|
Bedenkingen van Fidel Castro Nog een argument voor het Manifest voor het Cubaanse volk Waarom zei ik in een vorige reflectie dat Bush de toelating of het bevel gaf om mij te doden? De beschuldiging in verband met zijn plan om mij te vermoorden, dateert van vóór zijn frauduleuze verkiezingsoverwinning op de andere presidentskandidaat. Reeds op 5 augustus 2000 veroordeelde ik dit plan in Pinar del Río voor een menigte strijdlustige burgers, die daar waren samengekomen voor de traditionele 26 Juli-herdenking, die omwille van hun verdiensten dat jaar te beurt viel aan die provincie en aan Villa Clara en Ciudad de La Habana. Het is niet gemakkelijk om de verantwoordelijken aan te wijzen voor de honderden aanslagen op mijn leven. Alle directe en indirecte manieren werden gebruikt om mij te elimineren. Na het moreel verplichte aftreden van Nixon, verbood Ford aan regeringsmedewerkers om mensen te vermoorden. Ik ben er zeker van dat Carter, omwille van zijn ethische overtuigingen en religieuze achtergrond, nooit het bevel gaf om mij te doden. Hij was de enige president van de Verenigde Staten die tegenover Cuba een vriendschappelijke houding aannam over verschillende belangrijke kwesties, bijvoorbeeld de oprichting van het Bureau voor V.S.-belangen in Cuba. Het is me niet bekend of Clinton ooit het bevel gaf om me te vermoorden, dus kan ik hem er niet van beschuldigen. Zonder twijfel respecteerde hij de wet en hij handelde met politiek inzicht toen hij de juridische beslissing involgde om de gekidnapte jongen naar zijn vader en zijn naaste familieleden te sturen, een beslissing die de steun kreeg van een grote meerderheid van de Noord-Amerikanen. Toch is het een feit dat Posada Carilles onder zijn bewind Midden-Amerikaanse huurlingen aanwierf, die bommen plaatsten in hotels en recreatiecentra van steden als Havanna en Varadero om een slag toe te brengen aan de Cubaanse economie, die gebukt ging onder de blokkade en de speciale periode. De terrorist geneerde zich niet om te zeggen dat de jonge Italiaan die hierbij omkwam, “zich op de verkeerde plaats bevond op het verkeerde moment”, een zin die Bush recent nog herhaalde, alsof het een poëtisch vers was. Het geld en het elektronisch materiaal om die bommen te maken, kwam van de Cubaans-Amerikaanse Nationale Stichting (CANF), die de royale fondsen waarover ze beschikte, schaamteloos uitdeelde om te lobbyen bij leden van de verschillende partijen in het Noord-Amerikaans Congres. Op het einde van 1997 werd de 7de Latijns-Amerikaanse Top van staatshoofden en regeringsleiders gehouden op het eiland Margarita bij Venezuela, waar ik aanwezig moest zijn. Op 27 oktober van dat jaar, was een boot met de naam “La Esperanza” op weg naar het eiland. Toen ze dicht bij de kust van Puerto Rico kwam, werd ze onderschept door een patrouille van de Kustwacht en Douane van het bezette eiland, omdat men dacht dat ze drugs vervoerde. Er waren vier terroristen aan boord afkomstig uit Cuba. Ze hadden twee halfautomatische Barret kaliber 50 geweren bij zich, met infrarood telescopisch zicht, die op meer dan duizend meter afstand met precisie kunnen schieten op gepantserde voertuigen of op vliegtuigen in volle vlucht of bij het opstijgen of landen. Verder hadden ze 7 dozen met munitie mee. De halfautomatische geweren waren eigendom van Francisco José Hernández, voorzitter van de CANF. De boot “La Esperanza was geregistreerd op naam van José Antonio Llamas, een van de directeuren van dezelfde contrarevolutionaire organisatie. Onlangs verklaarde hij dat de CANF een vrachthelikopter en tien ultralichte telegeleide vliegtuigen had aangekocht, zeven schepen en overvloedig explosief materiaal om terroristische acties uit te voeren tegen Cuba. Daarnaast beschikte de organisatie over nog een boot, de “Midnight Express” die, volgens Llamas, de leider Mas Canosa – de baas der bazen – naar het eiland zou brengen, waar hij zich na