|
'Ik ben fier op de erfenis van Castro'
BRUSSEL - INTERVIEW ORISHAS OVER DE STRESS VAN HUN VIJFDE ALBUM
 |
De Cubaanse rappers van Orishas hebben hun nieuwe cd zelf geproduceerd. 'Je voelt het zweet van de opnamen', zegt Roldán Gonzáles, de zanger van de band, 'maar het is een album geworden dat veel dichter bij ons staat dan de vorige.'
Orishas introduceerde rond de eeuwwisseling een volstrekt unieke stijl die vijf albums later nog niets aan kracht en authenticiteit heeft ingeboet. Integendeel: de nummers op de nieuwe plaat overstijgen de categorieën latin rap en 'alternatieve hiphop' die de muziekindustrie het trio probeert aan te meten. |
Roldán Gonzáles zingt even goed als Ruzzo Medina en Yotuel Romero rappen. Strakke beats ondersteunen zoete melodieën. Traditionele Cubaanse ritmes worden afgewisseld met verbasterde dancehall, theatrale arrangementen en zelfs rock.
'De diversiteit van de tracks weerspiegelt ons eigen bestaan', zegt Gonzáles. 'We wonen op verschillende plaatsen (Parijs, Milaan en Madrid, red. ) en dit is bovendien het eerste album dat we zelf geproduceerd hebben. Het nadeel was dat we geen klankbord hadden, geen vierde man om ons bij te sturen of om een eenvormig geluid te creëren. Maar daardoor klinkt de muziek wel spannender, denk ik. Je hoort de stress, je voelt het zweet van de opnamen.'
'Rap is dead', rapt Ruzzo in 'Guajira', een van de weinige Engelstalige zinnetjes op de plaat. Gonzáles: 'Ruzzo heeft het moeilijk met de huidige rapscene, met de opschepperij, de meisjes, de bling-bling… Maar ik zie Orishas zelf ook steeds minder als een hiphopgroep. Zeker voor deze plaat lag er op voorhand niets vast. We begonnen aan een nummer en besloten dan pas hoe dat het best zou klinken. Een goeie track is een goeie track.'
Het album Cosita buena werd opgenomen in Madrid, de vorige platen in Brussel en Parijs. Gonzáles is intussen al elf jaar weg uit Cuba. De groep heeft er sinds 2000 niet meer opgetreden. En toch is Orishas op het thuisfront nog altijd mateloos populair.
'Vooral het succes in het buitenland maakt indruk op de mensen, want zelf hebben ze onze cd's niet, hooguit een kopie. Je krijgt in Cuba al een gouden plaat als je 500 of 1.000 stuks verkocht hebt.'
'Maar iedereen kent ons dus wel, alleen is het heel moeilijk om ginder een concert te organiseren. Geen gebrek aan goede wil, maar de mentaliteit is zo verschillend dat je amper iets kunt regelen. Men haast zich niet, men maakt zich niet druk, men heeft gewoon een andere kijk op werken. Wat ik op zich niet erg vind, in de Caraïben moet je wel wat langzamer leven, maar het maakt samenwerken heel moeilijk.'
Er lijkt zich ook nog altijd geen noemenswaardige concurrentie voor Orishas aan te dienen, toch niet in Cuba zelf. Gonzáles: 'Als ik op vakantie ben, hoor ik soms heel boeiende dingen, maar die muziek reikt zelden over de grenzen. De Cubaanse muziek heeft een erg rijke traditie, er lopen heel veel getalenteerde muzikanten rond, maar je kunt er niet zomaar carrière maken, toch niet als je in Cuba blijft.'
Maar wie weg wil, moet nog weg geraken. Roldán Gonzáles vindt het een schande dat de mensen uit Cuba en andere 'armere' landen nog amper naar Europa kunnen reizen. Of naar de Verenigde Staten, hoewel een rechtgeaarde Cubaan daar volgens hem absoluut niets te zoeken heeft.
'Wij droomden van Europa, niet van Amerika. Ik heb zelfs een afkeer van Amerika. Die hele boycot, al vijftig jaar lang, die slaat toch nergens op? Enfin, er lijkt nu toch iets te veranderen, met Raùl Castro aan de macht. De mensen mogen sinds enkele maanden een gsm hebben, en een computer.'
'Ik vraag me af of de Cubanen door die ontwikkelingen zullen veranderen, of ze het westerse voorbeeld zullen volgen en met hun computer in een hoekje zullen kruipen. Vrijheid is goed, maar het mes snijdt aan twee kanten. Internet toont niet alleen het beste van de mens maar ook het slechtste.'
De naam is gevallen: Castro. Over Fidel wil Gonzáles nochtans geen verkeerd woord horen. 'De Cubaanse revolutie was de laatste van de romantische revoluties, heel principieel en doortastend. Ik ben als Cubaan fier op die erfenis. De intenties van Castro waren heel goed, hij heeft nooit zijn ziel verkocht. En Cuba is een authentiek land gebleven, met een eigenzinnige bevolking. Er is geen analfabetisme, iedereen heeft te eten, we hebben gratis gezondheidszorg. Ik voelde mij als kind geborgen en beschermd, omringd door mensen die altijd een glimlach op het gezicht hadden. We probeerden elkaar niet de loef af te steken met onze kledij, met onze schoenen of andere bezittingen. Ik denk ook dat de meeste Cubanen gelukkig zijn, wat je van de Europeanen niet kunt zeggen. Ik bedoel maar dat je mensen niet uitsluitend mag beoordelen op wat ze gedaan hebben in hun laatste levensjaren.'
Bron: De Standaard

|