Cuba in gevecht met corruptie

Jasper Rommel – 31 05 06

Dat Cuba een drukke agenda heeft weten velen al. Dikwijls duikt Cuba op in de media als het gaat over de ALBA, het samenwerkingsverband tussen Cuba, Venezuela en onlangs Bolivië, toen ze als eersten medische hulp naar Kasjmir stuurden en toen ze na Katrina hulp aanboden aan de arme bevolking van de VS. Je zou haast vergeten dat ze binnen Cuba zelf ook met een aantal heel belangrijke projecten bezig zijn. Dit jaar is het jaar van de energetische revolutie in Cuba: zowat alle elektrische huishoudapparaten worden bij alle Cubaanse gezinnen vervangen en de stroomstoringen zouden tegen eind 2006 tot de geschiedenis moeten behoren. Daarnaast zijn ze sinds september vorig jaar bezig met een grootschalige campagne tegen corruptie in het land. Drukke dagen!

Vanwaar corruptie?

Zeer mooi dat Cuba de strijd met de corruptie aan wil gaan, maar corruptie in een communistisch systeem, kan dat wel? Bewijst dit niet een failliet van het systeem? Voor rabiate Cuba-haters zal dit wel koren op de molen zijn, maar de situatie is iets complexer dan dat.

Enkele jaren na de Cubaanse Revolutie sloot het eiland zich aan bij het socialistisch blok. Met de steun van de toenmalige Sovjet Unie boekte Cuba gigantische vooruitgang op sociaal, wetenschappelijk en economisch vlak. Cuba was geen rijk en ontwikkeld eerste wereldland, maar dankzij de eerlijke handel met de andere socialistische landen waren er geen noemenswaardige tekorten voor de bevolking. Cubanen hadden alle basisvoorzieningen en hadden zelfs de mogelijkheid om bijvoorbeeld regelmatig op restaurant te gaan of te sparen. Midden jaren '80 was er zelfs een reisformule waarmee je heel het eiland kon afreizen. Voor ons westerlingen lijkt dat misschien een evidentie, maar voor derdewereldlanden is dat een luxe. Laat ons niet vergeten dat miljoenen mensen in Latijns-Amerika nauwelijks buiten hun sloppenwijk komen.

Toen de SU echter in elkaar stuikte, had dit catastrofale gevolgen voor Cuba. Van de ene dag op de andere verloor Cuba 76% van zijn handel. Er kwam bijvoorbeeld geen petroleum meer uit Rusland, waardoor de bevolking soms tot 20 uur per dag geen elektriciteit had. In Cuba konden ze er wel grapjes over maken (“Nu kunnen de Amerikanen ons 's nachts zeker niet aanvallen. Er brandt geen licht, ze zien ons niet liggen”), maar de realiteit was zo grappig niet. Van de ene dag op de andere dag slonk het aantal busritten in Havana van 20 000 naar 6000 per dag. Dat veroorzaakte een enorm mobiliteitsprobleem. Daarnaast zakte de productie in mekaar bij gebrek aan energie, grondstoffen en wisselstukken.

In de jaren '90 waren er dikwijls geen materialen om huizen op te knappen, om wegen te repareren,… Winkelrekken waren leeg en waar er wel nog producten waren kostten die danig veel, door het ontwikkelen van een zwarte markt, zodat veel Cubanen met hun salaris er niet aan moesten denken. Het eten werd kariger gerantsoeneerd,… Maw: voor het eerst sinds de Revolutie werden de Cubanen terug met echte zware armoede geconfronteerd.

Ondanks de impuls in de maatschappij om problemen collectief aan te pakken, wat logisch is in een socialistische samenleving, zochten veel mensen individuele oplossingen. Mensen die in opslagplaatsen voor levensmiddelen werkten stalen voedsel, uit de ziekenhuizen en apotheken verdwenen medicamenten, de pompbedienden startten een handeltje in gestolen benzine,… Het kwam voor onder alle lagen van de bevolking: van de straatveger tot de voormalige voorzitter van de UJC (Cubaanse jongcommunisten). Je kan daar veel theoretisch gezwets rond verkopen, maar als je een gezin te onderhouden hebt en ook wel eens iets anders dan rijst, bruine bonen, eieren en kip wil eten, is de verleiding enorm groot. Corruptie komt nu éénmaal voort uit tekorten en het is een zeer menselijke reflex om er een creatieve oplossing voor te zoeken. De zwarte markt heeft in België ook nooit zo gefloreerd als in oorlogstijd.

Al ziende blind?

Uiteraard wist de overheid wat er gaande was, maar er waren andere varkentjes te wassen. Eerst en vooral moesten Cubanen vechten om hun Revolutie te behouden. Er moest energie gestoken worden in de economie uit het slop te halen, de gratis geneeskunde te kunnen blijven garanderen, het onderwijs gratis te kunnen houden,… Dat waren de enorme uitdagingen waar ze voor stonden.

