Loon naar werken

De nieuwe regeling i.v.m. het salaris in Cuba

15 juni 2008

In Cuba volgen de economische hervormingen zich op. Vanaf februari kunnen de Cubanen zich gsm's, dvd's en computer vrij aanschaffen en mogen ze logeren in toeristische hotels. In de landbouw worden fundamentele hervormingen verwacht en vorige week raakte bekend dat de gelijke verloning wordt afgeschaft vanaf augustus. Voor veel commentatoren is deze laatste maatregel het begin van het einde van het socialisme op Cuba. We vroegen aan Katrien Demuynck, coördinator van ICS (Initiatief Cuba Socialista) om uitleg.

Wat is er precies beslist?

Vanaf augustus zullen de arbeiders van alle bedrijven betaald worden volgens hun prestatie, d.w.z. rekening houdend met de kwaliteit en de hoeveelheid wat ze individueel gepresteerd hebben. Voordien bestond deze regeling, de zogenaamde Perfeccionamiento Empresionarial (perfectionering van het bedrijf) al in ongeveer een derde van de bedrijven, dat wordt nu veralgemeend tot alle productie-eenheden in het land.

Het principe is dus niet echt nieuw?

Niet echt. Voor de meeste werknemers bestond in het verleden al een systeem van bonussen en stimuli. Wie goed presteerde kon op het einde van het jaar rekenen op een pakket extra goederen, op aankoopbonnen in CUC-winkels (de vroegere dollarwinkels, n.v.d.r.), op een weekje vakantie in een luxehotel. Ook was al voor heel wat arbeiders het loon al gekoppeld aan het resultaat van het bedrijf. Haalde het bedrijf een bepaalde omzet, dan kregen alle arbeiders bijvoorbeeld vijf procent meer loon. Wat nu nieuw is, is dat het systeem geïndividualiseerd wordt. Elke arbeider zal betaald worden op basis van zijn of haar prestatie en niet die van het bedrijf. Dat laat dus loonverschillen toe tussen de verschillende arbeiders. In die zin is het een breuk met gelijk loon voor gelijk werk.

Maar ook dat systeem valt niet echt uit de lucht. Reeds op het einde van de jaren tachtig werd ermee geëxperimenteerd in het leger. Het bleek goed te functioneren. Na het vijfde partijcongres in 1997 werd het principe ook geleidelijk aan ingevoerd in een aantal sectoren. Nu wordt het dus ingevoerd in alle bedrijven.

Waarom wordt de maatregel ingevoerd?

Na de val van de Sovjetunie kreeg de Cubaanse economie een opdoffer van jewelste: het Bruto Nationaal Productie zakte met 35% en naar schatting werd de koopkracht van de bevolking gehalveerd. De Cubanen zaten echt op hun tandvlees. We kunnen ons nauwelijks voorstellen wat dat betekend heeft. Om uit het moeras te geraken werd de dollar toegelaten en ontstond er een dubbel geldcircuit. Maar omdat de peso veel aan waarde had verloren t.o.v. de dollar was dat dubbel geldcircuit een bron van ongelijkheid. Cubanen die over dollars beschikten omdat ze familie hebben in het buitenland of werken in de toerismesector waren beter af dan diegenen die het moesten stellen zonder dollars. De basisvoorzieningen zoals huishuur, energie, telefoon en een korf gerantsoeneerde goederen bleven spotgoedkoop en het onderwijs en de gezondheidszorg bleven gratis. Maar dat belette niet dat het loon niet zoveel meer voorstelde. Het gevolg was een dalende werkmotivatie en een toenemende corruptie, wat op zijn beurt resulteerde in een lage efficiëntie en productiviteit. Dat was de situatie van de jaren negentig.

Sindsdien gaat het stukken beter met de Cubaanse economie. Samenwerking met Venezuela, China en Brazilië gaven de economie een belangrijke impuls. Zo was er de laatste drie jaar een economische groei van gemiddeld tien procent. De lonen en uitkeringen werden gevoelig opgetrokken. Maar om af te geraken van het dubbel geldcircuit en de koopkracht significatief te verhogen moest de productiviteit naar omhoog. En dat is precies de reden waarom men nu het loon volgens prestatie invoert. Het is een aanzet om de prestaties van de arbeiders te verhogen. Terzelfdertijd hoopt men op die manier de arbeidsmotivatie te verhogen en de corruptie te bestrijden.

Zal dat de ongelijkheid niet verder doen toenemen?

Op korte termijn wel. Maar je moet dat niet overdrijven. De overgrote meerderheid van de bedrijven is in staatshanden. Het valt niet te verwachten dat de loonspanning tussen de arbeiders al te groot zal worden. Uiteindelijk bepaalt de overheid hoe ver ze daarin gaat. Bij managers is er een plafond vastgelegd van maximaal dertig procent. Situaties van exuberante lonen van CEO's zoals bij ons zijn dus uitgesloten.

Op middenlange termijn zal deze maatregel de waarde van de peso t.o.v. de dollar versterken waardoor de ongelijkheid tussen de ‘dollar-Cubanen' en ‘peso-Cubanen' zal verkleinen.

