print versie

Bedenkingen van Fidel Castro

Antonio Maceo, de Bronzen Titaan

Ik ben hem iets verschuldigd. Gisteren was het weer de verjaardag van zijn fysiek overlijden. Er bestaan meer dan veertig versies over hoe hij stierf, maar over verscheidene belangrijke details komen ze allemaal overeen.

Maceo was samen met de jonge Francisco Gómez Toro, die Cuba was binnengekomen via het westen van Pinar del Río met de expeditie onder leiding van generaal Rius Rivera. Panchito ging, aan één arm gewond, met Maceo van de ene oever naar de andere aan de ingang van de baai van Mariel. Bij hen waren 17 krijgshaftige officieren van zijn generale staf, een aantal zeemannen en slechts één man van zijn gevolg.

Op die 7de december, in hun geïmproviseerd kamp in de buurt van Punta Brava, luisterden Maceo en zijn officieren naar het relaas van José Miró Argenter, de auteur van Kronieken van de Oorlog, over de gevechten in Coliseo, waar de invasiecolonne de troepen van generaal Martínez Campos had verslagen. Maceo leed al dagenlang aan een hoge koorts en al zijn wonden deden pijn.

Omstreeks 3 uur in de namiddag hoorden ze felle schoten van op zo’n 200m afstand van het kamp, dat ten westen van Havanna, de hoofdstad van de Spaanse kolonie, was opgeslagen. Maceo was verontwaardigd door de verrassingsaanval, want hij had bevolen om voortdurend verkenningen uit te voeren, zoals zijn ervaren leger gewoon was. Hij vroeg om een hoornblazer om orders te geven, maar op dat ogenblik was er geen beschikbaar.

Toen sprong hij op zijn paard en reed naar de vijand. Hij zei dat ze een opening moesten maken in de omheining van ijzerdraad tussen hem en de aanvallers. Schijnbaar trok de vijand zich terug en hij riep « het gaat goed » . Seconden later sneed een kogel door zijn halsslagader.

Toen Panchito Gómez Toro dit nieuws hoorde, kwam hij aangesneld uit het kamp, klaar om naast het lijk van Maceo te sterven. Hij probeerde zich van kant te maken toen hij zich omsingeld zag en op het punt stond gevangen genomen te worden. Eerst schreef hij een kort, dramatisch afscheidsbriefje voor zijn familie. De kleine dolk, het enige wapen dat hij bij zich droeg bij gebrek aan revolver, drong niet diep genoeg in zijn lichaam en een soldaat van de vijand, die zag dat er nog iemand bewoog tussen de doden, onthoofdde hem bijna met een haal van zijn machete.

De dood van Maceo demoraliseerde de patriottische troepen, die vooral bestonden uit onervaren soldaten.

Toen de Mambi Kolonel Juan Delgado, van het Regiment van Santiago de las Vegas, hoorde wat er gebeurd was, ging hij Maceo zoeken.

De vijand had het lichaam in handen gehad en ontdaan van persoonlijke bezittingen zonder te beseffen dat het om Maceo ging, die in de wereld bekend en geprezen werd om zijn heldendaden.
De troep onder leiding van Juan Delgado redde in een moedige actie de levenloze lichamen van De Titaan en zijn jonge adjudant, de zoon van de Generaal en Leider Máximo Gómez. Na een lange mars begroeven ze hen in de hoogvlakte van El Cacahual. De Cubaanse patriotten spraken toen met geen woord over het kostbare geheim.

Het dreigende gelaat van Martí en de vernietigende blik van Maceo betekenen voor elke Cubaan de harde weg van de plicht en niet die naar een gemakkelijker leven. Over deze ideeën valt er veel te lezen en na te denken.

Fidel Castro Ruz
8 december 2007

omhoog