de moord op Castro en de omverwerping van zijn regering tot president zou uitroepen. Zou het kunnen dat de Noord-Amerikaanse autoriteiten, die de CANF hadden opgericht en voorzagen van publieke fondsen en miljoenentransacties, niet op de hoogte waren? In december 1999 werden de gedetineerden “wegens gebrek aan bewijzen” vrijgesproken door een inschikkelijke jury. De geflikte rechtszaak werd gemanipuleerd door Héctor Pesquera, de corrupte FBI-agent, die later werd beloond met de leiding over het agentschap in Miami en een sleutelrol speelde in de arrestatie van de vijf Cubaanse antiterroristische strijders in Florida. De beruchte Cubaans-Amerikaanse maffia maakte zich klaar voor de presidentsverkiezingen van november 2000. Beide partijen vochten om haar steun, omdat de uitslag in Florida beslissend was voor de overwinning. De Cubaanse maffiosi uit de kringen van Batista waren bovenal experts in fraude. In de toespraak bij de 26 Juli-herdenking van 2000, die ik hierboven vernoemde, zei ik onder andere letterlijk het volgende: “De zogenaamde Republikeinse Conventie is net afgelopen. Ze ging door in de stad Philadelphia, de thuishaven van de Onafhankelijkheidsverklaring van 1776. In feite maakten die slavenhouders na hun opstand tegen de Britse kolonialen..., geen einde aan de schandelijke praktijk van de slavernij, die nog bijna een eeuw voortduurde.” “Het eerste wat de Republikeinse Conventie aankondigde, onder leiding van haar befaamde kandidaat gehouden in Philadelphia, was het plan om – in tegenspraak met belangrijke internationale akkoorden – een aanzienlijke stijging door te voeren van het defensiebudget voor militair onderzoek en ontwikkeling en voor de bouw van een rakettenschild met radars verspreid over heel het land, om vijandige raketten op weg naar de Verenigde Staten te kunnen detecteren en ze in volle vlucht neer te schieten.” “Zij die deze opinie delen, kunnen niet begrijpen dat die politiek zou leiden tot een internationale algemene afwijzing, ook van Europa. Als een magneet zouden alle landen, die bedreigd door deze strategie ongewapend staan tegenover de Verenigde Staten, door elkaar worden aangetrokken. Een nieuwe gevaarlijke een peperdure wapenwedloop zou onmiddellijk volgen en niets zou de verspreiding van het nucleair arsenaal en andere massavernietigingswapens tegenhouden.” Ik heb het aangedurfd om hiervoor te waarschuwen 7 jaar vóór het recente bezoek van Bush aan de Albanese hoofdstad, waarover ik het had in een vorige reflectie. Mijn toespraak ging verder als volgt: “De verantwoordelijken voor het project weten heel goed dat meer dan de helft van de Noord-Amerikanen, nog onthutst en slecht geïnformeerd over dit complex probleem, denken dat dit de beste oplossing is voor de veiligheid en de vrede van hun land. Met dit extremistisch standpunt, dat ingaat tegen elk ander verstandig en redelijk voorstel, zou de republikeinse kandidaat aan de kiezer worden voorgesteld als de sterke man, vooruitziend en hard, die de Verenigde Staten nodig hadden tegen elk ingebeeld of reëel gevaar. Dit is het goede nieuws dat ze vanuit Philadelphia brachten aan alle bewoners van de planeet.” Toen waren de bezetting van Afghanistan en de plannen voor de oorlog tegen Irak nog veraf. In die speech veroordeelde ik ook het programma van Bush voor Latijns-Amerika: “Wat biedt het gloednieuwe plan aan Latijns-Amerika en de Cariben? Er is een zin die alles zegt: ‘de volgende Amerikaanse eeuw moet heel Latijns-Amerika omvatten’. Deze kleine zin betekent niets anders dan de verkondiging van het recht op de inname van Latijns-Amerika en de Cariben.” “Het gaat verder als volgt: ‘In samenwerking met het Congres, zal (de president) werken met sleuteldemocratieën uit het gebied... en vooral met Mexico’. Let op dit laatste ‘en vooral met Mexico’, een land dat ze al voor de helft hebben ingepalmd door een expansionistische en niet te rechtvaardigen