print versie

Reeds 299 gevangenen vrijgelaten na verzoek van Vaticaan

Als reactie op het gratieverzoek dat werd gedaan tijdens het bezoek van Paus Johannes Paulus heeft de Cubaanse Staatsraad op 12 februari de vrijlating goedgekeurd van 299 personen die een gevangenisstraf uitzaten voor misdaden van gemeen recht of van contrarevolutionaire aard.

Deze gevangenen werden vrijgelaten en naar huis gestuurd binnen de 24 uur, verzekerde het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hiermee weerlegde ze beweringen in de buitenlandse pers, dat ze langzaam en in kleine groepjes werden vrijgelaten.
Tijdens het verblijf van de paus, van 21 tot 25 januari overhandigde Kardinaal Angelo Sodano, de staatssecretaris van het Vaticaan, een lijst met 302 namen. Van deze lijst waren 106 personen reeds voordien vrijgelaten en 16 van hen waren naar het buitenland geëmigreerd.
Zo’n 20 namen op de lijst waren dubbel en 5 totaal onduidelijk of gewijzigd, waardoor het onmogelijk was ze te identificeren.
Van de rest werden er 75 in vrijheid gesteld. Nog eens 224 anderen die niet op de lijst van het Vaticaan voorkwamen werden ook vrijgelaten omdat Cuba besliste ze vrij te laten om humanitaire redenen, gezien hun leeftijd of hun gezondheidstoestand.
De woordvoerder van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Alejandro González, verduidelijkte op 19 februari dat van de lijst die door Kardinaal Sodano werd overhandigd, er nog 85 personen gevangen zijn. Voor een 20-tal van hen zal binnenkort een beslissing genomen worden. De rest zal onder geen enkele voorwaarde vrijgelaten worden omwille van de ernst van hun misdaden. Het gaat hier over het plegen van bomaanslagen waarbij slachtoffers vielen onder de bevolking en buitenlandse bezoekers of over moord op medeburgers.
De woordvoerder voegde eraan toe dat die gevallen waarover nog beslist moet worden, maar vrijgelaten zullen worden onder bepaalde voorwaarden, gezien hun persoonlijkheid en de grote kans dat ze zullen hervallen in hun misdadige activiteiten tegen het land.
Buitenlandse Zaken herhaalde dat de vrijgelatenen die naar huis zijn teruggekeerd, dezelfde ruimte krijgen als de rest van de Cubanen om mee het land op te bouwen. Maar ze krijgen geen enkele ruimte om samen te spannen met hen die vanuit het buitenland Cuba willen vernietigen. Met andere woorden, deze strafvermindering werd niet verleend om de contrarevolutie te stimuleren of om hen verder de wetten van het land te laten overtreden, maar uitsluitend om humanitaire redenen.
« We zijn niet op zoek naar vergiffenis van de Verenigde Staten, want we staan bij niemand in het krijt », verklaarde Roberto Robaina, Minister van Buitenlandse Zaken, aan de pers.

Granma Internacional 1 maart 1998 - Rodolfo Casals

omhoog