Hetzelfde had hij ook aan mijnheer Gromyko gezegd. Opnieuw bevestigde hij zijn voornemen om de kernwapens op lange termijn volledig te elimineren.” “Dat maakte me nerveus. Ik gruwde bij het idee dat de Verenigde Staten bereid zouden zijn om hun zo moeizaam verworven voorsprong op gebied van technologie overboord te gooien door ze aan heel de wereld ter beschikking te stellen.” “Hetgeen ik hoorde toen we de reële mogelijkheden bespraken in plaats van een breed concept, was geruststellender. President Reagan liet niet uitschijnen alsof zij al wisten waartoe het onderzoek precies zou kunnen leiden. Maar hij beklemtoonde dat – bovenop zijn argumenten voor het SDI – de Sovjetunie onder economische druk zou staan als ze het tempo van de Verenigde Staten zou volgen. Hij argumenteerde dat men niet wist tot welke limiet de regering van de Sovjetunie haar volk zou meesleuren op de weg van de inlevering.” “Nu noteerde ik, tijdens mijn gesprek met de Nationale Veiligheidsadviseur Bud McFarlane, de vier punten die me het meest cruciaal leken.” “Later voegden mijn ambtenaren de details toe. De President en ik kwamen tot een akkoord over een tekst waarin de politiek werd uiteengezet.” “Het hoofdbestanddeel van mijn verklaring is het volgende: “Ik sprak met de President over mijn sterke overtuiging dat het onderzoeksprogramma van het SDI moet worden verder gezet. Het onderzoek is natuurlijk toegelaten volgens de bestaande verdragen tussen de Verenigde Staten en de Sovjetunie; en natuurlijk weten we dat de Russen al een onderzoeksprogramma hebben en dat ze volgens de Verenigde Staten al verder zijn gegaan dan onderzoeken alleen. We zijn vier punten overeengekomen: 1. Het doel van de Verenigde Staten, van het Westen, was niet om de superioriteit te verwerven, maar om het evenwicht te behouden, rekening houdend met de vorderingen van de sovjets; 2. De ontplooiing van het SDI zou moeten gebeuren via onderhandelingen, met het oog op de verplichtingen die de verdragen zouden opleggen; 3. Het algemeen doel is de afschrikking vergroten, niet ze ondermijnen; 4. De onderhandelingen tussen het Oosten en het Westen moeten zich richten op het bereiken van veiligheid door de aanvalssystemen van beide zijden te reduceren. Dit zal het doel zijn van de hervatte onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en de Sovjetunie over de bewapeningcontrole, waarmee ik met genoegen instem.” “Later kwam ik te weten dat George Schultz, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, dacht dat mijn verklaring een te grote toegeving inhield van de Amerikanen; maar dat gaf ons in feite, zowel voor hen als voor ons, een duidelijke en verdedigbare lijn en het hielp om de Europese leden van de NATO gerust te stellen. Het was een heel productieve werkdag.” Veel verder, onder de titel “ Bezoek aan Washington: februari 1985 ”, schrijft Margaret Thatcher: “In februari 1985 ging ik opnieuw naar Washington. De bewapeningsonderhandelingen tussen de Amerikanen en de Sovjetunie waren hervat, maar het SDI bleef een bron van discussie. Ik moest op woensdagmorgen 20 februari voor het Congres spreken en ik had als geschenk vanuit Londen een bronzen beeld van Winston Churchill meegebracht, die vele jaren voordien ook met zo een uitnodiging was vereerd. Ik werkte bijzonder hard aan deze toespraak. Ik zou gebruik maken van de autocue. Ik wist dat het Congres onberispelijke speeches van de ‘Grote Communicator' had gehoord en dat ik een veeleisend publiek zou hebben. Dus besloot ik te oefenen tot ik met de juiste intonatie en accenten kon spreken. Ik moet toegeven dat spreken met de autocue een totaal andere techniek vereist dan spreken met nota's. In feite had president Reagan me zijn eigen autocue geleend en ik had die meegenomen naar de Britse Ambassade, waar ik logeerde. Harvey Thomas, die me vergezelde, had hiervoor gezorgd en zonder me te storen aan de jetlag, oefende ik tot 4.00 u ‘s ochtends. Ik ging niet slapen en begon de nieuwe werkdag zoals altijd met zwarte koffie en mijn vitaminetabletten; daarna gaf ik vanaf 6.45 u televisie-interviews; na mijn bezoek aan de kapper was ik om 10.30 u klaar om naar het Capitool te gaan. Ik hield mijn toespraak, waarin ik de internationale kwesties uitgebreid behandelde om het SDI fors te ondersteunen. Ik oogstte enorm veel bijval.” “De volgende maand (maart 1985) stierf mijnheer Tsjernenko en, opmerkelijk vlug, volgde mijnheer Gorbatsjov hem op aan het hoofd van de Sovjetunie. Nogmaals was ik aanwezig op een begrafenis in Moskou en het was bovendien nog kouder dan bij de begrafenis van Yuri Andropov. Mijnheer Gorbatsjov moest een groot aantal buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders ontvangen. Ik kon hem die avond gedurende een uur spreken in het St.