print versie

Wie zit er in het Cubaanse parlement?

Op 11 januari van dit jaar waren er parlements- en provincieraadsverkiezingen. Dat is hier onopgemerkt voorbijgegaan, want het past niet in het cliché van de ‘communistische dictatuur'. Nu iedereen de mond vol heeft over politieke vernieuwing en de kloof tussen burger en politiek, is het Cubaanse model nochtans het bestuderen waard.
Eén van de bijzondere kenmerken van de Cubaanse democratie is juist de samenstelling van de verschillende organen van de Poder Popular, de volksmacht
.[1]
Het volgende artikel verscheen in Granma Internacional van 21 december 1997 en is van de hand van Marcos Alfonso.

De verkiezingssfeer die het land beleeft, begint deel uit te maken van de dagelijkse kost van de Cubaan.
Er zijn de oproepen tot "voto unido"(nvdv: lijststem, waarmee men alle kandidaten steunt) van de massaorganisaties, die de overgrote meerderheid van de bevolking groeperen.
Er zijn de ontmoetingen van de kandidaten met het volk.
En ook tijdens informele ontmoetingen in besloten kring gaan de voorgeschiedenis en de herkomst van de kandidaten voor het Parlement niet onopgemerkt voorbij aan de scherpzinnigheid van de bevolking.
Daarnaast leveren ook de geschreven pers, radio en televisie hun bijdrage.
Ricardo Alarcón
Parlementsvoorzitter Ricardo Alarcón

Tenslotte zijn er ook andere vormen van propaganda zoals het uithangen van de biografieën van voorgedragen kandidaten op openbare plaatsen, binnen het bereik van iedere staatsburger. Dit alles gebeurt op een gezonde, opvoedende en doorzichtige manier.
Het gaat hier niet om politiek gesjoemel. Het betreft informatie, onontbeerlijk en noodzakelijk, om naar de stembus te trekken op de hoogte van wie in werkelijkheid onze vertegenwoordigers zullen zijn in het hoogste machtsorgaan van de Staat.
Wanneer op 11 januari 1998 elke Cubaan zijn stem uitbrengt, zal hij zich bewust zijn van het recht en de plicht die zulke plechtige daad inhoudt.

Statistieken van de Nationale Commissie der Kandidaturen, geven een inzicht van de samenstelling van de kandidaten voor de vijfde legislatuur van de Nationale Vergadering van de Volksmacht.

24% van de parlementsleden is arbeider of bediende

Van de 601 kandidaten vervullen in totaal 145 (of 24,12 procent) een taak in de productie of de dienstensector. Machinist op een kreeftenschip, gemeentewerkman, arbeider in een coöperatie, operator van landbouwmachines, frezer, telefoonhersteller, specialist in maagziekten of onderwijzer in de lagere school.
Uit deze verschillende beroepen of stielen blijkt duidelijk de sociale verscheidenheid en representativiteit die het toekomstig Parlement zal hebben. Het is voor alles een exponent van de rol die de meer dan 3 miljoen arbeiders en bedienden spelen. Zij zijn de belangrijkste voortbrengers van de materiële rijkdommen en diensten die vandaag aan de samenleving aangeboden worden.
In dit geheel zijn er 31 kandidaten uit de gezondheidssector. Hun werk is vitaal voor het behoud van de hoge indicatoren van fysisch en mentaal welzijn van de bevolking, en komt ten goede aan alle geledingen van de Cubaanse samenleving. 33 anderen komen uit het onderwijs, waarvan de actieradius miljoenen burgers van alle leeftijden omvat. Beiden zijn representatieve gebieden van de sociale verworvenheden van ons land. Voor miljoenen mensen in alle delen van de wereld, zelfs in ontwikkelde naties of landen van de zogenaamde eerste wereld blijven ze echter verzuchtingen.

Een ander gebied dat met 26 kandidaten in het oog springt in de kandidatenlijst, is de onderzoekssector. Cuba, als onderontwikkelde natie maakt vorderingen die de mensheid verbazen. Deze successen vinden niet alleen in ons land weerklank, maar verspreiden zich reeds naar andere landen van de aardbol. Bijna alle gebieden van de nationale wetenschappelijke kennis zullen vertegenwoordigd zijn in het volgende Parlement. Op die manier staan ze borg voor een steeds grotere invloed op de economische en sociale ontwikkeling.