Bepaalde commentatoren beschrijven deze maatregel als het begin van het einde van het socialisme.

Zoals ik al zei, de maatregel is precies bedoeld om de ongelijkheid te verminderen en de koopkracht van de bevolking te vergroten. Dat lijkt me niet strijdig te zijn met het socialisme. Er is hier ook een misverstand. Marx maakte een onderscheid tussen communisme en socialisme. In de fase van het communisme ‘werkt iedereen naar zijn vermogen, en krijgt iedereen naar zijn behoefte '. In het socialisme ‘krijgt iedereen naar zijn arbeid ', naar zijn prestatie dus . Je kan dus wel zeggen dat de Cubanen nu een stapje terugzetten. De gelijke verloning was mogelijk zolang Cuba kon werken binnen de Comecon, het economisch samenwerkingsverband met de Sovjetunie en de andere socialistische landen. Die gunstige voorwaarden zijn nu weggevallen en bovendien moet Cuba alles op alles zetten om zijn productiviteit op te krikken.

Het is misschien ook goed om zich de woorden van Che te herinneren: ‘ Er is geen andere geldige definitie van het socialisme voor ons, dan de afschaffing van de uitbuiting van de mens door de mens'. Uitbuiting betekent dat een privé-persoon mensen voor zich laat werken en daarop winst maakt. Daar is hier geen sprake van. Dat is ook het grote verschil met de situatie in China.

Velen zien de nieuwe maatregelen als een gevolg van het feit dat Raúl pragmatischer zou zijn dan zijn broer. Fidel zou zo'n maatregelen nooit nemen. Wat denk jij daarvan?

Dat is een hardnekkig cliché, maar het snijdt absoluut geen hout. Kijk, de meest drastische maatregelen zoals het toelaten van de dollar en het openstellen van dollarwinkels, de versnelde uitbouw van massatoerisme, het organiseren van landbouwmarkten enz., gebeurden in de jaren negentig. Toen was Fidel president. Het is overigens een misverstand te denken dat regeringsbesluiten in Cuba afhangen van het temperament van de president. Net zoals in de jaren negentig zijn de huidige maatregelen een antwoord op de omstandigheden van het moment. Het is geen politieke bocht zoals sommigen schijnen te denken, maar een flexibel en gepast antwoord op de nieuwe omstandigheden. Dat was zo in de jaren tachtig met de rectificatie en in de jaren negentig met de val van de Sovjetunie, en nu opnieuw met de samenwerking met Venezuela, China en Brazilië.

Dergelijke maatregelen worden bovendien collectief genomen en gebeuren steeds na consultatie van de bevolking via de massaorganisaties, de vele inspraakorganen en het parlement. Over de huidige maatregelen werd na de oproep van Raúl in de zomer van 2007gedurende een half jaar gediscussieerd in tienduizenden bijeenkomsten.

Dat Fidel zich tegen de huidige maatregelen zou verzetten, dat geloof ik niet. Op het einde van 2005 stelde Fidel al voor om het rantsoenboekje af te schaffen, hetgeen zijn ‘pragmatische' broer nog niet gedaan heeft. Ook stelde hij toen al dat het loon dringend opgewaardeerd moest worden. Het was tijdens zijn presidentsschap dat de verloning volgens prestatie werd ingevoerd.

Denk je dat er nog meer hervormingsmaatregelen op stapel staan?

Jazeker. Ik verwacht vooral ingrijpende maatregelen in de landbouw. Die sector is al lang een zorgenkind voor de revolutionaire leiding. Er stellen zich structurele problemen die niet eenvoudig op te lossen zijn. In feite is Cuba hier een beetje slachtoffer van zijn eigen succes, want het is niet eenvoudig een hooggeschoolde bevolking de boer op te krijgen in een klimaat van meer dan dertig graden Celsius, zeker als men zich geen zorgen hoeft te maken over werkloosheid. En die situatie is nog verergerd vanaf de jaren negentig toen de mechanisering van de landbouw grotendeels moest teruggeschroefd worden. Daarnaast is er nog een hardnekkig probleem van bureaucratie dat moet aangepakt worden.

Cuba moet vandaag een groot deel van zijn voedsel importeren. Met de huidige stijging van de voedselprijzen en de mogelijke krapte op de wereldmarkt is dat niet alleen een financiële aderlating voor het land maar ook een potentieel veiligheidsprobleem. Tijdens de Speciale Periode in de jaren negentig werden de meeste staatsbedrijven in de landbouw omgevormd tot coöperatieven. Maar die hebben niet het verhoopte resultaat gebracht. Het is mogelijk dat een deel van de coöperatieven en staatsbedrijven zullen omgevormd worden tot individuele landbouwbedrijfjes, zodat het percentage van individuele boeren zal oplopen van vijftien procent vandaag tot vijftig procent of misschien meer zelfs. Het is belangrijk hierbij op te merken dat in Cuba de grond eigendom is van de overheid en dat deze hem in bruikleen geeft aan de boeren in ruil voor productiecontracten.

omhoog