|
Bedenkingen van Fidel Castro Brain Drain, de vlucht van intellectueel talent In mijn vorige reflectie, “Bush, Gezondheid en Onderwijs”, die ik opdroeg aan de kinderen, had ik het al over dit onderwerp en ik gaf er een voorbeeld van. In deze reflectie, gericht aan de eerste afgestudeerden van de Universiteit voor Informaticawetenschappen (UCI), zal ik een beetje dieper ingaan op deze netelige kwestie. Deze afgestudeerden waren de pioniers van wie ik veel heb geleerd over de intelligentie en de waarden van onze jongeren, die zich met grote zorg aan hun studie wijdden. Ik leerde ook veel van het schitterend professorencorps, waarvan een groot deel studeerde aan het Universitair Centrum ‘José Antonio Echevarría’ (CUJAE). Ik mag ook niet het voorbeeld van de sociale werkers vergeten, die met hun organisatietalent en opofferingsgeest mijn kennis en ervaring verrijkten, noch de duizenden recent afgestudeerde leerkrachten, die de doelstelling van één leraar per 15 leerlingen in het zevende, achtste en negende jaar van de middelbare school waarmaken. Ze begonnen bijna allemaal tegelijkertijd hun universitaire studies, enthousiast door de ideeën die ontstonden bij de strijd om een zesjarig jongetje terug te geven aan zijn familie, waarvoor we alles wilden doen. De UCI zal in twee dagen tijd 1334 diploma’s Ingenieur Informatica uitreiken aan jongeren uit heel het land, die het getuigschrift behaalden door hun voorbeeldig gedrag en hun kennis. 1134 van hen werden verdeeld over de ministeries die belangrijke diensten leveren aan ons volk en over de organisaties die fundamentele economische middelen beheren. Een gecentraliseerde reserve van 200 geselecteerde jongeren, die elk jaar zal groeien, wacht een veelzijdige bestemming. Deze reserve bestaat uit gegradueerden uit alle provincies van het land en ze zullen in de UCI zelf verblijven; 56 procent van hen zijn jongens en 44 procent zijn meisjes. De UCI opent haar deuren voor jongeren van de 169 gemeenten in Cuba. Ze is niet gebaseerd op het model van uitsluiting en competitie tussen menselijke wezens, hetgeen de ontwikkelde kapitalistische landen voorstaan. De wereldorde lijkt te zijn ontworpen om het egoïsme, het individualisme en de ontmenselijking van de mens te verspreiden. Het persagentschap Reuters publiceerde op 3 mei 2006 een bericht met als titel “De vlucht van intellectueel talent uit Afrika laat het continent achter zonder gekwalificeerd personeel en vormt een obstakel voor haar ontwikkeling”, waarin staat dat “in Afrika naar schatting 20 000 professionelen jaarlijks naar het Westen emigreren, waardoor het continent zonder dokters, verplegend personeel, leerkrachten en ingenieurs achterblijft, die nodig zijn om de cyclus van armoede en onderontwikkeling te doorbreken.” “De Wereldgezondheidsorganisatie bevestigt dat de Afrikaanse landen gelegen onder de Sahara 24 procent van de wereldlast aan ziektes dragen, waaronder AIDS, malaria en tuberculose. Om aan deze uitdaging het hoofd te bieden, beschikken ze slechts over 3 procent van het medisch personeel in de wereld.” “In Malawi zijn slechts 5 procent van de doktersposten en 65 procent van de vacatures voor verpleegsters ingevuld. In dit land met 10 miljoen inwoners is er één dokter per 50 000 mensen.” Het agentschap citeert letterlijk een rapport van de Wereldbank: “Een groot deel van Afrika stagneert door interne conflicten, armoede en ziektes, die vaak te genezen zijn maar het zonder medische hulp moeten stellen. Daardoor kan Afrika niet concurreren met de rijke landen die betere lonen, betere werkomstandigheden en politieke stabiliteit bieden.” “De vlucht van intellectueel talent brengt een dubbele slag toe aan de zwakke economieën, die niet alleen hun beste personeel en het geld voor hun opleiding verliezen, maar die