46 % van de kandidaten vertegenwoordigen het bestuur aan de basis

Het bestuur aan de basis, de 278 voorgestelde afgevaardigden van de kieskringen, vertegenwoordigen 46,12 procent van de kandidaten. Dit grote aantal zetels illustreert het belang dat in het hoogste staatsorgaan gehecht wordt aan de mannen en vrouwen die dagelijks samen met de bevolking het hoofd bieden aan de problemen in de samenleving. In dit cijfer, hoger dan tijdens de vorige legislatuur, zijn de 90 voorzitters en ondervoorzitters van de Volksraden begrepen (elk vertegenwoordigt gemiddeld 9,7 basisafgevaardigden). Dit maakt in de praktijk de aanwezigheid van deze rechtstreekse vertegenwoordigers van de burgers in de Nationale Vergadering nog groter en doet in aanzienlijke mate de stem luider klinken van hun kennis over de problemen en strategieën van het land.

Iets bijzonders aan het Cubaanse verkiezingsproces, waaraan je ook moeilijk voorbij kan gaan is de aanwezigheid van strijders van de Revolutionaire Strijdkrachten en van het Ministerie van Binnenlandse Zaken in het hoogste Staatsorgaan. 35 vertegenwoordigers van beide gewapende instellingen (5,8 procent) verschijnen als kandidaten. Het gaat hier niet alleen om hoge kaders, maar om officieren en leden van de instellingen. Velen onder hen oefenen de functie van basisafgevaardigden uit met betekenisvolle resultaten in hun beleid. Deze mannen en vrouwen, uitgekozen als kandidaten, weerspiegelen de historische uitspraak "Het revolutionaire leger is het volk in uniform". Ze gaan verder dan het voorbeeldig vervullen van hun plichten bij de landsverdediging en ordehandhaving en bekommeren zich nu ook om de andere terreinen van de zorgen en behoeften van het volk.

stembureau

In het nieuwe Parlement zetelen 28 % vrouwen

De vrouw is een onvervalste vertegenwoordigster van de "Cubanía" en ze is onafscheidelijk verbonden met het revolutionaire werk. Ze neemt een onvervangbaar en groeiend aandeel voor haar rekening in het regeringswerk. 27,62 procent van alle voorgedragen kandidaten, dit wil zeggen 166 kandidaten, zijn vrouwen. Legislatuur na legislatuur hebben de vrouwen hun aanwezigheid vergroot in het Parlement. Bij deze gelegenheid zullen er 32 Cubaanse vrouwen meer opklimmen tot deze hoge trede. Dit bewijst hoe de maatschappij de rol van onze landgenotes erkent en aanmoedigt in hun voortdurende en onbaatzuchtige taak, en verder de nasleep van discriminatie achter zich laat.

Een ander statistisch gegeven dat in het oog springt, is de leeftijd van de kandidaten. 295 (of 49,08 procent) personen behoren tot de leeftijdsgroep van 31 tot 45 jaar. De groep van 18 tot 30 jaar omvat 26 kandidaten, d.i. 4,33 procent van het totaal. 202 kandidaten zijn tussen 46 en 55 jaar oud (33,61 procent). 69 zijn tussen 56 en 70 jaar oud (11,48 procent) en slechts 9 zijn meer dan 70 jaar (1,50 procent). Als we deze aantallen ontleden, stellen we vast dat de leeftijdsgroep van 18 tot 45 jaar 321 kandidaten omvat, wat overeenkomt met 53,41 procent van het toekomstige Parlement.

De deelname van vertegenwoordigers van de jongeren- en studentenorganisaties valt ook op. Dit is eveneens karakteristiek voor de Cubaanse Nationale Vergadering en ontbreekt in de meeste parlementen. Tussen de kandidaten zijn er 4 die leiders zijn van de UJC (de jongerenorganisatie van de CCP), op diverse niveaus van het bestuur, en 7 zijn dit bij de studentenorganisaties. Dit is een waardemeter voor het belang dat de natie hecht aan zijn jongste zonen en dochters.

