print versie

De Buena Vista Consumer Club

Rita Van den Bossche

“Het zoveelste negatieve artikel over Cuba”, dacht ik toen ik ‘De Buena Vista Consumer Club' (MO nr. 33 mei 2006) onder ogen kreeg. Bij nader inzien bleek dit niet helemaal te kloppen. Toch geeft dit artikel een ambigue gevoel.

Het blijft intrigeren waarom de relatie van de progressieve intelligentsia en pers met Cuba zo problematisch is. Negatieve aspecten worden steevast overbelicht, positieve verworvenheden komen eerder terloops, als vanzelfsprekendheden, aan bod. Natuurlijk kunnen we “verzachtende omstandigheden” inroepe: in ons bestel is de anti-Cuba indoctrinatie zo overweldigend, dat zelfs maatschappijkritische geesten er niet tegen bestand blijken. De gangbare vooroordelen worden kwistig rondgestrooid via alle mogelijke kanalen. Maar toch verklaart dit m.i. niet alles. Ik ben de laatste om freudiaanse opvattingen te huldigen, maar enige psychoanalyse lijkt hier soelaas te brengen. Aangezien Cuba het lef en de ambitie heeft een socialistische maatschappij op te bouwen, moet het dan maar sowieso een paradijs zijn. Omdat dit overduidelijk niet het geval (geen enkele Cubaanse leider is zo gek om ooit zoiets beweerd te hebben), wordt het met alle zonden Israëls overladen. Dit is bovendien geen recent fenomeen, denk maar even aan Sartre en konsoorten.

De teneur word reeds gezet met de vraagstelling “wat na Castro”, de lichtjes absurde kwestie die in de westerse wereld tot in den treure wordt opgeworpen. Absurd, jazeker : de revolutie ligt tenslotte al zo'n 45 jaar achter de rug en Cuba heeft een zeer matuur politiek systeem opgebouwd, tot en met gemeenteraden, die eigenlijk democratischer functioneren dan bij ons. Uiteraard blijft het charisma van Fidel – tenslotte de “Vader van de Revolutie”, legendarisch en kan geen enkele Cubaanse leider aan hem tippen, maar dat wil nog niet zeggen dat het regime na zijn dood zomaar zou ineenstuiken. Deze, eerder op wishful thinking gebaseerde stelling, spruit voort uit een typisch liberale visie, die politiek tot personen herleidt. – Al kan hier natuurlijk ook van een gimmick sprake zijn omdat dergelijke invalshoek nu eenmaal de belangstelling opwekt.

Verder vertrekt dit artikel als zovele van hetzelfde beproefde stramien: men schrijft een soortement reisverslag, waarbij men de “Cubaan in de straat” aanspreekt en ondervraagt. Nu dient een reisverslag geen objectiviteitsnormen in acht te nemen; het vormt de weerslag van louter impressionistische indrukken. Daar is niets mis mee. Maar uit de inleiding blijken wel degelijk journalistieke pretenties. In dat geval gelden natuurlijk andere regels. Je kan verwachten dat je vooraf “je huiswerk maakt”: inzicht verwerven in de recente geschiedenis, de meest relevante facts en figures opzoeken, zoals de gegevens van Cuba omtrent de Welvaartsindicatoren van de UNO bij voorbeeld. Je slaat je lezers ook niet om de oren met begrippen als “dubbele munteenheid”, zonder enige achtergrondduiding te verschaffen.

Het probleem is namelijk dat, als je willekeurig met mensen praat, er geen sprake van een statistisch verantwoorde steekproef. Er bestaat eerder een extra risico op eenzijdigheid, omdat nu eenmaal vooral een specifiek soort mensen contact zullen zoeken met buitenlanders, en dan vooral journalisten, meer bepaald mensen die hun ongenoegen willen uiten. Als zo iemand dan pakweg beweert dat hij eigenlijk niet met vreemdelingen mag praten en dus iets strafbaars doet, is dat geen objectieve vaststelling (ook al komt die toevallig overeen met een huizenhoog cliché dat over Cuba de ronde doet), noch een standpunt representatief voor de bevolking, het is gewoon één subjectieve mening. Deze mening dient dan ook op zijn waarheidsgehalte getoetst te worden, via de geëigende kanalen. Enig logisch redeneren kan trouwens ook al helpen: waren er werkelijk redenen om bang te zijn, dan zouden ze wel oppassen. Heroïek is nu eenmaal een deugd die doorgaan zeer zelden voorkomt in een doorsnee bevolking.

Tevens moeten we voor ogen houden dat de VS niet onder stoelen of banken steekt dat het actief een “verandering “(lees : omverwerping van het regime) op Cuba nastreeft. Hiertoe hebben zij zelfs een niet onaanzienlijk budget uitgetrokken, waarmee ze Cubaanse opposanten financieren. Bovendien kun je hele boekenkasten vullen met nog maar enkel alle officiële rapporten over VS-agressie tegen Cuba, gaande van moordaanslagen op Castro tot de vernietiging van oogsten. Je zou voor minder enige waakzaamheid aan de dag leggen, en dit is op Cuba geen synoniem van onderdrukking. Maar dat het soms resulteert in enige vrijheidsbeperking is zo goed als onvermijdelijk. Elk politiek regime verdedigt zijn existentie, niet in het minst onze democratische regimes, die in geen enkel opzicht onderhevig zijn aan de dreiging die Cuba ondergaat.

