print versie

Nieuwe wegen voor 125.000 zelfstandige landbouwers

Camajuani (Villa Clara)

Niceldo Concepción Tejeda bezit een perceel grond van 7 ha in deze gemeente in het centrum van het land. Volgens hem wordt iets wat goed of slecht is voor z’n hoeve, dus voor z’n bestaan, meestal voorafgegaan door iets mystieks. Hij krijgt een soort geheimzinnig voorgevoel of meer nog, een geheime waarschuwing in z’n onderbewustzijn.
Deze kleine Cubaanse landbouwer is voorzitter van een zogenoemde Coöperatieve voor Kredieten en Diensten (C.C.S). Hij werd bijna 20 jaar geleden democratisch tot voorzitter verkozen door de 71 andere eigenaars. De C.C.S. is een organisatie met als doel financiële hulp en steun van de staat te verkrijgen voor haar productie. Zowel machines, technische adviezen als hulp bij de verkoop van hun producten. De boeren die behoren tot deze coöperatieve, bewerken samen de grond, hoewel elkeen eigenaar blijft van z’n eigen perceel. De oppervlakte bedraagt 400 ha, waarop vooral tabak en voedingsgewassen gekweekt worden.
Hun voorzitter weet maar al te goed dat 1997 een moeilijk jaar was voor de Cubaanse landbouw. Dat had op de en of andere manier z’n weerslag op de markten en rechtstreeks op de consumptie van de Cubaan.
De inefficiëntie wordt steeds meer bestreden en is intussen sterk afgenomen. In 1996 waren er echter nog bijkomende negatieve factoren met grote gevolgen voor de landbouw. Er was een gebrek aan productiemiddelen en de cycloon Lili vernietigde de bananenplantages in de centrale provincies en in de provincie Havana. Bovendien had men te kampen met de plaag van de vraatzuchtige Trips Palmi, geïntroduceerd vanuit de VS om de economie van het land te saboteren. Dit minuscule insect richtte grote schade aan de aardappeloogst aan (aardappels vormen een belangrijk onderdeel van de Cubaanse voeding).
Wat deed de C.C.S. Miguel Acevedo - zo wordt deze eenheid genoemd – om deze problemen op te lossen en tezelfdertijd definitief af te rekenen met alles wat de productie en het rendement kan hinderen?

Dichter bij het werk

Niceldo, een waardig en vriendelijk man van 56 jaar, begint z’n antwoord met het verklappen van een geheim. Alleen z’n trouwste medewerkers weten ervan. Bij het invoeren van elke nieuwigheid die een belangrijke invloed kan hebben op z’n leven – op z’n landbouwbedrijf – begint hij vaak te dromen. Als de gevolgen van deze nieuwe maatregelen gunstig zijn voor het bedrijf, dan ziet hij beelden in kleur. In het tegenovergestelde geval verschijnen ze in zwart-wit.
Hij spreekt van een nieuwe etappe in het bestaan van z’n coöperatieve: het dichterbij brengen van de boer bij het eigenlijke werk op het veld, nu deze zich niet meer persoonlijk hoeft bezig te houden met het benaderen van staatseenheden op zoek naar hulpbronnen, productiemiddelen – die dikwijls niet te krijgen waren. Hij heeft meer tijd om z’n veld te bewerken nu hij zich ook niet meer moet bezighouden met het verhandelen van z’n producten", zegt hij.
Orlando Lugo Fontes, is voorzitter van de nationale vereniging van kleine landbouwers (A.N.A.P.) die 125.000 eigenaars groepeert. Hij legt uit: "het is de bedoelling is dat er in de C.C.S. een afdeling komt die belast wordt met de administratie, de controle, het beheer van de goederen, de financiën, de collectieve werkingsmiddelen en die tezelfdertijd instaat voor de verkoop van de producten. Meestal bestaat zo’n werkgroep uit een beheerder, een hulpboekhouder en een soort van commercieel verantwoordelijke.
Deze structuur kan kleiner of groter zijn naargelang de oppervlakte van de bedrijven, de voornaamste landbouwculturen, de algemene karakteristieken van elk collectief bedrijf. Deze afdeling hangt af van het leidinggevend comité van de coöperatieve, dat democratisch wordt verkozen door de eigenaars van de gronden. De salarissen van deze werknemers komen uit een gemeenschappelijk fonds. Enerzijds bestaat dit uit de vergoedingen voor dienstverlening aan individuele boeren. Anderzijds zijn er de winsten die deze afdeling maakt met de verkoop van de minder belangrijke gewassen.
Er werden al 307 van ongeveer 2.800 C.C.S. in die zin versterkt, wat de rentabiliteit zeer ten goede komt. Deze eenheden worden erkend als werknemerseenheden en de bedienden hebben dus alle rechten die in de Cubaanse wetgeving zijn voorzien."

Het dure en het goedkope

Manuel Corrales is één van de landbouwers van de "Miguel Acevedo". Volgens hem moet het versterken van de coöperatieven er in de eerst plaats voor zorgen dat de boeren niet zouden verplicht worden hun materiaal en grondstoffen op de zwarte markt te kopen. Een zwarte markt "waarvan we perfect weten dat de meeste producten die er verkocht worden op een oneerlijke wijze verkregen werden of gewoon werden gestolen op de staatsbedrijven of op onze eigen bezittingen" voegt hij er aan toe.
Nu creëert zijn C.C.S. z’n eigen systeem om zelf z’n zaken te beheren en de oogst te verkopen – vooral het deel dat niet aan de staat wordt geleverd. Corales vindt dat men zoveel mogelijk de tussenpersonen van de staat moet trachten uit te schakelen. Hij vindt ze nogal inefficiënt als inkopers en distributeurs. Hun onkostenrekeningen verhogen de prijzen.
Hij denkt dat de coöperatieve haar productie zelf rechtstreeks op de markt moet kunnen afzetten. Zelfs al moet dit tegen dezelfde prijs die betaald wordt door de officiële handelsondernemingen.
In Cuba wordt de landbouwopbrengst massaal gedistribueerd door officiële netwerken aan hospitalen, kinderdagverblijven, bejaardentehuizen en andere sociale instellingen aan door de staat vastgestelde prijzen. Deze landbouwproducten komen ook voor - hoewel nog in onvoldoende hoeveelheden - in de "canasta familiar", het basisvoedselpakket voor elk gezin. De rest van de oogst wordt verkocht op de boerenmarkt.
Orlando Lugo Fontes legt uit dat er in Havana nieuwe initiatieven genomen worden. Men wil daar komen tot een directe verbinding tussen de coöperatieve bedrijven en de vaste verkoopspunten in de wijken. "We sluiten geen enkele mogelijkheid uit om de productie van voedingsgewassen te stimuleren en ze zo goedkoop mogelijk bij de bevolking te brengen", onderstreepte hij.
Ana Maria Garcia, inwoonster van de gemeente Playa in de buitenwijken van Havana, had de gelegenheid inkopen te doen op één van deze nieuwe markten. Ze verbaasde zich erover dat de prijzen, hoewel nog hoog, aanzienlijk waren gedaald. "Jammer dat het slechts voor één keer was" bevestigde ze.

Meer of minder staat?