daarna ongeveer 5600 miljoen dollar per jaar moeten betalen om buitenlanders tewerk te stellen.” De uitdrukking “brain drain” ontstond in de jaren 60, toen de Verenigde Staten dokters uit het Groot-Brittannië aantrok. In dit geval ging het over een plundering tussen twee ontwikkelde landen, waarvan het ene in het jaar 1944 uit de tweede wereldoorlog was verrezen met 80 procent van de goudstaven en het andere in die oorlog zware klappen had gekregen en haar imperium kwijt was. Een rapport van de Wereldbank met als titel “Internationale migratie, geldtransacties en de vlucht van intellectueel talent”, dat in oktober 2005 werd verspreid, liet de volgende resultaten zien: De laatste 40 jaar emigreerden meer dan 1 200 000 professionelen van Zuid-Amerika en de Cariben naar de Verenigde Staten, Canada en Groot-Brittannië. Vanuit Zuid-Amerika emigreerden gemiddeld meer dan 70 wetenschappers per dag en dit gedurende 40 jaar. Van de 150 miljoen mensen in de wereld die zich bezighouden met wetenschap en technologie, bevindt 90 procent zich in de meest geïndustrialiseerde landen. Verschillende landen, vooral de kleine landen van Afrika, de Cariben en Midden-Amerika, verloren door de migratie meer dan 30 procent van hun hoger opgeleide mensen. De Caribische eilanden, waar bijna overal Engels wordt gesproken, kennen de hoogste brain drain van de wereld. Op sommige eilanden emigreerden 8 van de 10 universitaire gediplomeerden. Meer dan 70 procent van de programmeurs van Microsoft komen uit India en Zuid-Amerika. We vermelden speciaal de sterke migratiegolf vanuit Oost-Europa en de Sovjetunie naar West-Europa en Noord-Amerika, die na de ineenstorting van het socialistische blok op gang kwam. Volgens de Internationale Werknemersorganisatie (ILO) trekt een derde van de wetenschappers en ingenieurs van hun land van oorsprong naar de geïndustrialiseerde landen, hetgeen een vermindering van onmisbaar menselijk kapitaal veroorzaakt. De analyse van de ILO onderschrijft dat de migratie van studenten een voorloper is van de brain drain. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) bevestigt dat bij het begin van dit milennium iets meer dan “1,5 miljoen buitenlandse studenten hogere studies volgden in de lidstaten, waarvan de helft afkomstig was uit landen buiten de OECD. Van dit totaal studeerden er bijna een half miljoen in de V.S., een kwart miljoen in het Groot-Brittannië en ongeveer 200 duizend in Duitsland.” Tussen 1960 en 1990 namen de V.S. en Canada meer dan een miljoen professionelen en technici uit derdewereldlanden op. Deze cijfers schetsen nauwelijks de tragedie. De laatste jaren is deze emigratie in verschillende landen van het noorden een officiële staatspolitiek geworden, met aanmoedigingspremies en speciaal hiervoor ontwikkelde procedures: De “Akte voor de Amerikaanse Competitiviteit in de 21ste Eeuw”, die in 2000 door het Congres van de V.S. werd goedgekeurd, vermeerderde het aantal visa voor tijdelijk werk, gekend onder de naam H-1B, van 65 duizend tot 115 duizend in het jaar 2000, en later tot 195 duizend in de jaren 2001, 2002 en 2003. Het doel was de komst van hoog gekwalificeerde migranten naar de V.S. te promoten, waar ze konden werken in de hoogtechnologische sector. Hoewel het cijfer in 2005 daalde naar 65 duizend, is de stroom van professionelen naar dat land constant gebleven. Groot-Brittannië, Duitsland, Canada en Australië namen gelijkaardige maatregelen. Sinds 1990 gaf Australië prioriteit aan de immigratie van hooggekwalificeerd personeel, voornamelijk in het bank- en verzekeringswezen en in de zogenaamde kenniseconomie. Bijna altijd waren de selectiecriteria gebaseerd op hoge kwalificatie, talenkennis, leeftijd, werkervaring en professionele resultaten. Het programma van Groot-Brittannië gaf extra punten