print versie

Castro, een dictator, een autoritair leider die Cuba met harde hand regeert, …

Dit zijn de bewoordingen waarmee Radio 1 en sommige kranten de zieke leider van Cuba betitelen. Waarom dan maar niet meteen ook spreken over bv : ‘de dictator van het Vaticaan', ‘de geweldenaar van Saoudi-Arabië', ‘de oorlogszuchtige fundamentalist van Washington', ‘de moordenares van Manila' … ??

Blijkbaar ziet onze openbare omroep er geen graten in de Cubaanse leiding en het Cubaanse volk dat in grote meerderheid achter hen staat, in elk bulletin te beledigen.

Is Castro dan niet met geweld aan de macht gekomen?

Dat deed hij inderdaad. Hij is er in 1959 – na amper twee jaar strijd aan het hoofd van het revolutionaire leger - in geslaagd de - door Washington beschermde - moorddadige dictator Batista te verjagen. Dat kon alleen zo verbazend snel omdat de hele bevolking al jaren op die bevrijding zat te wachten en Fidel en zijn leger alle medewerking gaven. Met man, vrouw en macht werd in de eerste vijftien jaar van hun revolutie gewerkt aan voedsel, grond, onderwijs, gezondheid, huisvesting voor iedereen. ‘Vrije verkiezingen' waren het laatste waar Juan of Carmen Modaal op het eiland hoofdpijn over hadden. Ze kenden immers de ‘zegeningen' van de formele meerpartijendemocratie die hen schurken als Batista had gebracht om de uitbuiting van de landarbeiders en de dominantie van de VS te laten voortduren.

Castro is dus nooit verkozen?

De eerste vijftien jaar niet. Niemand – zelfs de CIA niet - twijfelt er echter aan dat dit totaal overbodig was. Zijn populariteit als symbool van de revolutie die voor de grote meerderheid zo'n spectaculaire verbeteringen van het leven bracht, was zodanig groot dat de VS-spionnen in een uitgelekt rapport (jaren '80) moesten toegeven dat Fidel's score bij ‘vrije' presidentsverkiezingen rond de 80% zou draaien.

In 1976 werd bij referendum door de overgrote meerderheid van de Cubanen een nieuwe grondwet goedgekeurd. Er werd o.a. in vastgelegd dat onderwijs, voeding, huisvesting en gezondheidszorg de hoogste prioriteit hebben en dat onderwijs en volksgezondheid de burger niets mogen kosten. Ook werd hierin het verkiezingssysteem vastgelegd. Sinds 1976 worden dus verkiezingen georganiseerd op gemeentelijk, provinciaal en landelijk niveau. Op gemeentelijk niveau is dit om de 2.5 jaar. Op provinciaal en landelijk niveau is dit om de vijf jaar. Er is 1 parlementair per 20,000 inwoners wat maakt dat er een kleine 600 parlementairen zijn. In 1992 werd het getrapte kiesstelsel aangepast. Waar voordien de provincieraden door de gemeenteraadsleden werden verkozen en het parlement vanuit de provincieraden, worden nu alle raden rechtstreeks verkozen.

De parlementsleden verkiezen uit hun rangen de president, de voorzitter van de staatsraad en de parlementsvoorzitter. Fidel Castro is kandidaat in een wijk in Santiago de Cuba en werd sinds 1976 als president voorgedragen door het parlement en ook steeds weer verkozen. Reeds vijf keer dus!

Zijn er dan vrije verkiezingen op Cuba ?

Alle burgers vanaf 16 jaar mogen kiezen, er is geen kiesplicht. De inschrijving op de kieslijst is wel automatisch en gratis, zoals in België. De kiezer moet in tegenstelling tot in de VS (waar men zich telkens opnieuw moet laten inschrijven als kiezer), geen enkele actie ondernemen om te mogen kiezen.

Hoe kan men verkozen worden? De lijsten worden niet gemaakt door partijen, ook niet door de communistische partij: die is daar grondwettelijk van uitgesloten. Voor de provincie- en gemeenteraadsverkiezingen worden kandidaten voorgesteld door de bevolking per wijk of groep van wijken. Per dergelijke kiesomschrijving moeten er minstens 2 en maximaal 8 kandidaten zijn voor elk te begeven mandaat. Om als kandidaat aanvaard te worden dient de kandidaat bij een openbare stemming meer dan 50% van de aanwezigen achter zich te hebben.

