print versie

Fidel geeft de fakkel door

Katrien Demuynck

Fidel Castro laat op 19 februari in een boodschap aan het Cubaanse volk weten dat hij geen kandidaat meer is voor het voorzitterschap van de staatsraad en als opperbevelhebber van het leger. “Ik zou mezelf bedriegen als ik een verantwoordelijkheid zou opnemen die een volledige mobiliteit en inzet vereist terwijl ik niet in de fysieke mogelijkheid ben om dat te doen”, zo stelt hij. Tegelijk laat hij weten dat het Cubaanse volk kan blijven op hem rekenen: “Ik wil vechten als een soldaat van de ideeën. Ik zal verder schrijven onder de titel ‘Overpeinzingen van kameraad Fidel'. Het zal een wapen meer zijn in ons arsenaal”.

Presidentsverkiezingen in Cuba

De Cubaanse president wordt om de vijf jaar verkozen bij de eerste zitting van het nieuw verkozen parlement. De parlementairen kiezen dan uit hun midden de staatsraad (de regering), de voorzitter van de staatsraad en de vice-voorzitters. De voorzitter van de staatsraad is president van Cuba. Die functie komt niet volledig overeen met wat wij begrijpen onder president van de republiek. De Cubaanse president ziet zijn macht aanzienlijk ingeperkt door de bevoegdheden van het parlement. Zo heeft hij bijvoorbeeld geen vetorecht op nieuwe wetten, kan hij geen oorlog verklaren of geen diplomaten benoemen.

Sinds de nieuwe Cubaanse grondwet van kracht werd in 1976 is Fidel steeds verkozen geweest als voorzitter van de staatsraad. Voor wie aan het democratisch gehalte van de verkiezingen op Cuba twijfelt is er de Gallup enquête (een onderzoeksbureau uit de VS) waaruit bleek dat midden de zware economische crisis van de jaren '90, toen Cuba zijn handel met de Sovjetunie en het Oostblok verloor en de VS de blokkade nog verscherpte, 80% van de Cubaanse bevolking pal achter de revolutionaire leiding bleef staan.

Bij de laatste verkiezingen van 20 januari werd Fidel opnieuw verkozen als volksvertegenwoordiger. Bijgevolg was hij verkiesbaar voor de leidinggevende functies van het land. Daar stapte hij dus in zijn boodschap van 19 februari uitdrukkelijk vanaf.

Het nieuws zette onmiddellijk een reeks speculaties op gang in de media. In Cuba zelf is, zoals te verwachten, heel rustig gereageerd. Fidel suggereerde reeds in vorige mededelingen dat hij niet zou verdergaan in zijn functie als president van de staatsraad.

Het einde van een dictator?

De pers stond er bol van dezer dagen: de langst aan de macht zijnde ‘dictator' gaat op pensioen. Eigenlijk is het vooral in het westen dat alles wat in Cuba gebeurt op naam van Fidel geschreven wordt. Uiteraard is Fidel erg belangrijk als historisch leider van de revolutie. Onder zijn leiding heeft hij Cuba bevrijd van een bloedige dictatuur en een einde gemaakt aan het neo-koloniale juk van de VS. Met hem aan het hoofd van het land hield Cuba reeds vijftig jaar stand tegen het machtigste en agressiefste land ter wereld en kon de bevolking genieten van een gezondheidszorg en onderwijs waar ze in de rest van Latijns-Amerika alleen maar kunnen van dromen. Geen wonder dat Fidel bij elke nieuwe verkiezing met een overgrote meerderheid telkens opnieuw wordt verkozen. Fidel verpersoonlijkt de Cubaanse revolutie. Hij staat symbool voor de trots van een derdewereldland dat zijn waardigheid heeft herwonnen en dat een vuist maakt tegen het imperialisme. Zoals andere historische leiders als Mandela en Arafat blijft hij daarom heel veel respect en waardering genieten, niet alleen in eigen land, maar ook ver daarbuiten. Zo werd Cuba verkozen tot voorzitter van de 118 Niet-Gebonden Landen en werd het land met meer dan twee derde van de stemmen lid van de nieuwe Mensenrechtenraad van de VN.

Fidel heeft ook de capaciteit om constant in communicatie met de bevolking te staan, te luisteren naar de mensen, ze te begeesteren. Maar in Cuba heeft met het vooral over de verwezenlijkingen van ‘de revolutie'. Zonder de inzet van vele honderdduizenden Cubanen zou het Cuba van vandaag er nooit gekomen zijn.

Bovendien kan in Cuba zeker gesproken worden van een gedeeld leiderschap, in tegenstelling tot het beeld dat opgehangen wordt. De naadloze overgang van een regering met en zonder Fidel aan het hoofd, sinds 31 juli 2006, bewijst dat trouwens. Op die datum gaf Fidel wegens een zware darmoperatie zijn functies als president door aan vice-president Raul Castro. Sindsdien, we zijn 19 maanden verder, ging het leven in Cuba verder zijn gewone gang. De Cubaanse regering is ook niet beperkt tot mensen van de oude garde. Cubaanse eerste minister Carlos Lage of buitenlandminister Felipe Pérez Roque zijn daar goede voorbeelden van.

