|
17 mei: verjaardag van de Wet voor de Landhervorming De eerste grote hervorming Tegenover een overwegend kapitalistisch gehoor dat roept om “meer hervormingen op Cuba”, is het gepast te herinneren aan de eerste grote hervorming die op het eiland werd gerealiseerd: namelijk de eerste Wet voor de Landhervorming. Ze kwam tot stand zonder enige druk van buitenaf en was het begin van de huidige politiek ten voordele van de meerderheid van de bevolking. Antonio Paneque Brizuales, Granma Internacional 16 mei 1999 Het Cuba van eind jaren '50 kende vooral grootgrondbezit. Grote stukken grond waren in handen van enkele machtige Cubanen en buitenlanders, vooral Noord-Amerikanen. Maar de mensen die de grond effectief bewerkten, leefden in misère of waren werkloos. Er was een radicale maatregel nodig die zorgde voor een eerlijke verdeling van de gronden. De afkondiging van de Wet voor de Landhervorming op 7 mei 1959 legde de basis voor de verdere socio-economische ontwikkeling van Cuba. Agrarische revolutie De wet wordt door experts beschouwd als één van de belangrijkste in zijn soort. Ze is alleen te vergelijken met de Russische wet uit 1917, de Chinese van 1949-52 of de Japanse na de Tweede Wereldoorlog. De “Ley de Reforma Agraria” werd opgesteld door specialisten en leiders van de jonge revolutie. Vanaf het eerste artikel verbood ze het grootgrondbezit, de machtsbasis van de toenmalige rijken. De grootste oppervlakte die één eigenaar kon bezitten, werd gereduceerd tot 400 hectare. De grond werd gratis overgedragen aan de boeren die ze bewerkten of aan landloze boeren, met een maximum van 60 hectare per gezin. Ongeveer 5,6 miljoen ha - oftewel 60% van de totale landbouwgrond - kwam in handen van een grote bezitsloze massa. Dit betekende méér dan een gewone hervorming. Het was een ware agrarische revolutie. Een aanklacht tegen de grootgrondbezitters vinden we reeds terug in de tekst van “De geschiedenis zal mij vrijspreken”, de zelfverdediging van Fidel op het proces na de aanval op de Moncada-kazerne in 1953. Tijdens de guerrilla in de Sierra Maestra werd ook al een tekst opgesteld die het land toekende aan wie het bewerkte. Maar deze eerste Wet voor de Landhervorming zorgde voor een radicale verandering in de inefficiënte structuren van de landbouw zoals die in 450 jaar gegroeid waren. Oscar Pino Santos, een van de experts die meewerkte aan de oorspronkelijke tekst, is van oordeel dat “hiermee de machtsbasis van de oligarchie en het imperialisme werd aangepakt. De wet lag bovendien aan de basis van de coöperatieven die de landbouw moderniseerden en droeg het bezit van de grond over aan de tienduizenden boeren die ze bewerkten. ”De wet werd opgesteld in een huis aan het strand van Tarará, zo'n 20 kilometer buiten Havana”, vertelt Pino Santos. “Het was tijdelijk de woning van Che Guevara. Gedurende 3 maanden werd er in alle vertrouwelijkheid aan gewerkt tijdens lange nachtelijke bijeenkomsten. Fidel en Che speelden een beslissende rol in het tot stand komen van de uiteindelijke tekst. Maar ook andere leiders van de revolutie zoals Blas Roca, Carlos Rafael Rodriguez, Antonio Nuñez, Vilma Espín, Alfredo Guevara en Segundo Ceballos droegen hun steentje bij. Maar Fidel drukte sterk z'n stempel op het document. Bij de afkondiging weerspiegelde ze tot in de details zijn opvattingen over hoe een echte landbouwhervorming in Cuba er uit moest zien.” Meerderheid enthousiast De geheimhouding die met het opstellen van de wet gepaard ging, werd gerechtvaardigd door haar impact op de toenmalige economische structuren en door de te verwachten oppositie van de nog steeds zeer machtige tegenstanders van radicale hervormingen. Ook onze tegenstanders in het buitenland zouden furieus reageren. De klasse van grootgrondbezitters kreeg pas iets te horen over de inhoud van de wet na haar goedkeuring door de Ministerraad in de Comandancia La Plata op 17 mei 1959. “Ze schreeuwden moord en brand, maar het was al te laat. Ze konden er niks meer aan doen”, zegt Pino Santos. “Door de rest van de bevolking, werd de wet met veel enthousiasme onthaald, of ze nu rechtstreeks bevoordeeld werden of niet.” Sinds de overwinning van de revolutie op 1 januari 1959 hadden de vele tussenkomsten van Fidel een sfeer gecreëerd onder de bevolking ten gunste van een “radicale oplossing” van het probleem van het grondbezit. Carmen María Díaz García, een onderzoekster van het Instituut voor Cubaanse Geschiedenis argumenteert dat deze wet ook de eerste stap naar de socialisering van de gronden in Cuba betekende. In artikel 5 wordt immers verwezen naar de landbouwcoöperaties. Uitgaand van deze staatsbedrijven werden vanaf 1976 de CPA opgericht, de coöperatieven voor landbouwproductie. In die periode ontstonden ook de suikerrietcoöperatieven op de onteigende landerijen uit deze sector. Zo ontstonden ook de “Hoeves van het volk” die werk verschaften aan honderdduizenden plattelandbewoners zonder eigen veld. In 1963 kwam er een tweede wet waarbij het maximale grondbezit werd beperkt tot 66 hectare. Nu bewerken zo'n 200.000 boeren 22% van de vruchtbare grond op Cuba. Ze produceren meer dan de helft van het vlees en 30% van de groenten. Tussen de pieken en dalen van de sociale en economische ontwikkelingen op Cuba blijft de volgende uitspraak van Fidel over de landhervorming nog steeds geldig: “De 17e mei was niet zomaar een belangrijke dag, het was de dag van onze onafhankelijkheid!”
|