print versie

2007: een goed oliejaar voor Cuba

Cuba produceert al 47% van de brandstof die het verbruikt. Met het gas dat vrijkomt bij de extractie van ruwe olie wekt het land 15% van de totale hoeveelheid elektriciteit op. Er zijn 32 nieuwe olieputten geboord.

Ventura de Jesús

CÁRDENAS — Voor de derde keer in zijn geschiedenis heeft Cuba 4 miljoen ton olie geproduceerd. Het is van 2003 geleden dat het land nog zo'n hoog cijfer heeft gehaald. Vandaag is dat resultaat des te belangrijker omdat een vat ruwe olie op de internationale markt 90 dollar opbrengt.

Carlos Lage Dávila, secretaris van het Uitvoerend Comité van de Ministerraad deelde mee dat 2007 een goed oliejaar is geweest. Cuba produceert nu 47% van de brandstof die het verbruikt en met het vrijgekomen gas wekt het 15% van de benodigde hoeveelheid elektriciteit op.

In gezelschap van Yadira García Vera, ook lid van het Politiek Bureau en minister van Basisindustrie, bracht Lage gisteren een bezoek aan de Empresa de Perforación y Extracción de Petróleo del Centro (EPEP-C). In de komende uren zou het bedrijf het miljoenste ton ruwe olie bovenhalen, een cijfer dat het al gedurende twaalf jaar op rij realiseert.

Lage zei dat Cuba op het einde van 2007 in totaal 2.908.000 ton ruwe olie en ongeveer 1.215 miljoen kubieke meter gas zal geproduceerd hebben. Hij beklemtoonde het belang van de groei van de olieproductie en de exploitatie van 97% van het gas. Cuba zal ook de nodige investeringen doen om te vermijden dat het vrijmaken van het gas het milieu zou schaden en om met dit gas op een goedkopere manier elektriciteit op te wekken.

Om een idee te geven van wat dit betekent voor de economie maakte Lage een vergelijking: de invoer van de hoeveelheid olie nodig voor de opwekking van dezelfde capaciteit aan elektriciteit (15%) aan de huidige prijs zou tussen de 400 en 500 miljoen dollar kosten, dat is meer dan twee keer de waarde van alle investeringen voor de uitvoer van tabak.

Hij deelde mee dat er dit jaar meer seismische studies zijn uitgevoerd dan ooit tevoren en dat er 32 nieuwe putten zijn geboord, waarvan 10 door Cubaanse bedrijven. Dit werd mogelijk gemaakt door de aanschaf van 10 boormachines (een beslissing van Fidel Castro) met het oog op een aanzienlijke stijging van de petroleumprijzen en de natuurlijke afbouw van de bestaande putten. En er is nog meer goed nieuws: de Cubaanse bedrijven nemen een groter aantal van de gespecialiseerde diensten met betrekking tot die putten voor hun rekening. De Cubanen verwachten dat ze in 2009 op zijn minst zullen instaan voor de helft van de diensten die nu nog door buitenlandse bedrijven worden verzekerd.

Ten slotte feliciteerde hij nog de oliearbeiders van Matanzas en van heel het land en wees op de noodzaak een reserve aan te leggen voor de vervanging van de uitrusting of de aanschaf van nieuwe technologieën en te ijveren voor een betere controle, organisatie en discipline.

Tijdens de bijeenkomst werden een groep arbeiders en oliebedrijven (o.a. EPEP-C) in het zonnetje gezet. De explotatiecoëfficiënt van de putten bedraagt nu 96,22%. De eenheidskost is gezakt met 11 pesos per ton en het elektriciteitsverbruik met 6,22%.

Reinaldo Ruiz González, directeur van EPEP-C, deelde mee dat het bedrijf de norm ISO 9001 van 2001 heeft gehaald en dat twee van zijn installaties de nationale milieuprijs van CITMA hebben ontvangen en ook als referentiecentrum opgenomen zijn in het militaire register.

Bron: www.granma.cubaweb.cu

Vertaling: Marina Mommerency

omhoog