Voor de strijd vandaag is meer wijsheid nodig, in plaats van Tshirts en geschreeuw

Onderstaande brief is van de hand van de vooraanstaande Argentijnse onderzoeksjournaliste en schrijfster Stella Calloni. Zij kreeg onder meer de Latijns-Amerikaanse prijs voor journalistiek José Martí en is auteur van het boek Operación Cóndor . Pacto criminal , een van de meest onthullende werken over de volkerenmoord met goedkeuring van de VS ten tijde van de militaire dictatuur. De brief zal opgenomen worden in de tweede uitgave van het boek Fidel, Bolivia y algo más… una visita histórica al corazón de América Latina (Fidel, Bolivië en meer... een historisch bezoek aan het hart van Latijns-Amerika).

Buenos Aires, 11 juni 2008

Beste Comandante Fidel Castro,

Enkele dagen geleden stuurde de directie van de krant La Jornada me een kopie van die prachtige foto van u met de duiven op uw hoofd en schouders. Het is een buitengewone en geniale foto en hij deed mij denken aan die keer dat ik in Cuba was voor een officiële gelegenheid en u hoorde spreken. Uw toespraak werd begeleid door een koor van vogels, die waren neergestreken op de kabels... van hoogspanning of elektriciteit? Ik ben geen expert in kabels. Ik heb u nog nooit kunnen vragen of u ze gehoord hebt. Er zijn opnamen gemaakt van die toespraak en daarop is het gekwetter goed te horen. Heel speciaal. Magisch ook.

Ik had veel zin om u te schrijven vanuit het zuiden. We zijn allemaal hevig ontroerd – de ene al meer dan de andere – vooral sinds we het bronzen beeld van een volkse en ook mytische Che zagen voorbijkomen in calle Corrientes.[1] Velen voelden zich geraakt, alsof het meer betekende dan zomaar een eerherstel. Ik zei tegen mezelf: vandaag schrijf ik hem.

Een schrijver moet luisteren naar de taal van de straat, dat is heel belangrijk. Op de hoek stond een man die zijn tranen bette met een oude, veelgebruikte, bijna versleten zakdoek. Hij was klein en leek wel een dwerg. Ik vroeg hem waarom hij zo huilde. Hij zei: ‘Ik ben 93 jaar oud en ik kan niet ver meer gaan, maar ik wist dat Ernesto hier zou voorbijkomen en wilde hem groeten, ook al weet ik dat het beeld maar een symbool is.'

Ik vroeg hem waar hij vandaan kwam en ook iets over zijn leven, want het was hem aan te zien dat hij het moeilijk had. ‘Ik kom uit het noorden, vanuit de buurt van Tucumán en Santiago del Estero. Ik heb een hard maar strijdvaardig leven gehad. Al toen ik een kind was, kwam ik op voor rechtvaardigheid. Meer heeft een mens niet nodig om zich aan te sluiten bij elke strijd voor rechtvaardigheid.'

Zijn leven was getekend door hard labeur, als kind op het veld, in de suikeroogsten, de sinaasappelteelt, later in koelinstallaties. Hij had deelgenomen aan talrijke opstanden tegen de opeenvolgende staatsgrepen. Hij praatte snel, gaf mij de nuchtere feiten, zoals iemand een leven resumeert in twee of drie zinnen.

Hij bleef sprakeloos naar het beeld van Che staren, tot het in de verte verdween.

Voor hij wegging reikte hij mij de hand. Een bevende en verweerde hand, bewijs van zijn harde leven en het werk dat hij gedaan had. Hij zei: ‘Vandaag vraag ik aan de heilige Ernesto de la Higuera [2] en aan de Che van Amerika dat hij een mirakel doet en onze linkerzijde verenigt en onze beste mensen, die vandaag heel erg verdeeld lijken, samenbrengt. Er komen moeilijke tijden en aan diegenen die met vlaggen van Che staan te zwaaien zeg ik dat dat je geen strijder maakt, geen revolutionair, en zeker niet in deze tijd. Wat minder geschreeuw, wat minder T-shirts en wat meer wijsheid zou Che beter uitkomen voor de strijd die moet komen. Vandaag de dag moeten we goed weten wie onze vijand is, of we zijn verloren. De ‘duivel' verbergt zich achter bloemrijke taal en sommige kameraden lopen als blindemannen in de val. We moeten het werk van Che grondig bestuderen, we moeten het werk van Fidel grondig bestuderen, en ook de geschiedenis. We moeten leren menselijk en waardig te zijn zoals zij. Ik, een oude man, voor wie het een dagelijkse strijd is om aan enkele goedkope geneesmiddelen of zelfs maar aan eten te geraken, zeg het u.'

Ik keek hem ontroerd aan en zei dat hij goed kon spreken. ‘Ik ben altijd arm geweest, maar ik heb ook gelezen. Alles waarop ik de hand kon leggen. Dat heb ik geleerd van een kameraad die in de mijnen werkte, wat hem trouwens zijn gezondheid gekost heeft. Hij zei me: kennis zal uw verdediging zijn en ook die van de anderen. En hijzelf was mijn leraar en een groot strijder. En kijk, ik lees nog altijd.' Uit de zak van zijn versleten jas haalde hij een paar verkreukelde bladen papier... Het waren kopieën van uw beschouwingen, hem nu en dan toegestopt door een buurjongen.

Ik vroeg zijn naam, maar hij schudde het hoofd: ‘Mijn naam is die van zij die leven zoals ik.'

Ik vertel u dit korte verhaal omdat ik me afvroeg of we wel altijd bereid zijn te leren van wie we moeten leren.

Dit is uw verhaal.

Met immense liefde en respect,
Stella Calloni

Bron: www.granma.cubaweb.cu

Vert: Marina Mommerency

[1] Calle Corrientes is een van de belangrijkste lanen van Buenos Aires. Op 27 mei van dit jaar werd het bronzen beeld van Che rondgedragen in een demonstratie in Buenos Aires, waarna het per schip werd overgebracht naar Rosario (Che's geboorteplaats). Daar maakt het nu deel uit van een monument dat op 14 juni werd ingehuldigd naar aanleiding van de 80 e verjaardag van Che.

[2] Che werd in Higuera, een klein dorpje in Bolivië, gevangen genomen en geëxecuteerd. Veel arbeiders en boeren in Latijns-Amerika beschouwen hem als een heilige.

omhoog