Voor het nationale parlement verloopt de kandidaatstelling iets anders. Kandidaten voor het nationale parlement worden voor de helft voorgesteld van uit de gemeenteraden en voor de andere helft worden zij voorgesteld door de massaorganisaties zoals de vrouwenbeweging, de vakbonden, de jeugdbewegingen, etc. Dat wil zeggen dat minstens de helft van de kandidaten direct door het volk verkozen zijn bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen. Al deze kandidaten moeten ook minstens 50% van de bevolking in hun wijk achter zich hebben om genomineerd te kunnen zijn.

Waarom zijn er op Cuba geen andere (electorale) partijen toegestaan?

Er bestaan op Cuba wel een aantal kleine groepen die zichzelf ‘partij' noemen en die regelmatig in Cuba zelf de buitenlandse pers kunnen te woord staan. Vermits partijen in het electoraal systeem niet voorkomen spelen ze geen politieke rol van betekenis.

Een land in koude (voorlopig althans: de inzet van Marines tegen Cuba wordt openlijk overwogen) oorlog met de machtigste mogendheid ter wereld kan zich geen meerpartijenpolitiek veroorloven. De tweede lijst op Cuba zou er onvermijdelijk één van de VS zijn, met onbeperkte propagandafondsen, gericht op de terugkeer van de uitbuitende elite van voor 1959 en de afbraak van alle sociaal welzijn voor de meerderheid.

Dat dit geen fantasme of goedkoop excuus is bewijst het Nicaraguaanse voorbeeld. In 1989 schreef de Sandinistische regering van Ortega ‘vrije' verkiezingen uit onder druk van de door Washington geleide en betaalde oorlog tegen het land. De verschillende en zeer diverse oppositiepartijen werden door de VS verplicht één partij (UNO) te vormen wilden ze steun ontvangen. Op slag beschikte deze enige oppositiepartij over een propagandabudget dat 10 keer hoger lag dan dat van de Sandinisten die in '90 dan ook de verkiezingen verloren. De spectaculaire verbeteringen in scholing en gezondheid die in het land in 10 jaar tijd werden uitgebouwd waren na enkele jaren verdwenen.

Vergeet niet dat de VS elk jaar nog meer middelen blijven inzetten tegen Cuba: 200 miljoen dollar per jaar officieel goedgekeurd door de regering, waar bovenop dit jaar nog eens extra 80 miljoen werd uitgetrokken voor een ‘plan voor een democratische overgang op Cuba' . Daarnaast is er de diplomatieke en economische agressie, kidnapping van Cubaanse staatsburgers, onaflatende wereldwijde propagandaoorlog, bescherming en subsidiëring van terreurnetwerken tegen het eiland.

Is de volksvertegenwoordiging dan wel democratisch te noemen?

De kiescampagne verloopt sterk verschillend van deze in België. Alle kandidaten krijgen evenveel plaats in de krant en op de officiële uithangborden. Tijdens debatten krijgt iedere kandidaat evenveel spreektijd. Dit alles kost de kandidaten niets. De financiële draagkracht van de kandidaat doet dus niet ter zake.

De verkiezing zelf gebeurt in 1 of 2 ronden. De stemming die zoals bij ons overal tegelijk plaatsvindt is vrij en geheim. Je kan op geen, één of meerdere kandidaten stemmen. Méér dan 95% van de Cubanen maken gebruik van dit recht. Om verkozen te zijn dient een kandidaat meer dan 50% van de stemmen te krijgen. Indien geen enkele kandidaat meer dan 50% van de stemmen haalt, volgt een tweede ronde.

Verkozenen die hun taak niet naar behoren uitvoeren kunnen door de bevolking afgezet worden tijdens de duur van hun mandaat. Mandaten zijn onbezoldigd. Dus gemeenteraadsleden, provincieraadsleden en parlementsleden krijgen geen loon. Een uitzondering geldt voor een aantal mandaten die de volledige dagtaak innemen (bvb. commissievoorzitter). Parlementairen behouden hun gewone job om niet van de bevolking te vervreemden. Ze krijgen vrij voor het bijwonen van de zittingen. Hun gewoon loon wordt in dat geval doorbetaald. Meer dan 30% van de parlementairen en provincieraadsleden, en méér dan 60% van de gemeenteraadsleden behoren niet tot de communistische partij.

Castro zelf merkte in een interview ooit op dat in de VS de president verkozen wordt door minder dan 25% van de kiezers en dat méér dan de helft van de mensen er geen stem uitbrengt. Hoe vrij kunnen vrije verkiezingen zijn ?

Toon Danhieux
2 augustus 2006

Met dank aan Mark Lamote en Marc Vandepitte

omhoog