-Katharina Salon van het Kremlin. De sfeer was meer formeel dan in Chequers (de officiële landelijke residentie van de Britse Eerste Ministers sinds 1921), en de zwijgende, grijnzende aanwezigheid van mijnheer Gromyko hielp ook al niet. Maar ik kon hen de implicaties uitleggen van de politiek die ik in december van het jaar daarvoor met president Reagan was overeengekomen in Camp David. Het was duidelijk dat het SDI nu de voornaamste zorg was van de sovjets op gebied van bewapeningscontrole. Mijnheer Gorbatsjov bracht, zoals we hadden gehoopt, een nieuwe stijl van regeren in de Sovjetunie. Hij sprak openlijk over de vreselijke economische toestand van de sovjets, hoewel hij op dat ogenblik de methodes van mijnheer Andropov 's campagne steunde voor meer efficiëntie in plaats van een radicale hervorming, met als voorbeeld de draconische maatregelen die Gorbatsjov nam tegen het alcoholisme. Een jaar later was er echter geen verbetering van de toestand in de Sovjetunie te merken. In feite was het, zoals onze nieuwe en grootse ambassadeur in Moskou, Brian Cartledge, mijn privé-secretaris voor buitenlandse zaken toen ik voor de eerste keer Eerste Minister werd, in een van zijn eerste mededelingen zei, een kwestie van ‘Morgen confituur, en ondertussen vandaag geen wodka'.” “De relaties tussen Groot-Brittannië en de Sovjetunie daalden naar het vriespunt na mijn bevel voor de uitwijzing van Russische ambtenaren die gespioneerd hadden.” “In november kwamen president Reagan en mijnheer Gorbatsjov voor het eerst samen in Genêve. De resultaten waren mager: de sovjets hielden vast aan de koppeling van de beperking van strategische kernwapens aan de opschorting van de SDI-onderzoeken. Maar plots ontstond er een persoonlijke sympathie tussen de twee leiders. Sommigen hadden zich ongerust gemaakt over het feit dat de pientere en jonge Russische ambtgenoot van president Reagan hem zou kunnen overtreffen in bekwaamheid. Maar dat was niet het geval, hetgeen me helemaal niet verwonderde, want Ronald Reagan had tijdens zijn eerste jaren als voorzitter van de filmacteursvakbond zeer veel ervaring opgedaan bij het voeren van onderhandelingen over realistische grondlijnen voor het syndicaat– en niets was realistischer dan mijnheer Gorbatsjov. “In het jaar 1986 legde mijnheer Gorbatsjov een grote subtiliteit aan de dag bij het bespelen van de publieke opinie in het Westen, door aantrekkelijke, maar onaanvaardbare voorstellen te doen over de bewapeningscontrole. De sovjets zeiden relatief weinig over de koppeling van het SDI aan de reductie van kernwapens. Maar ze hadden geen enkele reden om te geloven dat de Amerikanen zouden bereid zijn om de onderzoeken betreffende het SDI op te schorten of uit te stellen. Op het einde van dat jaar kwamen ze overeen dat president Reagan en mijnheer Gorbatsjov samen met hun Ministers van Buitenlandse Zaken zouden samenkomen in Reykjavik, Ijsland, om hun individuele voorstellen te bespreken.” “Het was een feit dat we het onderzoek naar nieuwe soorten wapens niet konden tegenhouden. Wij moesten ze als eersten bekomen. Het is onmogelijk om de wetenschap tegen te houden: die stopt niet door er niets van te weten.” “Als men erop terugkijkt, kan men zeggen dat de Top van Reykjavik van dat weekend van 11 en 12 oktober [1986] een heel andere betekenis had dan wat de meeste commentatoren toen dachten. Men had een valstrik opgezet voor de Amerikanen. Tijdens de Top deden de sovjets telkens grotere toegevingen: voor de eerste keer gingen ze akkoord om de afschrikkingsmacht van de Britten en de Fransen buiten de onderhandelingen over de kernwapens