print versie

Kapitalistische ondernemingen in Cuba

Over haaien, sardientjes en piranha's

Regelmatig verwijten buitenlandse waarnemers ons – met goede of met minder goede bedoelingen –dat er een tegenstelling zit in het feit dat Cuba enerzijds vennootschappen met vreemd kapitaal aanvaardt - waarvoor het zelfs z'n socialistische grondwet wijzigde en aangepaste wetten invoerde - en anderzijds binnenlandse kapitalistische investeringen van Cubaanse burgers afwijst in kleine en middelgrote ondernemingen. Die waarnemers verwijten ons dat we ons goed voelen in het gezelschap van haaien en slecht in dat van sardines.

Het antwoord op die stellingen is, behalve economisch ook politiek en ideologisch.
Ten eerste. Die vennootschappen met buitenlanders, die we liever niet hadden opgericht, laten ons toe om kapitaal, technologie en markten te verwerven. Hiermee helpen ze objectief gezien mee aan het dwarsbomen van de economische oorlog van de historische vijand van Cuba (nvdv: de VS), die we in de eerste plaats met onze eigen krachten weerstaan.
Ten tweede. De gemengde ondernemingen met buitenlands kapitaal, die garanties hebben dat ze niet getroffen zullen worden door maatregelen die de belangen van de aandeelhouders schaden, zijn contractueel begrensd in de tijd. In deze ondernemingen gelden verdragen die onze arbeiders beschermen.
Ten derde. De veronderstelde investeringen van Cubanen kunnen geen enkele van de noodzakelijke elementen bijdragen voor de ontwikkeling van het land. Het is evenmin in ons belang om te stimuleren dat financiële en andere middelen worden ingevoerd voor de terugkeer van een binnenlandse uitbuiterklasse die de hulp en steun geniet van buitenaf.
Ten vierde. De creatie van de economische kiemen van een plaatselijke burgerij zou een sociale kracht invoeren die vroeg of laat de contrarevolutie zou dienen. De Revolutie is waakzaam tegenover zulke machinaties. Bij het afsluiten van het 5 e Congres legde Fidel uit: "Als we een fabriek moeten sluiten, dan sluiten we ze omdat het absoluut onmogelijk is om ze vanuit economisch oogpunt rendabel te maken, nuttig voor de economie, omdat het onmogelijk is ze om te vormen tot een fabriek die geen verliezen lijdt. Maar kunnen we het idee toelaten, kunnen we leven met de gedachte dat de Cubaanse revolutionairen iets niet kunnen en dat een particulier dat wel kan, dat een kapitalist dat wel kan???". Onze eerste secretaris verwerpt op zeer scherpe toon de vorming, door privatiseringen, van een klasse van rijken in dit land, die daarna een geweldige kracht zou verwerven en beginnen samenzweren tegen het socialisme.
Ten vijfde. De Cubaanse Revolutie kan de privatiseringen niet aanvaarden. Ze zijn een voedingsbodem voor het meest ongeremde egoïsme en individualisme. Integendeel, ze probeert door middel van efficiëntie het collectieve bezit van de fundamentele productiemiddelen te consolideren. Dit gaat samen met de voortdurende strijd voor de socialistische principes van broederlijkheid en solidariteit. Zou de kapitalistische onderneming misschien bijdragen om het bewustzijn van de nieuwe mens te vormen, zoals Che het propageerde?

Ten zesde. Door opnieuw een burgerij te creëren, die in het verleden van onze republiek een antinationale burgerij was, zullen de tendensen toenemen ten gunste van ongeoorloofde verrijking, corruptie en onwettelijkheid, die al een zeker gewicht hebben in de onbestendigheid van de ‘speciale periode'.
Ten zevende. Stel dat we de politieke en ideologische gevaren vergeten en naar het zuiver economisch terrein gaan kijken. Om rendabel te zijn zullen de geprivatiseerde kleine en middelgrote ondernemingen hun toevlucht moeten nemen tot extreme uitbuiting van de werknemers. Dit fenomeen kenden we in het neokoloniale Cuba. Vandaag de dag zien we het in de andere derde wereldlanden. Daar kunnen ze met zware inspanningen ternauwernood concurreren met de monopolies die in staat zijn tot een veel grotere productiviteit van het werk.
Ten achtste. Het 5 e Congres maakte niet enkel komaf met de vraag of Cuba bereid is binnenlandse kapitalistische privé-ondernemingen toe te laten. Integendeel, in haar economische resolutie erkent ze de positieve ervaringen in het buitenland en in ons eigen land en stelt: "In de wereld van de ondernemingen moeten de kleine en middelgrote staatsondernemingen een dynamische en flexibele rol spelen in de productie en de diensten, alsook voor het scheppen van arbeidsplaatsen.

We worden geconfronteerd met drie vijandelijke doelstellingen, die samen één strategie vormen.
Op politiek vlak het meerpartijensysteem, wiens invoering de eenheid zou vernietigen die ons nu toelaat om onze onvervalste democratie en echte mensenrechten te behouden. Op sociaal vlak de civiele maatschappij, die zogezegd zou ontbreken in Cuba en waarvoor de Noord-Amerikaanse academici ‘anti-staats' recepten hebben. Op economisch vlak de oprichting van kapitalistische ondernemingen.
Sommigen stellen dat Cuba weigert binnenlandse kapitalistische ondernemingen toe te laten omwille van de economische blokkade Hierdoor zou de nationale eenheid voorrang krijgen en heel wat problemen die grondig moeten bediscussieerd worden naar de achtergrond worden verschoven. Dat is een bedrieglijke en verkeerde redenering. Tegenover de moorddadige blokkade, de economische crisis en de militaire dreiging zullen we zeker niet onze toevlucht nemen tot noodmaatregelen. We zullen niet afzien van onze verkiezingen, die de meest democratische van deze planeet zijn. Cuba zal integendeel de betrokkenheid van alle burgers bij het politiek systeem nog versterken. Wij zijn het land waar het volk en z'n verkozen instellingen het meest betrokken zijn bij de discussies over alle belangrijke kwesties en wetten. Ik geef slechts twee voorbeelden. De ideologische basistekst van het 5 e Congres werd door zeseneenhalf miljoen Cubanen geanalyseerd en goedgekeurd. Het nationale parlement hield rekening met de standpunten van de tienduizenden arbeidersraden bij het aannemen - zoals steeds na grondige discussie - van de maatregelen voor de gezondmaking van onze nationale financiën.

De spitsvondigheid om te stellen dat niet-economische maatregelen van de staat volstaan om kapitalistische eigendom te beperken (door sommigen eufemistisch niet-sociale eigendom genoemd) slaat nergens op. Je kan evengoed adviseren dat iemand zich vrijwillig met een ziekte laat besmetten omdat er toch geneesmiddelen zijn om de uitbreiding van de ziekte te remmen.
Tenslotte, die kapitalistische ondernemingen, die weinig of niets goeds te bieden hebben aan ons land, zijn geen zachtaardige sardientjes, zoals ze door hun verdedigers worden afgeschilderd, maar wel piranha's. Piranha's zoals ze overvloedig in de Amazonerivier leven, met een onverzadigbare vraatzucht, die aan elke controle ontsnappen en in staat zijn om in een mum van tijd een paard te verslinden tot op het bot.

Raúl Valdés Vivó - Granma Internacional 21 december 1997

 

Een uitgebreide analyse van de economische hervormingen vind je in het boek "De gok van Fidel" van Mark Vandepitte, uitgegeven bij EPO.

 

omhoog