Dialoog tussen de Cubaanse regering en de katholieke kerk
Op woensdag 19 mei was er een gesprek tussen president Raúl Castro en de twee hoogste gezagsdragers van de katholieke kerk in Cuba, aartsbisschop Jaime Ortega en Mgr. Dionisio García Ibáñez, hoofd van de bisschoppenconferentie.
Tijdens de vier uur durende ontmoeting werd een officieel bezoek vanuit het Vaticaan besproken en voorbereid en kwam ook de kwestie van de politieke opposanten en de Damas de Blanco aan bod.
Mgr. Ortega omschreef het gesprek als ‘vernieuwend in een zeer positieve zin’. Hij ziet de bijeenkomst als het begin van een nieuwe periode in de relaties tussen kerk en staat. Het bezoek werd aangekondigd van Mgr. Mamberti, de secretaris voor Buitenlandse Relaties van het Vaticaan. Hij bezoekt het eiland van 15 tot 18 juni ter gelegenheid van 75 jaar relaties tussen het Vaticaan en de Cubaanse Republiek.

Kardinaal Jaime Ortega
Gesprekken tussen de regering en de katholieke kerk op het hoogste niveau zijn eerder zeldzaam. Na de overwinning van de 26 juli beweging in 1959 waren de verhoudingen tussen kerk en revolutie aanvankelijk uiterst gespannen en werden ze gauw vijandig.
De katholieke kerk was van oudsher elitair en sterk verbonden met het establishment. Een belangrijk deel van de clerus bestond uit Spaanse missionarissen, die vaak sterk beïnvloed waren door het fascisme van Franco. De landhervorming in de lente van 1959 was voor de katholieke elite nauwelijks verteerbaar. Toen twee jaar later het onderwijs genationaliseerd werd, was het hek van de dam. De situatie polariseerde volledig en er kwamen overreacties aan beide kanten. De kerk werd de speerpunt van contrarevolutionaire activiteiten en bepaalde gelovigen werden geviseerd.
Dat was de beginperiode. Naderhand verbeterden de relaties. De toenadering kwam er eerst met de protestanten. In de jaren zeventig had Fidel Castro ontmoetingen met christelijke groepen in Chili en Jamaica en onderhield hij nauwe contacten met de leiding van de Sandinisten, waartussen gelovigen zaten. Van hun kant hadden heel wat Cubaanse protestanten veel sympathie voor de revolutie omwille van haar humanistisch karakter, maar het anticommunisme was zeer wijdverspreid. Geleidelijk werd de weerzin voor het communisme overwonnen. De toenadering kwam echt op gang vanaf 1984, na het bezoek van de zwarte Amerikaanse dominee en presidentskandidaat Jesse Jackson aan het eiland en zijn ontmoeting met Fidel.

Jesse Jackson (midden) op bezoek in Cuba
Het jaar daarop hield de Braziliaanse Dominicaan Frei Betto een dagenlang interview met Fidel. Het verscheen in boekvorm onder de titel Fidel en de religie en veroorzaakte in die tijd een kleine schokgolf. In 1991 wijzigde de communistische partij zijn statuten en was het atheïst-zijn geen voorwaarde meer om lid te worden van de partij. Ook de grondwet werd gewijzigd en het atheïstisch karakter van de staat geschrapt. Een nieuwe wet maakte het mogelijk dat christenen een politiek mandaat konden opnemen.
Ook met de katholieke kerk werden de plooien langzaam maar zeker gladgestreken. In 1998 kwam de Poolse paus, gekend voor zijn harde anticommunistische opstelling, op bezoek naar het eiland. De ontvangst was hartelijk en effende de weg voor meer normalere betrekkingen. Twee anekdotes illustreren dat heel duidelijk. In 2005 overleed paus Johannes Paulus II. In heel het land werden drie dagen van nationale rouw afgekondigd. In het land staan twee standbeelden van Johannes Paulus II.
Standbeeld van paus Johannes Paulus II in Holguín
Toen Fidel een jaar later plots heel ernstig ziek werd, werd met enige ongerustheid uitgekeken naar de reacties van Washington. Er lagen plannen klaar om een regimewissel door te voeren en de revolutie ongedaan te maken op het ogenblik dat Fidel Castro van het toneel zou verdwijnen. Het zogenaamde plan Bush bevatte een hele reeks maatregelen, inclusief een geheim militair luik. Kardinaal Ortega verraste op dat moment vriend en vijand. Hij riep op om te bidden voor het beterschap van Fidel en voor de continuïteit van de revolutie, maar hij zei ook met nadruk dat in zijn land de katholieke kerk nooit een buitenlandse interventie zou goedkeuren. Zijn uitspraak ging heel de wereld rond en droeg ertoe bij dat ze in de VS gas terugnamen. Ze begrepen daar dat het niet het goeie moment was voor hun plannen.
Het is in het licht van die genormaliseerde en respectvolle relaties dat de huidige gesprekken moeten gezien worden.
Voor meer achtergrond over de houding van de revolutie t.a.v. religie en kerk, zie Demuynck K. & Vandepitte M., De Factor Fidel, Antwerpen 2008; Demuynck K. & Vandepitte M., Ontmoetingen met Fidel Castro, Berchem 2009.
- Artikel Type:
