Volksparticipatie als democratisch model

Thomas Janssen en Corrie Van Dijck

Wie op de zoekmachine ‘Google – Cuba, democratie' intikt krijgt een overweldigend paneel van informatie. De inzendingen zijn te verdelen in twee kampen. Het ene kamp wil niets weten van de combinatie Cuba-democratie. Daar ijvert men om voor de vrijheid van de Cubaanse burger de democratie in te voeren, desnoods met interventie van buitenaf of een revolte van binnenuit. Want er heerst daar een dictatuur, dus volksparticipatie is alleen maar afgedwongen.

Het andere kamp begint zich te realiseren dat democratie wel eens meer zou kunnen zijn dan vrije verkiezingen voor een politieke partij of voor een orgaan van provinciaal, nationaal of Europees bestuur, waarbij de kandidatenlijsten al tevoren in kleine kring zijn vastgesteld. Met andere woorden de parlementaire democratie is niet de enige vorm van democratie en misschien juist niet de meest democratische vorm.

Dat lijkt vanzelfsprekend, maar nog in 2007 werd mij in het Utrechtse Tumult gezegd: ‘in Cuba is geen democratie want er is niets te kiezen.' Dat je in de politiek voor mensen zou kunnen kiezen in plaats van voor partijen - iets dat wij in het dagelijkse leven bij onze relaties doen - is kennelijk ondenkbaar; de politiek staat dan ook ver van het dagelijkse leven af. Voor wie in zijn of haar denken vastzit aan het parlementaire partijenstelsel is het vanzelfsprekend: ‘als er maar één partij is dan gaan verkiezingen nergens over. In Cuba is maar een partij dus ben je wel gedwongen om daarop te stemmen en zo'n verkiezing is dus niet vrij'. Een tunnelvisie, waar je blijkbaar maar moeilijk uit kunt breken.

Hierbij kan het kennismaken met de Cubaanse maatschappij een doorbraak betekenen; zeker voor wie een keer in de gelegenheid was om op het eiland de verkiezing mee te maken.

Verkiezingen in Cuba

Op 24 februari 2008 kwamen 614 gedelegeerden in functie als leden van de ‘National Assembly of Popular Power'. De helft daarvan werden op 20 januari gekozen in algemene en geheime verkiezingen.[1] Wij waren er bij in de stemlokalen van de stad Santa Clara - In die locatie kon men kiezen uit 5 kandidaten; hun foto en korte levensloop waren weken daarvoor in publieke gebouwen openbaar gemaakt - verder geen enkele campagne. Zij moesten minstens 50% halen van de in dat kiesdistrict uitgebrachte stemmen.
De volgende dag bleek dat landelijk de opkomst boven de 95% was.
Op 24 februari werd een verkiezingsperiode afgesloten die begon in de zomer van 2007 met het oproepen van buurtafgevaardigden voor de gemeenteraden. Op 20 januari j.l. werden dezelfde stappen gezet voor de provinciale raden en tenslotte de samenstelling van de Nationale Vergadering, die dus de staatsraad en haar voorzitter en vice-voorzitter kozen. De voorzitter van de staatsraad is het nieuwe staatshoofd, sinds kort dus Raul Castro. Dit electorale proces is transparant en iedereen kan daarbij zijn en constateren dat de communistische partij er totaal geen rol in speelt. Volgens de grondwet mogen zij ook geen gedelegeerden aanwijzen. In Cuba is een politieke partij géén verkiezingspartij zoals in een parlementaire democratie.

Condoleezza Rice, VS minister van buitenlandse zaken, meende te moeten aanbevelen dat de Cubaanse regering ‘een proces van vreedzame, democratische verkiezingen zou moeten starten door alle politieke gevangenen vrij te laten, de mensenrechten te respecteren en de weg te banen voor vrije en eerlijke verkiezingen.'[2] Politieke blindheid voor de realiteit kan het niet zijn, eerder een graadmeter voor het politieke verval bij de huidige kring rond president George Bush.

Participatiemodel

Het participatiemodel gaat verder dan de verkiezingen.
Wij noemen een aantal voorbeelden hiervan op.