José Luis Gallardo, bijgenaamd El Zapo, een andere eigenaar van een landbouwbedrijf in de vlakte van Vega de Palma, verzekert glimlachend: "Tegenwoordig houdt de staat meer rekening met ons. De staat is meer aanwezig. Antonio Pérez Custillo, ook een landbouwer uit dezelfde streek, is het daar helemaal niet mee eens. Hij verklaart dat de revolutie nooit heeft opgehouden de boeren te steunen: "Het is voldoende het huidige aantal eigenaars van gronden te vergelijken met het aantal landeigenaars in de tijd dat Fidel z’n strijd in de Sierra Maestra begon. Toen waren er 8 echte eigenaars, nu zijn er op de coöperatieve Niceldo al 73. Toen moest 90% van de boeren een deel van de oogst – en nog zo geen klein beetje – afstaan aan de grootgrondbezitters als pacht voor hun gronden, of ze moesten ervoor betalen, anders werden ze landloos, merkt hij met overtuiging op.
Sindsdien is er voor de huidige 125.000 landeigenaars op Cuba heel wat veranderd. Bij de uitvoering van de eerste landhervorming kregen meer dan 110.000 onder hen hun eigendomsbewijzen.
Vier van de zes kinderen van Nicolás Morales (Coso) hebben een diploma van de universiteit op zak. En dit zonder dat hij maar één cent hoefde te betalen voor hun studies. Hetzelfde geldt voor Jesys Rangel, Israel Rodriguez en voor Gallardi zelf. Hun afstammelingen worden dokter, ingenieur, professor enz. Alle kinderen van deze landbouwers haalden tenminste een opleidingsniveau van het lager secundair onderwijs.
"‘t Is niet dat de staat zich nu meer met ons bezighoudt dan vroeger. Ze heeft wel grote inspanningen geleverd om te zorgen dat ons werk nu beter rendeert" zegt Coso Morales.
Als een versterkte Coöperatief voor Kredieten en Dienstverlening beter door de staat wordt opgevolgd en als ze die degelijk wordt beheerd. Dan kan ze een even hoge productie halen als gelijk welk productiesysteem dat in de Cubaanse landbouw bestaat. Daarvan is Lugo Fontes overtuigd.
Op 17 mei, dag waarop in de meeste Caribische landen de boeren gevierd worden, verwacht men dat er nog 500 van deze coöperatieven versterkt worden. Dit proces wordt langzaam maar zeker voortgezet tot alle 2.800 C.C.S. in het land zijn aangepast.
Intussen droomt Niceldo Concepción Tejeda in Vega in kleur bij elke vernieuwing in zijn coöperatieve. De Cubaanse boer moet niet langer onderhandelen om z’n producten te kunnen verkopen maar kan al z’n tijd besteden aan de arbeid op het veld. De boer leeft en werkt niet om zich te verrijken ten koste van het volk maar hij vecht om hun behoeften te kunnen voldoen. Nu moeten de landbouwers niet meer zelf op zoek gaan naar afzetgebieden voor de landbouwoverschotten. Hun vertegenwoordiger neemt deze karwei op zich. De boer zelf kan zich volledig wijden aan het bewerken van de velden.

Meer grond bewerken

Gedurende de laatste jaren werden er in het hele land ongeveer 107.000 ha landbouwgrond gratis in vruchtgebruik gegeven aan wie ze wilde bewerken. Ze zijn eigenaar van de productiemiddelen, de installaties en de oogst. Om de koffieteelt te bevorderen zijn er 10.000 personen de bergen ingetrokken en werken er op de plantages.
Hetzelfde gebeurde bij de tabaksplantages: ongeveer 42.000 ha werden verdeeld en zo’n 2.800 bewerken nu deze gronden.
Heel dit proces wordt geleid door het Ministerie van Landbouw. Haar politiek bestaat erin braakliggende gronden ter beschikking te stellen van hen die ze kunnen bewerken. Enerzijds gebeurt er een voorafgaande evaluatie en moet alles in overeenstemming zijn met de heersende wetten. Anderzijds biedt ze volkomen zekerheid en alle mogelijkheden aan diegenen die de grond krijgen.

Eén systeem – veel vormen

In de Cubaanse landbouw bestaan er verschillende organisatievormen naast elkaar: de staatsbedrijven, de landbouwcoöperatieven van boeren met gemengde bedrijven (C.P.A.), basiseenheden van coöperatieve productie (U.B.P.C.), de Coöperatieven voor Kredieten en Dienstverlening (C.C.S.), gebieden bestemd voor de zelfvoorziening van ondernemingen en instellingen en de militaire bedrijven.

  • Op de staatsboerderijen wordt de grond beheerd door een vertegenwoordiger van de overheid. Hier worden de arbeidskrachten betaald en de oogst en de productiemiddelen zijn eigendom van de staat.
  • De C.P.A. zijn samengesteld uit boeren met een eigen bedrijf die op een dag besloten zich te groeperen. Ze werden collectief eigenaar van de velden. In deze coöperatieven behoren alle productiemiddelen, de gronden en de oogsten toe aan de geassocieerden.
  • De U.B.P.C. zijn de nieuwste socialistische organisatievormen op Cuba. Hier is de staat eigenaar van de gronden. Ze werden door de staat gratis in vruchtgebruik gegeven aan de arbeidsgemeenschap. Deze kocht de reeds bestaande installaties en de werktuigen. Ze bezitten dus nu de productiemiddelen en de landbouwopbrengst.
  • Het grote verschil tussen de C.C.S. en de andere productievormen bestaat erin dat de aangesloten boeren eigenaar zij of worden van hun perceel grond.

Aldo Madrugo Granma Internacional 8 maart 1998

omhoog