De samenstelling van het parlement is een weerspiegeling van het Cubaanse volkMaría Julia Mayoral Uit de kandidatenlijsten voor de parlementsverkiezingen van 20 januari blijkt dat de leiding van de staat overgaat in handen van de nieuwe generaties. En toch zal dit gegeven noch voor de regering van de Verenigde Staten noch voor hun huurlingen, die zogezegd geïnteresseerd zijn in de ‘overgang' in Cuba, gelden als een onweerlegbaar bewijs van die democratische overgang. 374 van de 614 kandidaat-afgevaardigden (60,91%) zijn geboren na de overwinning van de Revolutie. Nog eens 134 (21,82%) waren ten tijde van de Revolutie in 1959 minder dan 10 jaar oud. De overige 106 (17,25%) hebben het kapitalisme nog meegemaakt. Dit wil zeggen dat alleen deze laatsten deel uitmaken van de generatie die de opstand tot een goed einde bracht en begon met de opbouw van het socialisme. De evenredige vertegenwoordiging van alle generaties in het hoogste orgaan van de staatsmacht is niet het gevolg van een bewuste selectie. Het was niet de bedoeling van het volk toen het zijn kandidaat-afgevaardigden voorstelde en verkoos. Het speelde ook niet mee voor de belangrijkste studenten- en massaorganisaties van het land bij de voorverkiezingen. En evenmin was het een van de criteria voor de goedkeuring van de kandidaten door de 169 gemeenteraden die rekening houden met de voorstellen van de kandidaatscommissies. De voordragers, de commissies en de gemeenteraden evalueren menselijke kwaliteiten. Ze beoordelen de weg die de kandidaten hebben afgelegd. Want alleen met verdienstelijke en bekwame kandidaten kun je het volk vragen een kwalitatieve stem uit te brengen. Hoe het komt dat alle generaties in Cuba vertegenwoordigd zijn, is heel eenvoudig: elke groep heeft de Revolutie tot de zijne gemaakt, heeft eigen wegen en beweegredenen gevonden om mee te werken aan de opbouw van het socialisme. Dat betekent niet dat er geen tegenstellingen zijn. Er is nog een aanwijzing voor de overdracht: amper 36,78% van de kandidaten (224 van de 609) zetelt op dit ogenblik in de Nationale Assemblee. 63,22% (385 parlementsleden) zijn dus nieuwkomers. In de praktijk zullen het er een paar meer zijn want in overeenstemming met de aangroei van de bevolking zal het parlement in de komende legislatuur 614 leden tellen. Steeds meer mensen zijn zich bewust van de verantwoordelijkheden van de Poder Popular omdat ze die als afgevaardigde of parlementslid hebben beleefd. Dat moet de kritische geest van de maatschappij aanscherpen. Zonder die kritische geest is het niet mogelijk de eisen van de bevolking en haar controle op de instellingen te structureren en de civiele rechten en plichten op een doeltreffende manier uit te oefenen. Het mogelijk hoge aantal nieuwe afgevaardigden in het nationaal parlement tijdens de komende legislatuur is de uitdrukking van nog een ander basisprincipe: als je in Cuba parlementslid bent, of gemeentelijk of provinciaal raadslid van de Poder Popular, dan betekent dit niet dat je nu een professioneel politicus wordt zoals gebruikelijk is in de consumptiemaatschappijen. De laatsten zullen de eersten zijnJe zult veel moeite moeten doen om nog een land te vinden waar zulk een hoog aantal burgers het recht hebben de post van gemeenteraadslid of burgemeester te combineren met een zitje in het parlement, zonder overigens een cent te spenderen aan een verkiezingscampagne. Bij deze verkiezingen zijn 285 kandidaten (46,42%) al verkozen gedelegeerden van lokale besturen. Hetzelfde geldt voor de zwarten en de mestiezen. Zonder een politiek systeem dat een effectieve en groeiende gelijkheid en sociale rechtvaardigheid verzekert, zou je onder de kandidaten geen 118 zwarten en 101 mestiezen aantreffen. Hoewel je in het geval van Cuba nog moeilijk kunt spreken van zuivere blanken. Kandidaten met opleiding en cultuurDie representativiteit hoeft niet geforceerd te worden, de Revolutie zorgt daarvoor. Het verklaart bijvoorbeeld ook de ruime vertegenwoordiging van de vrouwen (265 kandidaten, 42,16%) en het hoge onderwijsniveau van de kandidaten. 481 hebben een universitair diploma (78,34%) en 127 (20,68%) een diploma van hoger secundair onderwijs. Ze zijn gevormd in de meest diverse disciplines en dat zal hen goed van pas komen bij het werk in de vaste commissies van het parlement. 84 kandidaten hebben een ingenieursdiploma in de landbouwkunde, bouwkunde, machinebouw, elektronica, metaal, chemie, telecommunicatie, bosbouw, waterbouwkunde en scheepsbouw. Ook zijn er tal van universitaire docenten bij met waardevolle ervaring, economisten, licentiaten in de rechten, artsen, sociale onderzoekers. Je vindt er sociale werkers, specialisten in militaire wetenschappen, verpleegkunde, fysica, meteorologie, geschiedenis en theologie. De kandidatenlijsten zijn de uitdrukking van de diverse typische kenmerken van het Cubaanse volk. Zij zijn dan ook een getrouwe afspiegeling van een verenigd, revolutionair, internationalistisch land met een grote cultuur, dat de rechtvaardigheid hoog in zijn vaandel draagt en een monumentaal palmares op het vlak van onderwijs en vorming in hoogstaande ethische waarden kan voorleggen. Een land dat zich verder zal ontwikkelen om het socialisme te perfectioneren. Bron: www.granma.cubaweb.cu Vertaling: Marina Mommerency |