van middellange afstand te houden en om de strategische kernwapens te verminderen tot elke partij er evenveel had – en niet alleen een procentuele vermindering – hetgeen voor de sovjets een duidelijk voordeel zou zijn geweest. Ze deden belangrijke toegevingen in verband met de relatieve aantallen kernwapens van middellange afstand. Op het einde van de Top stelde president Reagan een akkoord voor, waarin heel het arsenaal aan strategische kernwapens – bommenwerpers, kruisraketten en ballistische langeafstandsraketten – binnen de vijf jaar tot de helft zou worden gereduceerd en waarin de machtigste wapens, de strategische ballistische raketten, binnen de tien jaar zouden worden geëlimineerd. Mijnheer Gorbatsjov was nog ambitieuzer: hij wou dat alle strategische kernwapens binnen de tien jaar zouden verdwijnen.” “Maar plots, helemaal op het einde, sloot de valstrik zich. President Reagan had erkend dat beide partijen gedurende tien jaar zouden overeenkomen om zich niet terug te trekken uit het ABM Verdrag, hoewel ontwikkeling en proeven compatibel met het Verdrag wel toegelaten waren.” Maar Reagan leed aan een vreemde amnesie in verband met het uitlokken van de brutale militaire competitie die men aan de USSR oplegde, tegen een buitengewone economische kostprijs. Zijn gepubliceerd dagboek bevat helemaal niets over het Farewell Dossier. In zijn dagelijkse notities, die dit jaar verschenen, zegt Ronald Reagan over zijn verblijf in Montebello, Canada: “Zondag 19 juli (1981)” “Het hotel is een prachtig bouwwerk, volledig uit houtblokken gemaakt. De grootste blokhut ter wereld.” “Ik had een onderonsje met Kanselier Schmidt (Het hoofd van de Duitse regering). Hij was echt gedeprimeerd en pessimistisch over de wereld.” “Later vergaderde ik met president Mitterrand, ik legde hem ons economisch programma uit en dat we niets te maken hadden met de hoge rentevoeten.” “Vanavond aten wij met ons 8: de 7 staatsleiders en de Voorzitter van de Europese Gemeenschap. Het draaide uit op een informeel gesprek over economische kwesties, in feite door een suggestie van de eerste minister Thatcher.” Het eindresultaat van de grote samenzwering en de onbesuisde en dure wapenwedloop, toen de Sovjetunie op economisch vlak dodelijk gewond was, wordt in de inleiding van het boek van Thomas C. Reed beschreven door George H.W. Bush, de eerste President van de Bush-dynastie, die meevocht in de Tweede Wereldoorlog. Hij schrijft letterlijk: “De koude oorlog was een gevecht voor de ziel van de mensheid. Het was een gevecht voor een levenswijze gedefinieerd door de vrijheid aan de ene kant en door de repressie aan de andere kant. Ik denk dat we al vergeten zijn hoe lang en hard deze strijd was en hoe dicht we soms bij een nucleaire ramp stonden. Het feit dat het niet gebeurde getuigt van de eerlijkheid van de mannen en vrouwen van beide zijden, die op crisismomenten sereen bleven en – volgens hun criterium – correct handelden.” “Dit conflict tussen de supermachten die de Tweede Wereldoorlog overleefden, begon toen ik terug thuiskwam van de oorlog. In 1948, het jaar dat ik afstudeerde aan de Yale Universiteit, probeerden de sovjets de toegang van het Oosten naar Berlijn af te sluiten. Deze blokkade leidde tot de oprichting van de NATO, gevolgd door de eerste kernproef van de sovjets en de bloederige invasie in Zuid-Korea. Daarna kwamen vier decennia van nucleaire confrontaties – oorlogen waarbij elke supermacht de tegengestelde partij steunde – en economische ontberingen.” “Ik had het voorrecht om President te zijn van de Verenigde Staten toen dit alles werd beëindigd. In de herfst van 1989 begonnen de satellietstaten zich te bevrijden en voornamelijk pacifistische revoluties braken uit in Polen, Hongarije, Tsjechoslovakije en Roemenië. Bij de val van de muur in Berlijn wisten we dat het einde nabij was.” “Het duurde nog twee jaar voordat het rijk van Lenin en Stalin aan zijn einde kwam. Ik ontving het goede nieuws via twee telefoontjes. Het eerste kreeg ik op 8 december 1991, toen Boris Yeltsin me belde vanuit een jachthuis in de buurt van Brest in Wit-Rusland. Yeltsin, pas verkozen tot President van de Republiek Rusland, was samengekomen