print versie

Interview met Elio Rodríguez, Cubaans ambassadeur in Brussel

Katrien Demuynck

Er is heel wat aan het bewegen in Cuba. Het land kan schitterende economische cijfers voorleggen. De samenwerking tussen Cuba en Venezuela zorgt voor een nieuw élan, dat heel Latijns-Amerika ‘besmet'. Maar tegelijk waarschuwt president Fidel Castro voor een mogelijke uitholling van de revolutie. We legden een en ander voor aan Elio Rodríguez, Cubaans ambassadeur in Brussel sinds het najaar van 2005. Als jong kader, 41 jaar en geboren na de revolutie, is hij een exponent van de nieuwe generatie Cubanen, die met overtuiging en enthousiasme het roer overneemt.

Elio Rodríguez Perdomo
Geboren: 9 augustus 1965
Opleiding: Internationale politieke relaties, aan het Hoger Instituut voor Internationale Relaties ‘Raúl Roa Garcia' in Havana, met latere specialisaties in de ‘Europese Unie' en ‘Internationale Organisaties' te Parijs en ‘Relaties tussen Cuba en de VS' en ‘Buitenlandse Politiek van Cuba' in Havana
Functie: Ambassadeur voor België, Luxemburg en de Europese Unie
Gezin: gehuwd, met een zoontje

De economische situatie van Cuba is er de laatste jaren sterk op vooruitgegaan. Kunnen we het stilaan hebben over het einde van de “speciale periode ”? [1]

Elio Rodríguez: De speciale periode betekende een ongelooflijk harde slag voor onze economie. Op enkele maanden tijd verloren we 76% van onze handel, ons BNP daalde bruusk met 35%, de productie daalde met 50%, er waren stroompannes van 15 à 16 uur per dag, onze industrie lag plat, we zaten zonder grondstoffen en zonder vervangstukken.
Ik herinner me contacten met politici in '91. Ik was toen eerste secretaris op deze ambassade. Ze vroegen ons of we ons geen zorgen maakten, of we al wisten waarheen in het geval de revolutie zou ineenstuiken. In hun ogen was dat een kwestie van dagen, weken, hoogstens maanden. Zelfs een aantal goedmenende vrienden was die idee toegedaan. Enkele jaren later, in '95, gaven diezelfde politici toe dat ze zich vergist hadden. Onlangs heb ik hen daar nog eens aan herinnerd… (glimlacht)
Vandaag is de situatie compleet veranderd. Je kan effectief zeggen dat we stilaan uit de speciale periode aan het geraken zijn. Onze economie groeit op stabiele wijze. Dit gebeurt bovendien in een gunstige regionale situatie. . In meer en meer Latijns-Amerikaanse landen komen linkse regeringen aan de macht. We hebben Venezuela en Bolivia. Maar er zijn ook Uruguay, Paraguay, Brazilië, Argentinië, Chili. En in de toekomst kunnen we verschuivingen naar links verwachten in Peru en Mexico. Uiteraard zijn er heel wat verschillen tussen deze landen. Maar toch, de verschuiving naar links is een feit.
We hebben betere banden dan ooit met de landen uit de Caraïben. We hebben strategische relaties met Venezuela. Op een moment dat de olie meer dan 70 $ per vat kost, verzekeren deze relaties onze economische stabiliteit. Zelf bieden we de Bolivariaanse revolutie strategische ondersteuning voor hun medisch programma, hun alfabetiseringsprogramma en hun voedselprogramma. En samen met Venezuela bieden we de rest van Latijns Amerika het gezamenlijk project ‘operación Milagro' aan. Via dit project herwonnen reeds tienduizenden Latijns-Amerikanen het zicht, dankzij een eenvoudige operatie, volledig gratis. Ook met China hebben we zeer goede relaties.
Op basis van dit alles zetten we vorig jaar een economische groei neer van meer dan 11%. Ook voor dit jaar is de prognose meer dan 10%. We slaagden in het herstel van onze belangrijkste economische sectoren. Het gaat hier over nikkel, dat momenteel zo'n 18.000 $ per ton waard is op de wereldmarkt, en suiker. Suiker wordt trouwens alsmaar belangrijker op de energiemarkt, met ethanol als alternatieve energiebron.
Momenteel doen we veel investeringen in ons land. Een voorbeeld is de transportsector (de spoorwegen, het interregionaal en het stedelijk bustransport), waarin China een belangrijke rol speelt.
We noemden dit jaar ‘het jaar van de revolutie in energie'. We zijn volop bezig de energie productie te decentraliseren. Vroeger hadden we 3 of 4 thermo-elektrische centrales. Als er één problemen had, had dat direct een enorme weerslag in grote delen van het land. Nu zorgen we voor regionale en zelfs lokale energieopwekking, wat de energievoorziening veel stabieler maakt. Zo is de productie van energie beter verzekerd, en er is ook voldoende petroleum voorhanden via Venezuela. De stroompannes zullen binnenkort tot het verleden behoren. Naast de Venezolaanse olie is ook onze eigen petroleumproductie flink gestegen. Via een nieuwe technologie slagen we er bovendien in om het gas dat vrijkomt bij de petroleumproductie, en dat vroeger gewoon in de atmosfeer ontsnapte, te gebruiken voor elektriciteitsopwekking.
Proefboringen naar olie in de golf van Mexico tonen aan dat we daar over grote olievoorraden beschikken. Binnen vijf jaar worden we misschien wel van een land dat olie invoert, tot een land dat zelfbedruipend is, wie weet zelfs tot een olie-exporteur.
We kunnen dus zeker stellen dat Cuba de speciale periode stilaan achter zich aan het laten is. Cuba staat er beter voor dan ooit. Ik zou zelfs zeggen: er is geen weg terug. Tenzij uiteraard de VS ons land of Venezuela zouden aanvallen. Fidel wees er onlangs op dat Cuba militair onoverwinnelijk is. Ons land kan noch door de Navo, noch door de VS militair onderworpen worden. Als ze dat ooit proberen, wacht hen hier een moeras, nog erger dan dat van Irak. Maar onze strategie is om ook de economische onkwetsbaarheid te verzekeren. En de basis daarvan is een stabiele energievoorziening.