Nee, een journalist dient een bredere context voor ogen te houden. In dit verband zou Alma DW misschien beter eens op reportage gaan in een krottenwijk van een of ander Afrikaans of Latijns-Amerikaans land en eens informeren hoe het staat met hun bezit van “ … shampoo, luxetoiletzeep, meubels, elektrische huishoudtoestellen en elektronische apparatuur”. Alhoewel, ik zou haar bij nader inzien een dergelijk exploot afraden, want dit zou gegarandeerd resulteren in een flink pak rammel. De betrokkenen zouden zich namelijk geschoffeerd voelen, en terecht. Want zij, samen met ettelijke miljoenen anderen op onze aardbol blijven verstoken van voldoende – evenwichtig – voedsel, drinkbaar water, sanitair, huisvesting, primaire gezondheidszorg en basisonderwijs. De Cubanen daarentegen – alle Cubanen – beschikken wél over dit alles, en zelfs veel meer dan dat. Dit volledig of bijna gratis, zodat hun – relatief lage – lonen geen enkele indicatie bieden over hun welvaartspeil / levensstandaard. Natuurlijk is er nog tekort aan alles, en vooral aan zgn. luxeartikelen. Maar de volledigheid gebiedt dan de vraag te stellen waaróm dat zo is. Ligt dat aan het politieke beleid ? Zeker en vast niet. Je moet ziende blind of van slechte wil zijn om te ontkennen dat de Cubaanse overheid alles in het werk stelt om de nationale rijkdom zo rechtvaardig mogelijk te verdelen. Maar je kan niet meer geven dan wat je hebt. Cuba is een ontwikkelingsland, en bovendien lijdt het al meer dan 40 jaar onder een wurgende economische boycot van de enige supermacht. Ik weet wel dat het bon ton is om te stellen dat op Cuba de impact van de blokkade overdreven wordt, maar dat wil toch niet zeggen dat je deze moet gaan minimaliseren . Enige noties van economie volstaan om te beseffen dat zoiets uiterst desastreuze gevolgen heeft. Maar beweren dat op Cuba honger geleden wordt, klopt hoegenaamd niet, en de periode van strenge rantsoenering is definitief voorbij. Het is ooit anders geweest: na de val van het Oostblok lag de Cubaanse economie op apegapen. Dit had kunnen resulteren in Joegoslavische toestanden, maar dankzij het lucide pragmatisme van de Cubaanse overheid heeft men het systeem kunnen handhaven. Hiervoor heeft Cuba inderdaad concessies moeten doen, niet uit overtuiging of opportunisme, maar om hun sociaal systeem te kunnen redden. Het stimuleren van massatoerisme met alle nadelige gevolgen van dien behoorde tot de prijs die moest betaald worden. De toenemende corruptie is hier één van. Maar de Cubaanse leiders schuiven dit probleem niet onder de mat, neen, zij voeren een kordate strijd tegen het fenomeen. Dat dit niet van een leien loopt en voldoende tijd vraagt is evident. Doorgaans heeft men daar begrip voor, behalve als het om Cuba gaat.

(Vakjournalistiek impliceert trouwens ook een correct woordgebruik. Je hoort een term enkel in zijn exacte betekenis te benutten. Het begrip prostitutie met name. Er bestáát geen prostitutie, in de zin van een georganiseerde seksindustrie met pooiers, op Cuba. De criminele sfeer die daar steeds rondhangt is eveneens totaal afwezig. Een aantal vrouwen pikken occasioneel mannen op / zoeken contact met mannen om met hen naar bed te gaan, dan nog meestal tegen vergoeding “in natura” Dat is totaal iets anders!.)

Ondanks alle bemerkingen die dit stukje oproept, wordt de negatieve instelling dan weer op losse schroeven gezet door het citaat in de laatste paragraaf :” 'Meer dan veertig jaar proberen we hier een socialisme te bouwen, met vallen en opstaan. Je moet niet naar Cuba kijken als hét model. Op dit ogenblik weet niemand hoe je een echt socialisme gestalte geeft. Maar de noodzaak van een ánder model, een andere wereld, stellen we niet in vraag. De hele wereldgemeenschap staat voor die vraag, niet alleen Cuba. Ofwel veranderen we het globale politieke, economische en sociale systeem, ofwel stevenen we gezamenlijk af op een ramp, ecologisch en sociaal. In Latijns-Amerika leeft méér dan vijftig procent van de mensen in armoede en de kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter. Het is belachelijk te stellen dat het neoliberalisme een coherent en valabel alternatief is. Dat systeem heeft een consumptiemodel verkocht, de Amerikaanse droom die bepaalt wat je moet doen en kopen en hebben om gelukkig te zijn. Uiteraard steekt dit model jongeren de ogen uit -maar het gaat de draagkracht van de planeet te boven, het leidt tot de vernietiging. Wij hebben gewoon de verantwoordelijkheid iets nieuws te creëren, en welke naam we daar dan moeten aan geven, zullen we over enkele jaren misschien weten.”

Misschien is dit wel de eigenlijke conclusie van het artikel, wij hopen het althans. Maar dit had dan wel beter iets explicieter geformuleerd kunnen worden, zodat het ook voor de minder politiek bewuste lezer duidelijk wordt.

omhoog