  1. De controle door de basis op de gekozen afgevaardigden. Zij dienen elk half jaar verantwoording af te leggen aan hun kiezers. Zij kunnen bij die gelegenheid ook tussentijds afgezet worden, hetgeen zelden voorkomt.
  2. Genoemd zijn al de massaorganisaties, die via hun afgevaardigden in de nationale vergadering een directe lijn hebben met het beleid. Zij brengen problemen van de basis naar de top en omgekeerd worden vraagstukken die spelen in de regering ook ter discussie ingebracht naar de basis.
  3. Uit een artikel van Dr.Stefan Ludlam: In 2002 werd de Wet op Gezondheid en Veiligheid op het werk aangescherpt en de Wet op Collectieve Arbeidsovereenkomst herzien vanwege nieuwe bedrijfsvormen. Cruciaal voor arbeiders en vakbonden: deze wet vereist dat plaatselijke arbeidsverhoudingen en totstandkoming van arbeidswetgeving met de bonden uitonderhandeld worden en groepen op de werkvloer uiteindelijk stemmen over de overeenkomsten [3]
  4. Uit een speech van Raúl Castro: ‘Wij zijn er ons van bewust dat temidden van de externe objectieve moeilijkheden die we doormaken, de lonen nog te laag zijn om te voldoen aan alle noden. Zo verzekeren ze niet meer het socialistische principe waarbij ieder bijdraagt volgens zijn capaciteiten en beloond wordt volgens zijn arbeid. Van leiders tot arbeiders aan de basis hebben wij de plicht om elk probleem binnen ons werkterrein te herkennen en grondig te beoordelen, om het met geijkte methodes te benaderen. Niet de moeilijkheden aanvoeren als excuus om niet snel en efficiënt te hoeven handelen, ook geen gebrek aan politieke moed om uit te leggen waarom iets niet lukt' [4]
  5. In de Cubaanse grondwet ligt de volksparticipatie verankerd. Zie hiervoor de paragraaf hierna.

Volksparticipatie in de Cubaanse grondwet

Vooreerst de manier waarop de grondwet tot stand kwam, een kort overzicht:

1975: maatschappelijk debat over een ontwerp grondwet. Hieraan namen zo'n 6 miljoen Cubanen deel. Zij brachten 60 wijzigingen aan in de tekst

1976: 15 februari referendum ter goedkeuring. Deelname 98%, daarvan stemden 97,7% vóór. Op 24 februari volgde de proclamatie.

1977: Amenderen van art 10a. ‘Isla de Pinos' gewijzigd in ‘Isla de Juventud'

1992: Op 12 juli werd door de Nationale Vergadering bij wet vastgelegd: de rol van de staatsinstellingen (art 68) op provinciaal en gemeentelijk niveau; de verkiezingen van afgevaardigden voor de ‘National Vergadering' en de ‘Provinciale Vergadering'; voor Cubanen en buitenlanders de civiele en politieke grondrechten en vrijheden. Hierdoor werden de democratische instellingen meer representatief. Deze wijzigingen werden aangenomen na een ‘publiek, open en eerlijk debat met het volk'.

2002: Op 10 juni vragen de massaorganisaties in een verklaring dat de socialistische opzet van de grondwet ‘onherroepelijk en revolutionair' zou heten. De verklaring werd van 15 tot 17 juni door ruim 8 miljoen kiezers ondertekend. In een buitengewone vergadering op 26 juni werd de grondwet in die zin aangescherpt als antwoord op de uitlating van president George Bush jr die offensief naar Cuba was en een interventie suggereerde.

De hierna volgende artikelen werden vertaald uit de geautoriseerde Engelse vertaling van de Constitutie door ESTI in 2004:

  • Art 3 In de republiek Cuba berust de soevereiniteit op het volk, waaruit alle staatsmacht voortvloeit. Die macht wordt uitgeoefend rechtstreeks of via de ‘Asambleas del Poder Popular' en andere staatsorganen die hun autoriteit ontlenen aan die assemblees.
  • Art 7 De Cubaanse socialistische staat erkent en stimuleert de sociale- en massaorganisaties, voortkomend uit de historische strijd van ons volk. Deze organisaties omvatten de verschillende sectoren van de bevolking, zij brengen verschillende belangen van die sectoren onder de aandacht en nemen deze op tot opbouw, consolidatie en verdediging van de socialistische gemeenschap.
  • Art 103 ( . . . . ) De lokale bestuursorganen ingesteld door de assemblees geven richting aan de economische, productieve en dienstverlenende instellingen die onder hen staan; het doel is het verstrekken van wat nodig is voor het dienen van de economie, de bijstand, de gezondheid, het onderwijs en voor de culturele-, sport- en recreatievoorzieningen van het collectief in het gebied dat onder ieders jurisdictie staat. Voor de uitoefening van deze functies worden de lokale assemblees gesteund door de Volksraden en het initiatief en de brede participatie van de bevolking en deze werken in nauwe samenwerking met de sociale- en massaorganisaties.