Welke rol speelt Venezuela in dit plaatje?

Elio Rodríguez: Die is doorslaggevend. We werken samen op zeer veel vlakken, met wederzijds voordeel. Cuba is rijk aan menselijk potentieel en bezit, als socialistische staat, een enorme know how en ervaring over het verdelen van de rijkdom. Op vlak van gezondheidszorg is onze inbreng in Venezuela vitaal. Vergeet niet dat miljoenen Venezolanen geen toegang hadden tot gezondheidszorg. Wij zorgden ook voor de methodes en de middelen voor de alfabetisering, en we ondersteunen veel programma's voor het verdelen van de rijkdom en het verzekeren van basisgoederen aan de armen. Dankzij die Cubaanse ondersteuning zorgen de Venezolaanse supermarkten van ‘Misión Mercal' voor basisvoedsel aan toegankelijke prijzen. Op dezelfde wijze worden geneesmiddelen aangeboden.
Ook op economisch vlak is er een nauwe samenwerking. Zo exporteert Cuba constructiemateriaal als staal en cement naar Venezuela, en importeren we goederen uit Venezuela die we vroeger uit Europa betrokken. Venezuela ligt vlakbij, een vrachtboot doet er amper 3 à 4 dagen over, wat dus heel interessant is.
Die wederzijdse aanvulling op sociaal en op economisch vlak legden we vast binnen de ALBA, het Bolivariaans Alternatief voor Latijns-Amerika (en een alternatief voor het ALCA, het Amerikaanse Vrijhandelsakkoord dat de VS willen opleggen, nvdr) . Deze akkoorden, voorlopig enkel tussen Cuba en Venezuela, tonen de landen uit de regio dat andere relaties tussen landen mogelijk zijn dan de traditionele afhankelijkheidsrelaties met de VS.

Heeft dit al concrete resultaten opgeleverd?

