6,2% groei in 1999

Cubaanse economie blijft verbazen

Volgend artikel is een bijdrage van Marc Vandepitte, auteur van het boek "De gok van Fidel, Cuba tussen socialisme en kapitalisme?" 

Terwijl heel wat landen uit de regio te kampen hebben met een zware economische crisis en de gemiddelde groei voor Latijns-Amerika afgelopen jaar bleef hangen op 0,0%, liet Cuba een groei optekenen van 6,2%. Het is nu het zesde opeenvolgende jaar dat de economie aanzwengelt. Vanaf 1995 steeg het BBP [1] per inwoner jaarlijks met gemiddeld 3,6% tegenover 0,8% in Latijns-Amerika.

Dit is des te meer opmerkelijk omdat het gebeurt in uiterst moeilijke omstandigheden. De economische oorlog van de VS gaat onverminderd voort en kost het land jaarlijks honderden miljoenen dollars, berooft het van goedkope kredieten en schrikt mogelijke investeerders af. De prijzen op de wereldmarkt zitten ook niet bepaald mee: de prijs van suiker (het belangrijkste exportproduct) is gekelderd terwijl de petroleumprijs (het belangrijkste importproduct) het afgelopen jaar 2,5 keer zo duur werd. Dat betekent dat de Cubanen in 1999 bijna 20% meer moesten produceren (voor de uitvoer) om evenveel te kunnen invoeren. En tenslotte mogen we niet vergeten dat het land nog lang niet is bekomen van de spectaculaire inzinking begin de jaren '90 en dat het zich moet waarmaken met zeer weinig middelen in een uiterst vijandige omgeving.

Algemene groei

De groei is nagenoeg algemeen, in bijna alle takken van de economie. Er zijn enkele uitschieters. Het toerisme groeide opnieuw fors met 16,5%. Bijna 1,7 miljoen toeristen bezochten het eiland het afgelopen jaar. Voor dit jaar hoopt men de kaap van 2 miljoen te bereiken. De toeristische sector is een blijft de locomotief van de economische heropleving.

Na een achteruitgang in '98 steeg de suikerproductie met 17%. Grote opsteker was de landbouw, het zwakke broertje van de Cubaanse economie groeide vorig jaar met 18%, mede door gunstige klimatologische omstandigheden. Ook de energiesector boekte een belangrijke vooruitgang. De extractie van petroleum steeg met 25% en er werd 2,5 keer zoveel gas geproduceerd. Ongeveer de helft van de elektriciteit wordt momenteel opgewekt met eigen bronnen. Tegen volgend jaar hoopt men te kunnen voorzien in 70%. Tegenvallers waren de lichte industrie (+2%) en nikkel (+3%).

Een aantal andere indicatoren zijn ook vrij gunstig. De investeringen groeiden met 18%, de productiviteit met 5,4%. Het overheidstekort bleef opnieuw binnen de perken met 2,4% van het BBP. De peso stabiliseerde op 21 pesos voor 1$. Het geldoverschot [2] stabiliseerde weliswaar maar blijft (te) hoog: zo'n 35% van het BBP. De schuldenlast nam iets af (-2%). Zwak punt was wel de handel: die stagneerde als gevolg van de sterk verslechterde ruiltermen (-18%).[3]

Dalende werkloosheid en stijgend koopkracht

Globaal gesproken zijn de cijfers in het licht van de internationale conjunctuur meer dan behoorlijk. Mede als gevolg van deze economische heropleving stegen de consumptie en het gemiddelde loon ongeveer elk met 6%. Een doorsnee Cubaan verdient nu 223 pesos per maand. De werkloosheid daalde verder tot 6% van de actieve bevolking. Iets meer dan één miljoen arbeiders valt nu onder het systeem van stimuli met dollars of convertibele pesos. Zij kregen vorig jaar gemiddeld een kleine 50$ extra uitbetaald. Jaar na jaar stijgt het aantal Cubanen dat over dollars bezit. Naar schatting zouden momenteel 62% van de eilandbewoners over dollars beschikken, dat is 6% meer dan het jaar voordien. Andere schattingen spreken zelfs van 75%.

Voor volgend jaar verwacht men een groei van 4 tot 4,5%. De Cubaanse economie geraakt stilaan uit zijn diep dal. Aan het huidige groeiritme zal men binnen zes jaar het niveau van de jaren '80 opnieuw bereikt hebben. Dat is verheugend. Maar ondertussen zal men er wel moeten voor zorgen om niet al te veel afhankelijk te worden van het toerisme, want dat is een zeer kwetsbare positie. De verdere uitbouw van de farmaceutische industrie, de biotechnologie, de productie van nikkel en de ontwikkeling van andere sectoren zijn noodzakelijk voor een duurzaam herstel. Dat is de grote uitdaging voor de komende jaren.

Bronnen: Granma, Cepal en eigen berekeningen.

 

 

[1] Bruto Binnenlands Product is de som van de geproduceerde goederen en diensten in een land.
[2] Geldoverschot betekent dat er teveel geld (pesos) in omloop is of anders uitgedrukt, dat er te weinig goederen (of diensten) zijn in vergelijking met de koopkracht van de bevolking. Het gevolg is o.a. dat de waarde van de peso laag blijft t.o.v. de dollar.
[3] Ruiltermen is de verhouding tussen de prijzen die een land ontvangt voor zijn exportproducten en de prijs die het moet betalen voor de importproducten.