Cuba versus Koning van de WereldRita Van den Bossche Een aantal acteurs uit “Koning van de wereld” lieten zich, zowel in De Morgen als in HUMO, eerder negatief uit over Cuba (in dit land greep - een deel van - de filmopnamen plaats). Graag toch een korte reactie hierop. Ik kan me best voorstellen dat een vermoeiend draaischema niet veel ruimte biedt om ook nog eens intensief de toestand in het gastland te gaan bestuderen. Het is ook begrijpelijk dat de acteurs in kwestie niet over de noodzakelijke achtergrond en politieke kennis beschikken om een voor hen ongekend land te doorgronden. (Zeer als het om Cuba gaat, waarover in onze media niet veel zinnigs te rapen valt.) Het probleem is bovendien dat bepaalde groepen die niet echt tot representatieve deel van de bevolking behoren, van deze situatie gretig misbruik maken. Het betreft meer bepaald een aantal mensen die zich aan de zelfkant van de maatschappij bevinden en om uiteenlopende redenen niet geneigd zijn zich in de samenleving te integreren, zoals avonturiers, kleine criminelen, gefrustreerde fortuinzoekers, niet bijster werklustige jongeren, sjacheraartjes, would-be artiesten, ... Vóór alles dichten zij zichzelf nogal snel het predicaat “dissident” toe. Zij beseffen maar al te goed dat hun sombere verhalen vol miserabilisme de gewillige empathie van deze argeloze buitenlanders zal opwekken … en misschien zelfs hun portemonnee openen. Nu kan je er wel inkomen dat acteurs, die meestal sociaal gericht zijn, met veel aandacht naar de hen opgediste “straffe verhalen” luisteren. Maar van deze groep, die over het algemeen toch intelligent genoeg is en bedeeld met meer kritische zin dan de doorsnee burger, verwacht ik toch minstens genoeg gezond scepticisme om wat ze horen met de spreekwoordelijke korrel zout te nemen. Dergelijke houding zou bijvoorbeeld tot het besef leiden dat de levensstandaard in Cuba niet zomaar mag vergeleken worden met onze westerse standaarden, maar wel met deze van de andere ontwikkelingslanden. En de Cubanen hebben het wel degelijk beter dan hun soortgenoten uit het Zuiden. De cijfers van gezaghebbende instanties als UNDP, FAO, UNESCO, UNICEF, etc. bewijzen dit ten overvloede. Op een aantal gebieden zoals alfabetiseringsgraad (96,8 %), gezondheidszorg aantal dokters per 100.000 inwoners = 530), moet Cuba niet onderdoen voor de rijkste landen ter wereld. Op vlak van kindersterfte (7 tot 8 per 1000 levendgeborenen onder de vijf jaar) en levensverwachting (77,1 jaar) steken ze zelfs landen als de VS de loef af. Het beste bewijs is misschien dat zgn. “beschavingsziektes” als hartaandoeningen en obesitas in Cuba even hoge toppen scheren als bij ons.) De Cubaanse regering stelt immers alles in het werk om de – wel degelijk beperkte – middelen over de hele bevolking te verdelen, zodat je hier niet de schrijnende tegenstelling tussen een kleine groep superrijken en een overgrote meerderheid straatarmen aantreft. Jaarlijks bezoeken trouwens ettelijke landgenoten het eiland om dit ver van de geijkte toeristische paden te verkennen. Bij hun terugkeer brengen zij doorgaans een enthousiast relaas over de verrassend positieve indrukken die zij hebben opgedaan. Wij willen dan ook de fimcrew van “Koning van de wereld” van harte aanraden om ook eens oor te hebben voor deze geluiden. |