Elio Rodríguez: Er is een eerste resultaat op vlak van wat we ontwikkelingshulp zouden kunnen noemen. Operación Milagro is niet langer meer een zaak tussen Cuba en Venezuela alleen, maar is uitgebreid tot verschillende andere landen. De ALBA is een proces dat tijd nodig heeft. Maar ik ben optimistisch. Naargelang de nieuwe linkse regeringen in Latijns-Amerika de voordelen van dergelijke relaties zullen zien, zullen ze zeker toetreden.

Op de Amerikaanse top in Mar del Plata, Argentinië, in november 2005 was reeds duidelijk dat de VS steeds meer een geïsoleerde positie innemen in Latijns-Amerika. Tegelijk is het enige uitgesloten land, Cuba, dat onder druk van de VS geen lid is van de Organisatie van Amerikaanse Staten, steeds nadrukkelijker “aanwezig”. Op de parallelle alternatieve top van volksbewegingen begon Hugo Chávez met de woorden “Ik had daarnet mijn vriend Fidel aan de lijn…” , wat een enthousiaste reactie uitlokte bij het publiek. Op de top zelf haalden de VS ook helemaal niet de gewenste resultaten binnen.

Elio Rodríguez: De VS hebben er in Latijns-Amerika steeds een autoritaire politiek op na gehouden, waarbij ze bij momenten zelfs geen rekening hielden met de belangen van de plaatselijke machthebbers. Een mooi voorbeeld is wat gebeurde rond de Falkland/Malvinas-crisis in 1982. Argentinië wou deze eilandengroep heroveren op de Britten. De VS steunden hun bondgenoot Groot-Brittannië, en niet de Argentijnse dictatuur die ze nochtans zelf aan de macht hadden gebracht.
Daarnaast zorgde hun neoliberale politiek alleen maar voor een groter wordende armoede op het continent. Een aantal Latijns-Amerikaanse landen neemt vandaag duidelijk standpunt in: er moeten alternatieven worden gevonden voor de exclusieve relaties met de VS. In Peru tekende uittredend president Toledo - twee dagen voor de verkiezingen nota bene - nog een vrijhandelsakkoord met de VS. Nu al is het duidelijk dat geen van beide presidentskandidaten, Ollanta Humala en Alan García, met die politiek zullen doorgaan. Een economische onderwerping aan de VS kan de uitbuiting immers alleen maar versterken.

Om terug te keren naar de relaties tussen Cuba en Venezuela. Het lijkt me niet evident om twee systemen die in wezen verschillend zijn, een socialistisch en een kapitalistisch, met elkaar te verbinden.

Elio Rodríguez: Het feit dat we een verschillend politiek systeem hebben hoeft niet persé een obstakel te zijn. De realiteit bewijst dat ze mekaar kunnen aanvullen. Er is een sterke politieke wil aanwezig om het werken aan meer eenheid verder te verstevigen.

Kunnen we ervan uitgaan dat de VS afwachtend zullen blijven toezien?

Elio Rodríguez: Eigenlijk is de situatie nu al uit de hand gelopen voor de VS, ze hebben er geen vat meer op. Natuurlijk werken ze er hard aan om opnieuw greep te krijgen op het continent dat ze beschouwen als hun achtertuin. Condoleezza Rice heeft tegen 20 mei nieuwe maatregelen aangekondigd tegen Cuba. De huidige Bush-administratie en de uiterst rechtse fractie die ermee samenhangt beseffen dat hun tijd inkort. Ze zijn zich ervan bewust dat als ze nu niet ingrijpen, ze wel eens de kans van hun leven zouden kunnen missen. Ze zijn dus uiterst actief om de druk op Cuba op te voeren. Dat zie je bijvoorbeeld aan het tempo waarmee ze ondernemingen beboeten die zich niet aan de blokkade tegen ons land houden. Ze zijn niet van plan om zomaar te wachten op een verandering van regime in Cuba, ze zijn vastbesloten om zo'n overgang te bespoedigen.

Hetzelfde geldt voor Venezuela. Dat land is een gevaar voor de VS-invloed in Latijns-Amerika. Condoleezza Rice beschuldigt Venezuela ervan dat het de persvrijheid aanvalt, en stelt dat Chávez een totalitair regime instelt. Nochtans is Chávez een verkozen president die veel prestige geniet en kan bogen op massale steun van de bevolking. Naarmate Venezuela en Cuba sterker staan zullen de aanvallen vanuit de VS toenemen. Daarom is internationale solidariteit uiterst belangrijk.

