print versie

70 jaar geleden stierf Julio Antonio Mella. De oprichter van de Cubaanse Communistische Partij werd op 10 januari 1929 in Mexico City vermoord door handlangers van de Cubaanse dictator Gerardo Machado, stroman van het Amerikaanse imperialisme.

Julio Antonio Mella: stichter van de Anti Imperialistische Bond in Cuba.

Door Adys Cupull en Froilan Gonzalez

Mella

Hij werd geboren in Havana op 25 maart 1903 als zoon van de Dominicaanse kleermaker Nicanor Mella en de Ierse Cecilla Mac Partland. Zijn grootvader was generaal Ramón Matías Mella, die vocht voor de onafhankelijkheid van de Dominicaanse republiek. In de jaren twintig groeide Julio Antonio Mella uit tot een van de leiders van de Anti Imperialistische Bond in Latijns Amerika.

Zijn droom was de vereniging van de verschillende Latijns-Amerikaanse republieken. Hij zei dat “de strijd voor een sociale revolutie in Amerika geen utopie is van gekken of fanatici, maar de strijd voor de volgende stap vooruit in de geschiedenis”.

Hij was de drijvende kracht achter het eerste nationaal congres van studenten en de oprichter van de Federación de Estudiantes Universitarios, de studentenbeweging die later een belangrijke rol zal spelen in de strijd tegen Batista. Hij richtte de Volksuniversiteit José Martí op. Hiermee bracht hij een van de ideeën van deze bekende Cubaanse dichter en vrijheidsstrijder in de praktijk. José Martí benadrukte reeds het belang van het onderwijs voor de arbeidersklasse, die door het in Cuba heersende kapitalisme van elke vorm van cultuur verstoken was.

Als 22-jarige richtte Julio Antonio Mella de Anti Imperialistische Bond en de Cubaanse Communistische Partij op. Hij werd al snel vervolgd door dictator Gerardo Machado. Onder valse beschuldigingen belandde hij in de gevangenis, waar hij een hongerstaking begon, die hem op de rand van de dood bracht. Een golf van protest overspoelde Cuba en de rest van het Amerikaanse continent. In 1926 ging Mella in ballingschap naar Mexico, maar op doorreis in Guatemala richtte hij daar eerst een afdeling van de AIB op. Zogauw hij in Mexico aankwam, in februari van datzelfde jaar, sloot hij zich daar aan bij de Communistische Partij. Al snel werd hij lid van het centraal comité en nam zelfs ad interim de post van algemeen-secretaris waar.

Hij werkte mee met de Mexicaanse afdeling van de AIB, en werd lid van het uitvoerend comité. Als lid van het comité “Handen af van Nicaragua”, streed hij tegen de militaire interventie van de Verenigde Staten in dat land. Hij sloot zich aan bij de FNEU, de Mexicaanse nationale studentenfederatie, het Instituut voor Economisch Onderzoek en de Internationale Rode Hulp en richtte de organisatie van Cubaanse revolutionairen in ballingschap op.

Mella zette z'n strijd voor de arbeiders en boeren verder. Hij stond mee aan de wieg van de Nationale Bond van Boeren en de vakbond Confederación Unitaria de México.

Aan universiteiten, in salons van intellectuelen, op het platteland, in de mijnen luisterde men naar z'n meeslepende en aanstekelijke toespraken. Als revolutionair journalist schreef hij vlammende artikels waarin hij het opnam voor de zaak van de volkeren van Amerika. Hij ontmaskerde het imperialisme en de pseudo-revolutionairen en wijdde z'n leven aan de onafhankelijkheidsstrijd van Cuba. Hij bestudeerde grondig het werk van José Martí en werd een vurig aanhanger van z'n ideeën. Hij beschouwde Martí als de vertolker van de roep om sociale verandering op een welbepaald moment.

Hij was niet alleen een vurig verdediger van de rechten van de volkeren van Puerto Rico, Nicaragua en Panama, de Dominicaanse Republiek, Haïti, Chili, Peru, Venezuela, Mexico, El Salvador en Guatemala. Zo werd hij in juni 1926 opgepakt tijdens een manifestatie voor de vrijlating van de Italiaanse arbeiders Nicolao Sacco en Bartolomeo Vanzetti die in de Verenigde Staten ten onrechte van terrorisme werden beschuldigd in het kader van een grootscheepse anticommunistische campagne.