Uiteraard zijn het niet alleen deze laatsten. Ook de massaorganisaties bezetten een opvallende plaats: de CTC (de vakbondskoepel) en de syndicaten, 30 kandidaten; de CDR's (wijkcomités) 7; de FMC (vrouwenorganisatie) 12 en de ANAP (organisatie van kleine boeren) 6. Samen geeft dit 55 (9,15 procent), één van de andere wegen waarlangs miljoenen Cubanen, via hun vertegenwoordigers, toegang hebben tot de hoogste instanties van de Staatsmacht.

Een ander kenmerk van de kandidatenlijst is het scholingsniveau. In de huidige legislatuur hebben 441 afgevaardigden een universitaire graad. In de nieuwe lijst loopt dit aantal op tot 471 (30 meer en in totaal vormen zij 78,36 procent). Slechts één kandidaat heeft alleen lagere school gelopen. 18 middelbaar onderwijs en 111 het pre-universitaire niveau. Dit is eveneens een teken van de overweldigende vooruitgang van het land op onderwijsvlak en van de voorbereiding van hen die opklimmen tot het Parlement.

En indien de opleidingsgraad belangrijk is, is de cultuur in de brede zin dit ook. Tussen de kandidaten zijn er 14 schrijvers, artiesten en werkers uit deze sector, en 16 vertegenwoordigen de geschreven pers, radio en televisie, dwz. 30 kandidaten (4,9 procent). De kunst, de creatieve sector, de communicatiewereld, sectoren waaraan een vitaal belang gehecht wordt voor hun inbreng in de politiek-ideologische en esthetische vorming van de Cubanen, tellen met hun zetels ook mee in de komende parlementslegislatuur.

stembus

Er zijn sportlui, politieke leiders, vertegenwoordigers van staatsorganismen, uit de regering en lokale afgevaardigden van de Poder Popular, godsdienstige leiders. Kortom, alle geledingen van de actuele Cubaanse maatschappij, met inbegrip van zijn etnische samenstelling, zullen over een zetel beschikken in het Parlement.

Wat ook opvalt in de voorgestelde kandidatenlijst is de vernieuwing. 64,1 procent van de huidige legislatuur stopt ermee en ruimt plaats voor nieuwe afgevaardigden, die de vertegenwoordiging van de Staat op hun schouders nemen. Een 35,9 procent van de huidige parlementariërs blijft behouden. En het is vanzelfsprekend dat dit zo is: nieuw bloed wordt geïnjecteerd samen met levenskracht en ervaring. Het is een logische gang van zaken, net zoals de Revolutie zelf: in constante transformatie en verandering ten bate van het welzijn van allen.

We leven niet in een volmaakte maatschappij, zoals de dichter vertelt. Maar we proberen op zijn minst om die toestand zo dicht mogelijk te benaderen. We leven in een gekke en ongelijke wereld. Maar weinig volkeren genieten van het privilege om hun parlementskandidaten voor te dragen en te kiezen zonder dat er sprake is van favoritisme of dwang. Dit kunnen we zeggen zonder valse hoogmoed of chauvinistisch nationalisme. Ook beschikken weinigen in de wereld over vertegenwoordigers voortkomend uit hun rangen en wiens enig voordeel erin bestaat hun volk te dienen. Volksvertegenwoordiger zijn in Cuba brengt geen enkel voordeel, noch promotiekansen met zich mee.

Wanneer wij Cubanen op 11 januari, door middel van de "voto unido", onze stem uitbrengen om de leden van de vijfde legislatuur van de Nationale Volksvergadering te verkiezen, zullen we dat doen met beide voeten op de grond, zonder valse illusies, zonder luchtspiegelingen of overjaarse sirenenzangen. De problemen waarvoor het land vandaag staat maken deel uit van de enorme ongelijkheid die op deze planeet heerst en waaraan Cuba niet ontsnapt. Bovendien worden we bestookt door een onverbiddelijke oorlog van onze historische tegenstrevers. Maar we zullen onze stem ook uitbrengen in de overtuiging dat zij die deze zetels bezetten geen moeite zullen sparen om de uitdagingen van vandaag en van morgen het hoofd te bieden, oplossingen te vinden voor de fouten van vandaag en heel de natie te leiden langs de uitgestippelde weg om onze overleving en ontwikkeling te waarborgen.

 

 

[1] Voor meer details over het functioneren van de Cubaanse democratie verwijzen we naar de brochure van IS, Solidariteit met Cuba op een gezonde basis, januari 1995.

omhoog