aan dokters. Deze constante vlucht van intellectueel talent uit de zuiderse landen ontwricht en verzwakt de opleidingsprogramma’s van menselijk kapitaal, een noodzakelijk middel om uit onderontwikkeling te geraken. Het gaat niet alleen over kapitaalvlucht, maar over de import van grijze hersenstof, waardoor de intelligentie en de toekomst van de volkeren tot aan de wortel wordt afgeknipt. Tussen 1959 en 2004 studeerden in Cuba 805 903 mensen af, dokters inbegrepen. De onrechtvaardige politiek van de Verenigde Staten heeft ons land 5,16 procent gekost van degenen die onder de Revolutie afstudeerden. Toch zijn de arbeidsvoorwaarden en het loon zelfs voor de elite van de immigranten niet gelijk aan dat van de Noord-Amerikaanse burgers. Om het ingewikkelde papierwerk van de arbeidswetgeving en de kosten van de immigratieformaliteiten te vermijden, zijn de Verenigde Staten zo ver gegaan om een software fabrieksschip te installeren, dat hooggekwalificeerde slaven in internationale wateren vasthoudt als een soort assemblage voor de productie van allerhande soorten digitale toestellen. Het project SeaCode heeft een schip voor anker op meer dan drie mijl van de kust van Californië (in internationale wateren) met 600 informatici uit India aan boord, die zonder stoppen gedurende vier maanden 12 uur per dag werken op zee. De tendens om kennis te privatiseren en om onderzoek te internationaliseren in bedrijven gestuurd door het grootkapitaal, heeft een soort “wetenschappelijke Apartheid” gecreëerd voor de meerderheid van de wereldpopulatie. De V.S., Japan en Duitsland tellen samen eenzelfde percentage van de wereldbevolking als Zuid-Amerika, maar hun investering in ontwikkeling en onderzoek bedraagt 52,9 procent tegenover 1,3 procent. Als deze trend niet wordt omgekeerd, is de economische kloof van vandaag een voorbode voor morgen. Deze toekomst heeft zich al bij ons geïnstalleerd. De zogenaamde nieuwe economie brengt jaarlijks enorme kapitaalstromen teweeg. Volgens een rapport van 2006, gepubliceerd in Digital Planet, van de Wereld-Informatietechnologie en Diensten-Alliantie (WITSA), bereikte de globale markt voor Informatie- en Communicatietechnologie in 2006 een cijfer van drie triljoen dollar. Steeds meer mensen hebben toegang tot internet: op 9 juli 2007 bereikte men een aantal van bijna 1400 miljoen gebruikers. Toch heeft in veel landen, waaronder ontwikkelde landen, de meerderheid van de burgers geen toegang tot deze dienst. De digitale kloof vertaalt zich in dramatische verschillen, waarbij een deel van de mensheid dat rijk is en aansluiting heeft, over meer informatie beschikt dan een vorige generatie ooit had. Om u een idee te vormen van wat dit betekent, volstaat het om twee realiteiten te vergelijken: terwijl in de V.S. bijna 70 procent van de bevolking toegang heeft tot internet, is dit in heel Afrika slechts 3 procent. De leveranciers van internetdiensten bevinden zich in landen met hoge inkomsten, waar slechts 16 procent van de wereldbevolking woont. De armtierige situatie waarin onze groep landen zich bevindt op gebied van deze globale informatienetwerken, het internet en alle moderne middelen voor de overbrenging van informatie en beelden, moet dringend aangepakt worden. Als besluit voeg ik eraan toe: Wie een computer heeft, beschikt over alle gepubliceerde kennis en ook het geprivilegieerde geheugen van de machine behoort hem toe. Ideeën groeien uit kennis en uit ethische waarden. De technologie zou een belangrijk deel van het probleem kunnen oplossen. Het andere deel zullen we moeten ontwikkelen, zoniet zullen de primitiefste instincten zich doen gelden. De opdracht voor de afgestudeerden van de UCI is grandioos. Ik hoop dat ze erin slagen en ik denk dat het hen zal lukken. Fidel Castro Ruz Vertaling: Yola Ooms |