oorlog. Hun doel is duidelijk: eerst de economische annexatie en de volledige politieke onderwerping aan de V.S.bekomen en dan hetzelfde doen met de andere landen van onze regio, door een Vrij Handelscontract op te leggen, dat gunstig is voor de belangen van de Noord-Amerikanen en waaraan geen enkel eilandje uit de Cariben zal ontsnappen. Van dan af: vrij verkeer van kapitaal en goederen, maar nooit van personen!” “Volgens de persberichten was zoals te verwachten, in het eenzijdige plan van Philadelphia onder de rubriek Latijns-Amerika, een belangrijk deel over Cuba voorzien: ‘onze economische en politieke relaties zullen veranderen als het Cubaanse regime alle politieke gevangenen vrijlaat, vreedzame protesten, politieke oppositie en vrije meningsuiting toelaat en zich verbindt tot democratische verkiezingen’. Voor de auteurs van dit demagogisch gedrocht betekent vrijheid en democratie een aftands en corrupt systeem, waarin enkel het geld regeert en waarin een presidentskandidaat plots president kan worden zoals de erfgenaam van een vacante troon.” “Volgens een ander bericht bevat het plan, naast de actieve steun voor de vijanden van de Revolutie, de uitzending van informatieve programma’s vanuit de V.S. naar Cuba’. Met andere woorden, ze willen verdergaan met het spuien van vuiligheid via de subversieve kanalen vanuit de V.S.; ze zullen ons blijven beledigen door in de officiële uitzendingen van de V.S.-regering de voor ons volk glorierijke en heilige naam van José Martí te gebruiken.” “Tijdens een persconferentie riepen Noord-Amerikaanse wetgevers van Cubaanse oorsprong euforisch: ‘Dit is een taal zonder precedent. Nooit eerder heeft de Republikeinse Partij zo grote toegevingen gedaan’.” “Bovenaan de berg rotzooi die het republikeins platform bevat, prijkt de finale bewering: ‘de republikeinen geloven dat de V.S. moeten vasthouden aan de principes vastgelegd in de “Adjustment Act” van 1966, die de rechten erkent van Cubaanse vluchtelingen, ontsnapt aan de communistische tirannie’.” “Het prestige van de imperialistische politiek zal slinken tot er niets meer van overblijft. Systematisch zullen we haar hypocrisie en haar leugens één voor één veroordelen en vernietigen. Het is duidelijk dat ze totaal geen idee hebben over welk soort volk er gesmeed werd in de veertig jaren van Revolutie.” “Onze boodschap zal doordringen tot in alle hoeken van de wereld en onze strijd zal een voorbeeld zijn. De wereld, die steeds meer onbestuurbaar wordt, zal vechten tot de overheersing en de onderwerping van de volkeren absoluut onverdedigbaar zullen zijn.” “Wie ook verkozen wordt tot leider van het imperium, zal moeten rekening houden met de eis van Cuba voor de totale opheffing van de moordende “Adjustment Act” en de criminele wetten met de beruchte namen Torricelli en Helms-Burton, van de stopzetting van de genocide-blokkade en de economische oorlog. Hij zal ook moeten beseffen dat de uitvinders, de promotoren en de uitvoerders schuldig zijn aan genocide, gedefinieerd en bestraft in internationale verdragen die onderschreven werden door de Verenigde Staten en Cuba.” “Ze mogen niet vergeten dat, hoewel er geen rechtsvorderingen voor morele schadevergoeding ingediend zijn – en die kunnen talrijk zijn –, de regering van de V.S. aan het Cubaanse volk al meer dan 300 miljard dollar schuldig is voor de menselijke schade geleden door de invasie met huurtroepen in Varkensbaai, door hun vuile oorlog en vele andere misdaden.” “Ze moeten zich ook geen illusies maken over de positie van Cuba in het geval dat de relaties van de V.S. met ons land normaal zouden worden zoals ze vandaag zijn met andere socialistische landen als China en Vietnam. We zullen geen enkele misdaad, agressie of onrechtvaardigheid tegenover ons volk verzwijgen. Onze strijd om de ideeën zal niet stoppen zolang het imperialistisch systeem bestaat, dat overheersend en unipolair is en een gesel