Welke democratie voor Cuba?

In de VS haasten alle presidentskandidaten zich om een democratisering van Cuba te eisen, kwestie van vooral geen kiezers te verliezen. De Cubaans-Amerikaanse maffia van Miami behoudt tot op vandaag een zwaar gewicht in het verkiezingsresultaat van Florida, dus die mag niet voor het hoofd gestoten worden. In de EU dezelfde geluiden: eerst vrijheid en democratie en dan zien we wel. “Een mooi staaltje van neokolonialisme van landen die zelf alle geloofwaardigheid verloren hebben na eeuwen van uitbuiting en leegroven van hele continenten”, reageert Fidel op 22 februari.

Maar welke democratie willen ze eigenlijk voor Cuba? Dat wordt haarfijn uit de doeken gedaan in twee rapporten van de VS-commissie voor Steun aan een vrij Cuba.[1] Het gaat om privatiseren van de economie, flexibiliseren van de arbeid en afbouw van de sociale zekerheid, uitkeringen en pensioenen. Er staat bijvoorbeeld letterlijk in de plannen dat gezondheidszorg niet gratis kan blijven en dat de ouderen weer aan het werk zullen moeten. Wie wil weten wat zo'n ‘democratisering' in Cuba als resultaat zou hebben, kan bijvoorbeeld eens gaan kijken in Nicaragua. Toen het neoliberalisme daar terug ingevoerd werd, na de verkiezingsnederlaag van de Sandinistische revolutie, groeide de kloof tussen arm en rijk opnieuw tot onaanvaardbare proporties en steeg de levensduurte aan een razendsnel tempo, tegelijk met de werkloosheid, het analfabetisme én de kindersterfte.

Raúl Castro nieuwe president

Het nieuwe parlement, verkozen in verkiezingen waarin het overgrote deel van de Cubaanse bevolking aan deelnam, kwam op zondag 24 februari in Havana bijeen om de staatsraad en haar voorzitter en vice-voorzitters te kiezen. De samenstelling van dat parlement is met 42% vrouwen, 29% arbeiders en bedienden (bij ons is dat 1%), 61 % parlementairen geboren na de revolutie, 63% nieuwelingen en een gemiddelde leeftijd van bijna 50 jaar een vrij goede weerspiegeling van de Cubaanse samenleving.

Volledig in de lijn van de verwachtingen werd Raúl Castro verkozen als nieuwe president. Raúl had ook al het hoogste percentage stemmen behaald als volksvertegenwoordiger. Hij is, naast Fidel, Camilo Cienfuegos en Che Guevara, één der meest gewaardeerde historische leiders van de revolutie. In zijn toespraak als nieuwe president gaf hij reeds een aantal sleutelpunten van het beleid aan. De overheidsstructuren moeten vereenvoudigd en meer efficiënt gemaakt worden. De democratie moet versterkt worden, ook in de partij. Er moet verder gewerkt worden aan economische groei, de enige manier om meer welvaart te creëren. Die groei moet toelaten de munt te revalueren, zodat de lonen drastisch opgetrokken kunnen worden. De laatste drie jaar bedroeg de economische groei 11,8%, 12,5% en (ondanks scherp gestegen olieprijzen) 7,5 %.

Continuïteit of transitie?

Alles wijst erop dat de Cubaanse bevolking zal kunnen rekenen op continuïteit in het beleid. Een gebouw stort niet in omdat de architect op pensioen gaat. Uiteraard zullen er verschillen zijn in leiderschapsstijl en zeker en vast zullen er nieuwe maatregelen getroffen worden in het Cuba van de toekomst. De omstandigheden veranderen en de wereld evolueert. Net als vroeger zal Cuba regelmatig haar koers bijsturen. Vergeten we niet dat er in de tweede helft van de jaren '80 en opnieuw in de jaren '90, onder leiding van Fidel, ingrijpende veranderingen gebeurd zijn. Telkens werd daarbij de gehele bevolking ingeschakeld om na te denken, voorstellen te doen en mee te beslissen. In de jaren '80 maakte de Cubaanse overheid een zelfkritiek op het slaafs opvolgen van de economische modellen van de Sovjetunie. Op tijd om niet meegesleurd te worden in het avontuur van Perestroika en Glasnost. Begin de jaren '90 moest de Cubaanse economie opnieuw een drastische ingreep ondergaan om het hoofd te bieden aan de zware crisis veroorzaakt door het verlies van eerlijke handelsrelaties met de Comecon en de nieuwe blokkade-wetten Torricelli en Helms-Burton. Het liet Cuba toe het hoofd boven water te houden en de basis te leggen voor een nieuwe economische groei.

Voor de Cubanen is één zaak duidelijk: dé verandering gebeurde in 1959. Toen bevrijdde Cuba zich van het neokoloniale juk van de VS en sloeg het een eigen, socialistische koers in.

[1] Te lezen op http://www.cafc.gov/

omhoog