De Engelse tekst is opgenomen in voetnoot. [5]

Tenslotte

Uit bovenstaande voorbeelden van volksparticipatie kan men een vergelijking maken met onze parlementaire democratie. In onze eigen geschiedenis heeft die duidelijk gefunctioneerd, maar de laatste tijd worden er al behoedzaam vraagtekens bij geplaatst.

De grondslag van de Cubaanse samenleving stamt uit de strijd voor onafhankelijkheid. Een strijd van 138 jaar, vandaar de 138 zwarte vlaggen tegenover het bureau van de VS belangen organisatie. [6]

Toen de bourgeoisie vanaf 1959 wegtrok naar Florida was het zaak om een nieuwe sociale samenhang op te bouwen. Dat kon niet vanuit de ‘zegeningen van de markt'. Men moest de strijd aan tegen egoïsme en privileges voor bepaalde groepen. Vrijheid werd ondergeschikt aan gelijkheid en solidariteit. De idealen van José Marti en Che Guevara werden krachtig in het beleid gepromoot. Vanaf de eerste klas van de lagere school werd de noodzaak aangevoerd van een gunstig perspectief voor de gemeenschap door het werken aan gezamenlijke projecten, zoals het opschilderen van het huis of het samen werken aan een groentetuin voor de eigen buurt. Als steeds terugkerende norm geldt: wat is nodig voor ons volk, hoe kunnen we de dreiging overwinnen om niet opnieuw terecht te komen in een situatie waarin wij gemanipuleerd worden. Niets wordt zomaar gegeven, het recht op gezondheid, onderwijs en werk moet steeds opnieuw waar gemaakt worden. En wat er al bereikt is, daar is men trots op. De voorzitter van de Unión de Jóvenes Comunistas hoorden we zeggen: Onze veiligheid is ‘menselijk kapitaal', het Cubaans socialisme verschilt van andere vormen van socialisme elders, het is door Che ontwikkeld in dialoog met het volk. Het is niet perfect, maar het is beter dan het kapitalisme.
Een hechte sociale samenhang, we hebben het zelf zo ervaren.

[1] de andere helft wordt gekozen uit de volksorganisaties: vakbonden, vrouwen- studenten- en scholierenorganisaties, federatie van kleine boeren en de Commissie ter Verdediging van de Revolutie. Deze organisaties spelen een belangrijke rol in de Cubaanse politiek, zij participeren direct in het landelijk beleid en de overgrote meerderheid van de bevolking is lid van een of meer van deze massaorganisaties
[2] Associated Press, 25 februari 2008
[3] ‘The world of work in changing Cuba' 1 jan 2008. Schrijver is van de Universiteit van Sheffield. Een studie over arbeidsrelaties in Cuba, Met steun van de Nuffield Foundation
[4] Raúl Castro: ‘Het volk is het belangrijkste wapen van de Revolutie' rede gehouden op 26 juli 2007 in Camagüey
[5]

Art 3. In the Republic of Cuba sovereignty lies in the people, from whom orginates all the power of the state. That power is exercised directly or through the assemblies of People's Power and other state bodies which derive their authority from these assemblies ( . . . )

Art 7. The Cuban socialist state recognizes and stimulates the social and mass organisations which arose from the historic process of struggles of our people. These organisations gather in their midst the various sectors of the population, represent interests of the same, and incorporate them to the tasks of the edification, consolidation and defense of the socialist society.

Art 103. ( . . . ) The local administrations established by these Asasemblies direct the economic, production and service entities locally subordinated to them, with the purpose of meeting the needs for economic, health care, assistance, educational, cultural, sports and recreational services of the collective in the territory under the jurisdiction of each. For the exercise of their functions the local Assemblies of People's Power find support in the Peopl's Councils and the initiative and broad participation of the population and they act in close coordination with the social and mass organisations.

[6] In de 2 de helft van de 19 de eeuw was die strijd tegen de Spaanse overheersing. Carlos Manuel Céspedes en Antonio Maceo waren bekende organisatoren van die vrijheidsstrijd.