Embargo tegen Cuba: hoe kan men zeggen dat het niet erg is?

Salim Lamrani
Vertaling: Jo Reymen

Een wrede en irrationele hardnekkigheid tegen Cuba.
De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties maakt aanstalten om op 7 november 2006, voor de vijftiende achtereenvolgende keer, de onmenselijke economische sancties, die de VS sinds 6 juli 1960 aan Cuba opleggen, te veroordelen. Van zijn kant houdt Washington niet op de druk op Havana te vergroten. Na de draconische maatregelen, goedgekeurd op 6 mei 2004 en op 10 juli 2006, zet het Witte Huis zijn wrede en irrationele politiek voort.[1]

Inderdaad, op 10 oktober 2006 werd een nieuwe groep opgericht, bestemd om de beperkingen tegen Cuba te intensiveren, met als doel jacht te maken op de reisagentschappen, de ondernemingen en de burgers die de geldende wet overtreden. De federale procureur van het zuiden van Florida, M. Alexander Acosta, heeft de indrukwekkende nieuwe eenheid voorgesteld (Werkgroep om de sancties tegen Cuba te versterken, CSETF), bestaande uit verschillende regeringsagentschappen zoals het Controlebureau voor Buitenlandse Goederen (OFAC), het Ministerie van Financiën, het Ministerie voor Binnenlandse Veiligheid, het FBI, de Dienst voor Interne Renten (IRS), de Immigratiediensten en de Douanes (ICE), het Handelsministerie, alsook de Diensten van de Kust- en Grenswacht (CBP).[2]

M. Acosta heeft aangegeven dat de versterking van de sancties tegen Cuba één van de politieke prioriteiten van het land was. « Wij willen op een duidelijke wijze tonen dat de regeringsagentschappen in een staat van paraatheid zijn om te verzekeren dat de regeling betreffende Cuba goed wordt toegepast. ». In geval van bewezen overtreding riskeren de overtreders boetes gaande van 10 jaar gevangenis tot een boete van 1 miljoen dollar.[3]

Eveneens riskeren alle Cubanen die in de VS verblijven en hun zieke moeder in Cuba zouden bezoeken zonder de toestemming van het Ministerie van Financiën om het grondgebied te verlaten, of die om de 3 jaar meer dan 14 dagen op het eiland zouden verblijven, of die gedurende hun verblijf van 14 dagen meer dan 50 dollar per dag zouden uitgeven, of die een financiële hulp naar hun neef of tante zouden sturen, of aan hun vader indien deze lid is van de Communistische Partij, een gevangenisstraf van 10 jaar en een boete van 1 miljoen dollar. Op dezelfde wijze zouden alle VS-toeristen die een weekendje in Havana willen verblijven, aan dezelfde sancties onderhevig zijn.[4]

De procureur van het zuiden van Florida heeft vanzelfsprekend deze maatregelen gerechtvaardigd door het belang « van het versnellen van het overgangsproces op het eiland » te onderstrepen. Sinds 2004 zijn volgens het OFAC de reizen tussen de VS en Cuba met 54% gedaald. In 2005 hebben de sancties tegen Cuba de Cubaanse economie 4,1 miljard dollar gekost, wat het totaal sinds 1960 op meer dan 86 miljard dollar brengt.[5]

De economische sancties tegen Cuba behelzen eveneens een extraterritoriaal karakter en raken ook de buitenlandse ondernemingen. Eveneens mogen alle producten die voor 10% bestanddelen uit de VS bevatten, niet uitgevoerd worden naar Cuba. Op dezelfde manier mogen alle producten die een bestanddeel uit Cuba bevatten, niet verkocht worden op de Amerikaanse markt. Bijvoorbeeld, een bedrijf van Franse banketbakkerij moet aan het Ministerie van Financiën aantonen dat haar producten niet één gram Cubaanse suiker bevatten, alvorens ze op de Amerikaanse markt te mogen verdelen. Een Japans automobielbedrijf moet eveneens bewijzen dat haar auto's niet één gram Cubaanse nikkel bevatten alvorens zich meester te mogen maken van de Amerikaanse markt.

De Japanse onderneming Nikon heeft in het middelpunt van een schandaal gestaan dat de absurde draagwijdte van de economische sancties illustreert. Raysel Sosa Rojas is een jonge van 13 jaar die aan een ongeneeslijke, erfelijke hemofilie lijdt. Hij heeft de XVde Internationale Kindertekeningenwedstrijd van het UN-programma voor het Leefmilieu (PNE) gewonnen. Tijdens de ceremonie, gehouden op 5 juni 2006, Dag van het Leefmilieu, in het Paleis der Naties in Alger, kon hem de prijs – een fototoestel van het merk Nikon – niet overhandigd worden. Inderdaad, ten gevolge van Amerikaanse druk heeft de Japanse multinational bijgevolg geweigerd het numerieke toestel, toegekend door de Verenigde Naties, te overhandigen uit schrik voor represailles.[6]