Welke rol speelt de Europese Unie in heel dit plaatje?

Elio Rodríguez: De EU is niet in staat tot het ontwikkelen van een onafhankelijke politiek t.o.v. Cuba. Haar prioriteit ligt in de transatlantische relaties (met de VS, nvdr). Die houding is nog versterkt sinds de uitbreiding van de EU (met de landen van Oost-Europa, nvdr). De relaties met Cuba normaliseren is voor de EU bijgevolg geen haalbare kaart. Ze zal nooit tegen de schenen van de VS, haar prioritaire partner, stampen omwille van Cuba. Er is geen politieke wil om dat te doen, en ook economisch maakt de EU van Cuba geen prioriteit. Cuba is wél geïnteresseerd in betere relaties met Europa, zeker in het licht van een toekomstige opheffing van de blokkade. Niet dat het zo erg is als dat niet zou gebeuren: Venezuela en China zullen het terrein wel innemen. Wat de EU betreft ben ik dus niet optimistisch. Wij werken wel aan betere bilaterale relaties met de Europese landen die daarvoor interesse hebben. Ook op het niveau van provincies of autonome overheden, lokale overheden, steden zelfs, is er een toenemende interesse voor economische, culturele of andere vormen van uitwisseling met Cuba.

Fidel deed de laatste maanden een aantal uitspraken die internationaal nogal wat stof deden opwaaien. Hij – en nadien ook Buitenlandminister Felipe Pérez Roque - waarschuwde ervoor dat de revolutie zichzelf zou kunnen vernietigen. Is dat een nieuw gegeven?

Elio Rodríguez: De vraag naar het voortbestaan van de revolutie is een vanzelfsprekende bekommernis in Cuba, want geen enkel sociaal proces is onomkeerbaar. De Cubaanse revolutie is stevig verankerd en kan rekenen op de steun van de bevolking. We hebben een goed georganiseerde staat en hoog opgeleide mensen. Dat alles hebben we opgebouwd onder moeilijke omstandigheden. En natuurlijk gebeuren daarbij fouten, die voor problemen kunnen zorgen. De kwestie van de corruptie bijvoorbeeld is momenteel thema nummer één van de politiek-ideologische strijd in ons land. Want corruptie kan een groot probleem vormen. Ons socialisme verder uitbouwen mét corruptie is onmogelijk. Het aanpakken van deze corruptie, zodat de revolutie verder kan ontwikkelen, is dus de grote uitdaging. Als we de overleving van ons systeem willen verzekeren, moeten we zeer waakzaam staan tegenover onze fouten. Begrijp me niet verkeerd. De corruptie neemt op dit moment geen vormen aan die gevaarlijk zijn voor het revolutionair proces. We zijn perfect in staat om ze aan te pakken. De discussie daarover is reeds jaren aan de gang binnen de partij, het leger en de massaorganisaties. Wat nieuw is, is dat ze nu wordt opgetild tot het niveau van een groot en openlijk sociaal debat.

Hartelijk dank voor dit interview.

Elio Rodríguez: Ik zou graag nog een woordje zeggen over solidariteit. We hebben ons steeds sterk gesteund gevoeld door onze Belgische vrienden. De solidariteit met ons socialistisch model leeft hier heel sterk. Het is een belangeloze en onvoorwaardelijke solidariteit. Bedankt voor jullie vertrouwen in onze capaciteit om onze revolutie uit te bouwen. Ik zou speciaal Initiatief Cuba Socialista willen bedanken voor de verdediging van ons recht op zelfbeschikking en op het ontwikkelen van onze eigen maatschappij, en vooral voor de stevige campagne die jullie voeren voor de vrijheid van de Vijf.

 

[1] “speciale periode” is de naam die de Cubanen geven aan de zware economische crisis die het land trof vanaf begin de jaren '90 na het verlies van de Sovjetunie en het Oostblok als bevoorrechte handelspartner en het verscherpen van de economische blokkade door de VS.

omhoog