Mella en het Congres van Brussel

In 1926 werd Julio Antonio Mella secretaris van het continentaal comité van de AIB voor heel Amerika. Hij was 23 jaar en riep de arbeiders en intellectuelen op om zich te vormen tot revolutionairen. In een brief aan z'n vriend Dr. Gustavo Alderguía legde hij uit dat in de strijd tegen het imperialisme alle krachten en strekkingen zich moeten verenigen, van de arbeiders en boeren tot de nationale burgerij. Hij verklaarde: “Op dit ogenblik is dat de belangrijkste strijd”

Mella leverde een harde strijd als secretaris van het continentaal comité en riep alle afdelingen op om de grenzen van Latijns Amerika te verdedigen. Hij riep op tot solidariteit met de revolutionairen van Nicaragua en de arbeiders van Panama.

Tot het Wereldcongres tegen kolonialisme en imperialisme was opgeroepen door bekende politici, wetenschappers en intellectuelen van verschillende landen zoals de Franse schrijver Henry Barbusse, de Duitse fysicus Albert Einstein, de Chinese universiteitsrector Kuo Meng en George Ledebeur, leider van de Duitse Communistische Partij.

Op 30 oktober 1926 werd een oproep gedaan aan alle organisaties van arbeiders, boeren, studenten en intellectuelen, aan de vrije pers van het Amerikaanse continent en alle anti-imperialistische krachten ter wereld om deel te nemen. In de voorbereidingen van het congres, leverde Mella een enorme inspanning om er een succes van te maken.

Het Congres ging uiteindelijk door van 10 tot 15 februari 1927 in het Egmontpaleis in Brussel. Julio Antonio Mella nam deel als vertegenwoordiger van de afdelingen Mexico, El Salvador en Panama van de AIB.

Het congres nam een resolutie aan “van de syndicale vertegenwoordigers”, een andere “over Latijns Amerika” en een derde “over de kwestie van de zwarte volkeren”.

Ook vandaag nog zijn deze drie resoluties actueel. Aan de eerste resolutie leverde de syndicale leider Liebaers, van de Belgische textielcentrale, een belangrijke bijdrage. Hieruit komt het volgende fragment: 

“Gezien de permanente oorlogsdreiging die uitgaat van de rivaliteit tussen de grote imperialistische machten en om een effectieve steun te geven aan de volkeren in hun strijd voor zelfbeschikking, verklaren de ondertekenaars aan dit Congres tegen het Imperialisme en de koloniale onderdrukking dat de internationale solidariteit van de arbeidersorganisaties nu meer dan ooit noodzakelijk is. Ze doen een oproep aan de Syndicale Internationale van Amsterdam en aan de Rode Syndicale Internationale van Moskou en aan alle niet aangesloten syndicaten, in naam van hun bijna 8 miljoen leden, om een Internationaal Eenheidsvakbond op te richten die alle arbeidersorganisaties en arbeiders van alle rassen en kleuren omvat. Een internationale eenheidsvakbond kan een stevige dam vormen tegen de krachten die een imperialistische oorlog willen organiseren.”

De resolutie over de kwestie van de zwarte volkeren, die unaniem werd goedgekeurd bevatte volgende 9 punten:

  1. Volledige vrijheid voor de Afrikaanse en de uit Afrika afkomstige volkeren.
  2. Gelijkheid van het zwarte ras en alle andere rassen.
  3. Het Afrikaanse grondgebied en haar bestuur moeten volledig in Afrikaanse handen.
  4. Afschaffing van alle sociale, economische en politieke beperkingen.
  5. Afschaffing van de militaire dienstplicht.
  6. Vrijheid van verkeer binnen en buiten Afrika.
  7. Meningsvrijheid, persvrijheid en recht om te vergaderen.
  8. Toegang tot alle onderwijsgraden.
  9. Recht om vakbonden te organiseren.

 

Tussen de maatregelen die werden aanbevolen vinden we de strijd tegen de imperialistische ideologie, het chauvinisme, fascisme, ku-klux-klanisme en racisme.

Op het einde van deze resolutie wordt opgeroepen tot de eenheid met de andere volkeren en onderdrukte klassen tegen het imperialisme.

Na het congres reisde Mella naar Parijs en Moskou vooraleer naar Mexico terug te keren. Daar zette hij z'n strijd verder, samen met z'n vriendin, de Italiaanse communiste Tina Modotti. Samen met haar wandelde hij door de straten van Mexico City toen hij, nu 70 jaar geleden werd vermoord op bevel van het Amerikaans imperialisme. 

Zijn ideeën zijn niet gestorven, maar leven verder in elke rechtgeaarde man en vrouw, die strijdt voor een betere wereld, zonder fascisme, racisme of uitbuiting.

omhoog