« Men heeft mij gezegd dat ik het niet mocht krijgen omdat ik Cubaan ben », beklemtoonde de jonge zieke, die zijn droefheid niet heeft verborgen. «Ik heb gezien dat alle anderen een prijs hadden, en ik niet», heeft hij eraan toegevoegd. Ondanks de tussenkomst van de Algerijnse autoriteiten, is de voorzitter van Nikon onbuigzaam gebleven.[7]

M. Jorge Jorge González, de Cubaanse professor die de kleine Raysel heeft begeleid, heeft « de extraterritoriale toepassingen van de wetten van een staat in een andere staat » aangeklaagd, want « het zijn de VS die een blokkade aan Cuba opleggen, en niet Japan, en dat is de reden waarom Nikon medeplichtig is aan deze schendingen waaraan de bevolking van mijn land sinds meer dan 45 jaar onderworpen is». Hij heeft het volgende eraan toegevoegd : « Men straft een kind voor iets wat hij nooit zal kunnen begrijpen. Ik heb hem proberen uit te leggen wat er gebeurde, maar hij kon het niet begrijpen, en ik ook niet […]. Men laat hem de prijs betalen voor het “misdrijf” te hebben begaan een Cubaans kind te zijn […]. Hij begrijp niet waarom er een Amerikaanse wet bestaat die hem verbiedt een fototoestel te bezitten».[8]

De zaak van de kleine Raysel toont de ongelofelijke proporties van de Amerikaanse economische agressie tegen Cuba, maar toont slecht het zichtbare topje van de ijsberg. De Nederlandse bank « Netherland Caribbean Bank » (NCB), een filiaal van de groep ING, is juist door de Amerikaanse regering op een zwarte lijst komen te staan wegens haar commerciële relaties met Cuba. Inmiddels mag NCB geen zakenrelaties meer hebben met Amerikaanse ondernemingen of burgers.
De economische sancties tegen Cuba zijn verre van een simpele, bilaterale vraag tussen twee naties.[9]

In maart 2006 werden rond de 100 Amerikaanse neurowetenschappers en geneesheren door het Ministerie van Financiën het verbod aangetekend deel te nemen aan de 4 de Internationale Conferentie over Coma en Dood die doorging in Havanna. Volgens de autoriteiten zou een dergelijke deelname niet consequent zijn met het Amerikaanse buitenlandse beleid.[10]

In september 2006 hebben de VS geweigerd een visum toe te kennen aan de Cubaanse Minister van Gezondheid, M. José Ramón Balaguer. Deze laatste was uitgenodigd om deel te nemen aan een Vergadering van het Directiecomité van de Panamerikaanse Organisatie van Gezondheid (OPS) van 25 tot 29 september, maar kon er niet naartoe terwijl Cuba stichtend lid is van de OPS. Eens te meer heeft Washington de bijbehorende verplichtingen van alle landen om de zetel van een internationale instelling te ontvangen, niet gerespecteerd.[11]

Met de voorbeelden van het averechts effect van de economische sancties zouden we tot het oneindige kunnen doorgaan. Het is hoog tijd dat deze smerige en wrede hardnekkigheid tegen het Cubaanse volk ophoudt.

Colin L. Powell, Commission for Assistance to a Free Cuba, (Washington : United States Department of State, mei 2004). www.state.gov/documents/organization/32334.pdf (site geraadpleegd 7 mei 2004) ; Condolezza Rice & Carlos Gutierrez, Commission for Assistance to a Free Cuba, (Washington : United States Department of State, juli 2006). www.cafc.gov/documents/organization/68166.pdf (site geraadpleegd op 12 juli 2006).
Wilfredo Cancio Isla, « Crean grupo para reforzar embargo a Cuba », El Nuevo Herald, 11 oktober 2006 ; South Florida Business Journal, « U.S. to Step Up Cuba Sanction Enforcement », 10 oktober 2006 ; Jay Weaver, « New Task Force to Target Cuba ban Offenders », The Miami Herald, 11 oktober 2006.
Ibid.
Salim Lamrani, Cuba face à l'Empire (Genève : Timéli, 2006), pp. 139-54.
Curt Anderson, « Fed Task Force to Enforce Cuba Sanctions », Associated Press, 10 oktober 2006.
Ana Aoki, « Interview met Jorge Jorge González », JijisPress, oktober 2006.
Ibid.
Ibid.
Reuters, « ING Unit Put On US Blacklist For Cuba Business », 3 oktober 2006
Kenneth Gross, «Construir el Puente de Michi», Cuba Debate, 28 september 2006; Kenneth Gross, «The Washington Times, 18 september 2006.»
Prensa Latina, « Cuba acusa a EE.UU de obstruir cooperación médica », 26 september 2006