met Leonid Kravchuk, de president van Oekraïne en Stanislav Shushchevik, de president van Wit-Rusland. ‘Vandaag gebeurde er iets belangrijks in ons land,' zei Yeltsin. ‘Ik wou u zelf op de hoogte brengen voordat het in de pers komt.' Toen vertelde hij het nieuws: de Presidenten van Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne hadden besloten de Sovjetunie te ontbinden.” “Twee weken later bevestigde een tweede telefoontje dat de voormalige Sovjetunie zou verdwijnen. Michail Gorbatsjov belde me op in Camp David op de ochtend van Kerstmis in 1991. Hij wenste mij en Barbara een Zalig Kerstfeest en daarna vatte hij samen wat er in zijn land was gebeurd: de Sovjetunie had opgehouden te bestaat. Hij was net op de nationale televisie verschenen om het te bevestigen en had de controle over de nucleaire wapens overgedragen aan de President van Rusland. ‘U kunt genieten van een rustige Kerstnacht', zei hij. En zo was alles afgelopen.” Een artikel in The New York Times bevestigt dat de operatie haast alle wapens in het bereik van de CIA gebruikte – psychologische oorlogvoering, sabotage, economische oorlogvoering, strategische misleiding, contraspionage, cybernetische oorlogvoering – dit alles in samenwerking met de Nationale Veiligheidsraad, het Pentagon en het FBI. Ze vernietigde het sterke spionagenetwerk van de sovjets, bracht schade aan de economie en ondermijnde de Staat van dat land. Het was een daverend succes. Als het omgekeerde was gebeurd (de sovjets tegen de Noord-Amerikanen), zou men het gezien hebben als een daad van terrorisme. Over dit onderwerp spreekt men ook in een ander boek dat pas verschenen is onder de titel Legacy of Ashes . Op de omslag van het boek staat dat “Tim Weiner een journalist is van The New York Times, die gedurende twintig jaar schreef over de Inlichtingendienst van de Verenigde Staten en de Pulitzer Prijs kreeg voor zijn werk over de geheime programma's van de Nationale Veiligheid. Hij reisde naar Afghanistan en naar andere landen om de geheime operaties van de CIA uit eerste hand te onderzoeken. Dit is zijn derde boek” “ Legacy of Ashes is gebaseerd op meer dan 50 duizend documenten, vooral afkomstig uit de eigen archieven van de CIA, en honderden interviews van oudgedienden van het agentschap, waaronder tien directeurs. Het toont ons een overzicht van de CIA vanaf haar oprichting na de Tweede Wereldoorlog en overloopt de gevechten gedurende de koude oorlog en de oorlog tegen het terrorisme die op 11 september 2001 begon.” In het artikel van Jeremy Allison, dat in juni 2006 verscheen in Rebelión , en de artikelen van Rosa Miriam Elizalde, verschenen op 3 en 10 september 2007, worden deze feiten veroordeeld door een van de oprichters van de vrije software, die aangaf dat: “naarmate de technologie ingewikkelder wordt, het moeilijker zal zijn om dit soort acties te ontdekken.” Rosa Miriam publiceerde twee eenvoudige opinieartikelen van nauwelijks vijf bladzijden elk. Als ze wil, kan ze een boek van vele bladzijden schrijven. Ik weet nog goed hoe ze me tijdens een persconferentie meer dan 15 jaar geleden als heel jonge journaliste vol spanning vroeg of ik dacht dat we de speciale periode, die ons bovenop de verdwijning van het socialistische kamp overviel, zouden kunnen uithouden. De USSR stortte met veel geraas in elkaar. Sindsdien hebben honderdduizenden jongeren een hogere graad van onderwijs genoten. Welk ander ideologisch wapen restte ons dan een hogere graad van bewustzijn! We bereikten dit op een moment dat ons volk bij meerderheid analfabetisch of semi-analfabetisch was. Als je echte wilde beesten wil zien, laat dan de instincten de bovenhand krijgen bij de menselijke wezens. Hierover kan veel gezegd worden. Op dit moment wordt de wereld bedreigd door een vernietigende economische crisis. De regering van de Verenigde Staten gebruikt ongeloofwaardige economische inkomsten om het recht te verdedigen dat de soevereiniteit van alle andere landen aantast: ze blijven met papieren geld de ruwe grondstoffen, de energie, de industrieën van geavanceerde technologieën, de productiefste gronden en de modernste gebouwen van onze planeet kopen. Fidel Castro Ruz 18 september 2007 |