Bovendien was die zwarte markt ook niet altijd een vloek. In de situatie waarin Cuba zich bevond was het, heel cru gesteld, soms zelfs een “zegen”. Veel Cubanen losten er een aantal van hun problemen mee op en soms werden zelfs problemen van een hele groep erdoor verbeterd. Zoals al eerder gezegd viel het aantal busritten in Havana drastisch terug door tekort aan petroleum en later door de lamentabele toestand van de bussen. Het gevolg was dat veel particulieren die een auto hadden op illegale wijze zelf vervoer organiseerden. Ze reden rondjes in Havana en brachten mensen van bushalte naar bushalte, tegen een hogere vergoeding uiteraard. Op die manier liep de staat enerzijds veel geld mis, maar aan de andere kant werd zo een probleem verlicht.

Maar als de benzine gerantsoeneerd wordt, waar haal je dan zoveel extra liters? De oplossing werd gevonden bij pompbedienden die heel creatief waren en een aantal liters achteroversloegen en doorverkochten voor eigen rekening.

De overheid was hier uiteraard van op de hoogte, maar liet begaan voor de redenen hierboven aangegeven. Enkel echte uitspattingen en KP (top)functionarissen werden wel aangepakt als er fraude vastgesteld werd, omdat zij nu éénmaal een voorbeeldfunctie hebben in de maatschappij. Misschien een ideetje voor onze ministers?

Trabajadores sociales

Toch is zoiets op lange termijn onhoudbaar. Wat voor een korte periode een creatieve oplossing kan zijn, betekent op langere termijn een gevaar voor de maatschappij en zou zelfs op heel lange tijd je Revolutie van binnenuit kunnen uithollen, zoals Fidel het in een speech zei. Nu de economie jaar na jaar gegroeid is, het ergste van de speciale periode achter hen ligt, de contacten met Venezuela de oliebevoorrading garanderen, de stroomstoringen bijna weggewerkt zijn en de Chinese bussen en treinen het openbaar vervoer ten goede komen is er terug ademruimte. Het gaat merkelijk beter in Cuba. De Revolutie staat er sterker dan ooit en de bevolking heeft het terug relatief goed, zeker naar Latijns-Amerikaanse normen.

Het was dus tijd om het jarenlang aanslepende probleem van corruptie aan te pakken. En dat erover nagedacht is blijkt uit de genomen maatregelen. Fidel stelde dat er in de eerste plaats een mentaliteitsverandering moest plaatsvinden. Als je gedurende 15 jaar corruptie niet als corruptie ziet, maar als een mogelijkheid om je dringende noden op te lossen (de Cubanen gaven het de sympathieke benaming“uitvinden”), kan je van normalisering spreken. Die mentaliteit moet gewijzigd worden en waar anders beginnen dan bij de jongeren? Een nieuwe frisse laag die uiteindelijk de toekomst van je maatschappij zullen bepalen. In de scholen, de massaorganisaties voor jongeren in de UJC,… wordt de discussie gevoerd en probeert men het bewustzijn op te tillen.

Maar daarnaast hebben de Cubaanse jongeren een belangrijke taak gekregen in het concreet aanpakken van de corruptie. De fraude in de benzinestations was danig groot dat ingrijpen noodzakelijk was. Men heeft alle arbeiders naar huis gestuurd. Tot ze ander werk hebben wordt hun loon verder uitbetaald. Naar verschillende dirigentes (“kopstukken, organisators”) werd een onderzoek ingesteld. 28 000 speciaal opgeleide universiteitsstudenten hebben de tankstations overgenomen. De zogenoemde trabajadores sociales controleren elke druppel en dat brengt op. Niet alleen heeft deze operatie tot nu toe miljoenen opgeleverd voor de staat, maar de ervaring die deze jongeren opdoen, het gevoel elke zijn steentje bij te dragen, is enorm.

Bedrijven krijgen veel meer dan vroeger externe controles. Partijleden krijgen een snelcursus van 2 maanden om bedrijven door te lichten en fraude op te sporen. Ook dat levert op.

Het debat wordt ook gevoerd in de media, in speeches, in alle massaorganisaties. En dit zonder taboes.

Er waait een nieuwe wind door Cuba, elke dag worden successen geboekt en stappen vooruit gezet. Criticasters zeggen dat je de situatie niet meer kan keren, maar dat waren waarschijnlijk dezelfden die in '59 beweerden dat een revolutie een utopie was, die in '61 beweerden dat Cuba geen invasie kon overleven en die in de jaren '90 beweerden dat ook het Cubaanse socialisme in elkaar zou zakken. Cuba heeft al meerdere malen in de geschiedenis bewezen dat een klein eiland grootse dingen kan doen. De Revolutie zet hiermee opnieuw een stap vooruit en consolideert zich nog meer. Zoals ze het zeggen in Cuba: Patria O Muerte! Venceremos!