werd voor de mensheid, een dodelijke dreiging voor de overleving van onze soort.” “Miljoenen Amerikanen worden zich steeds meer bewust van de verschrikkingen van de economische en politieke orde die aan de wereld wordt opgelegd.” “De Cubaanse Revolutie vertrouwt niet alleen op de morele integriteit en de vaderlandslievende en revolutionaire cultuur van haar volk, op het instinct om de menselijke soort in stand te houden, die bedreigd wordt in haar overleving zelf; ze gelooft en vertrouwt ook op het traditioneel idealisme van het Noord-Amerikaanse volk, dat alleen door grove leugens geleid wordt naar onrechtvaardige oorlogen en beschamende agressies. Als de demagogie en de leugens overwonnen zullen zijn, zal de wereld aan de burgers van de V.S. uitstekende bondgenoten hebben, zoals gebeurde na de weerzinwekkende oorlog die het leven kostte aan miljoenen Vietnamezen en meer dan 50 000 jonge Noord-Amerikanen. Een meer recent voorbeeld is de nobele steun van het Amerikaanse volk voor een jongen en zijn Cubaanse familie, die het slachtoffer werden van de brutale misdaad van een bende schurken, die in dat land gastvrij waren ontvangen, maar meegesleept door haat en frustratie, uiteindelijk de vlag van de V.S. vertrappelden en verbrandden.” “De veranderingen in de politiek van de regering van de V.S. in relatie tot Cuba moeten unilateraal zijn, omdat de Noord-Amerikaanse leiders de blokkade en de economische oorlog tegen Cuba unilateraal hebben opgelegd.” “Van hieruit, vanuit deze provincie waar de Bronzen Titaan in Mantua de kolossale heldendaad van zijn invasie afrondde, die begon in Mangos de Baraguá, zeggen wij hen: Dwazen! Begrijpt u niet dat Cuba onneembaar is, dat haar Revolutie onverwoestbaar is, dat haar volk zich nooit zal overgeven en nooit zal buigen? Ziet u niet dat de wortels van ons patriottisme en van ons internationalisme verankerd zitten in onze geest en in ons hart, zoals de indrukwekkende bergen vurige stenen van Pinar del Río verankerd zitten in het binnenste van de vulkanen in dit deel van het eiland dat Cuba heet, een land dat vandaag het aureool heeft van 42 jaar onoverwinnelijk verzet tegen de blokkade en de agressie van de machtigste mogendheid die ooit heeft bestaan?” “Wij worden verdedigd door de kracht van ons prestige en ons voorbeeld, het onverwoestbaar staal van de rechtvaardigheid van onze zaak, het onblusbaar vuur van onze waarheid en onze moraal, de dubbele en onneembare loopgraaf die we hebben gebouwd van steen en ideeën.” “Daarom, Mijnheer Bush, als u erin slaagt om de leider te worden van wat niet langer een republiek is of zo kan genoemd worden, maar een imperium, dan adviseer ik u met de geest van een eerlijke tegenstander om diep na te denken en de euforie en de koorts van uw Conventie terzijde te laten, zodat u niet het risico loopt om de tiende president te worden die vlug voorbijgaat en met steriele en onnodige bitterheid kijkt naar een Revolutie die niet zal buigen, zich niet zal overgeven en niet kan vernietigd worden.” “Ik weet heel goed wat u in een moment van roekeloosheid hebt gezegd aan uw intieme en indiscrete vriendjes van de Cubaans-Amerikaanse maffia: dat u het probleem van Cuba heel gemakkelijk kunt oplossen, duidelijk alluderend op de sinistere periode waarin de CIA direct betrokken was bij plannen om de leiders van ons land te vermoorden. Omdat ik niet de bekrompen opvatting deel van de rol die een individu speelt in de geschiedenis, maan ik u aan om niet te vergeten dat er voor elk van de revolutionaire leiders die u via deze weg wilt ombrengen, in Cuba miljoenen mannen en vrouwen in staat zijn om hun plaats in te nemen. Samen zijn ze met veel meer dan u kunt elimineren en dan uw enorme politieke, economische en militaire macht kan overwinnen.” Ik denk dat deze lange reflectie een extra argument is voor hetgeen ik uiteenzette in het Manifest voor het volk van Cuba. Fidel Castro Ruz |